Minder welvarende Duitsers blijven Nederland graag bezoeken

Duitsers hebben een bewonderenswaardig groot incasseringsvermogen. De minachting van de Nederlander voor de oosterburen is spreekwoordelijk, maar toch komen ze hier massaal vakantie vieren....

Van onze verslaggever

DEN HAAG

In de onderzoeksperiode die liep van oktober 1993 tot september 1994 bezochten zes miljoen buitenlanders ons land. Daarvan waren er 2,3 miljoen Duits, waarmee ze van alle nationaliteiten aan kop staan. Engelsen en Ieren zijn tweede met twintig procent. Omdat Duitsers gemiddeld langer blijven, nemen ze meer dan de helft van het totaal aantal overnachtingen in ons land voor hun rekening.

Die zes miljoen zijn niet allemaal toeristen. Ruim een kwart bestaat uit zakenlieden, een klein gedeelte (5 procent) komt hier studeren. Het CBS heeft in beeld willen brengen wat het toerisme nu voor Nederland betekent, en waar er het een en ander te verbeteren valt.

Het eerste wat opvalt is dat de buitenlander die hier komt niet zoveel uitgeeft. Het toerisme zorgt nog steeds voor een negatieve handelsbalans. De zes miljoen gasten spenderen hier jaarlijks 2,6 miljard gulden, 430 gulden per persoon. Maar de bijna 10 miljoen Nederlanders die jaarlijks het buitenland opzoeken, vergooien daar 20 miljard gulden, per persoon bijna 5 keer zoveel.

Buitenlandse zakenlieden zijn het gulst, maar helaas blijven ze maar kort, een paar dagen. Toeristen uit Amerika en Canada laten hun dollars ook rollen, gemiddeld geven ze 259 gulden per dag uit. Helaas behoort de Duitser die hier komt niet tot de rijksten van zijn land. Hij geeft slechts 93 gulden per dag uit, waarmee hij zelfs onderaan de lijst staat.

Wie eens rond kijkt in de badplaatsen wist dat al. De dikke BMW of Mercedes, aan de Rivièra zo vertrouwd, is hier een schaarser artikel in tegenstelling tot het Fordje Escort of de Kadett met Duitse nummerplaat. Omdat het er wel zoveel zijn, staan de oosterburen toch borg voor 870 miljoen gulden inkomsten, een derde van het totaal.

Het toerisme uit Duitsland groeit zelfs, en dat van de Belgen ook. Scandinaviërs en gasten uit de landen rond de Middelandse Zee laten het de laatste jaren echter steeds meer afweten. De meerderheid van de gasten hoeft dus niet ver te reizen en neemt de auto of motor (51 procent). Dertig procent neemt het vliegtuig. De toeristen geven het meeste geld uit aan verblijf, eten en drinken (2 miljard, ofwel 80 procent), de rest gaat naar vervoer, entreegelden en souvenirs.

Het onderzoek constateert dat de Europese vakantieganger steeds vaker kiest voor een wintersportvakantie, en minder vaak voor een zonvakantie aan de Middelandse Zee. Het aantal tweede en derde, vaak wat kortere, vakanties in het buitenland neemt toe, en de toerist blijft daarbij wat dichter bij huis. Dat is in het voordeel van de landen in noord-west Europa en daar ligt dus een kans. Moeten we alleen nog wat doen aan het beduimelde imago van sex, drugs en Amsterdam.

Meer over