Minder lijnen, meer effect

Is Thé Tjong-Khing een betere illustrator dan stripmaker? Verkeerde vraag: in zijn werk combineert hij het beste van beide.

Het recht van de sterkste. Zo heet het net verschenen zevende deel uit de serie Arman & Ilva van scenarist Lo Hartog van Banda en tekenaar Thé-Tjong King. Deze sf-reeks dateert al uit de jaren zeventig, maar wordt vanwege de hoge kwaliteit van het tekenwerk door Uitgeverij Sherpa integraal heruitgegeven, in tien gebonden boekwerken. Een beetje ironisch is dat wel, omdat Thé-Tjong King (1933) met gemengde gevoelens terugkijkt op zijn jaren als striptekenaar.

Als Neerlands meest gelauwerde illustrator - hij won de Max Velthuijsprijs, de Woutertje Pieterse Prijs en meerdere Gouden Penselen - bereikte hij grote hoogten in een heel ander segment, dat van het kinderboek. Deze week opende in het Kinderboekenmuseum in Den Haag de overzichtstentoonstelling Thé Tjong-Khing - Van strip tot sprookje, begeleid door een boekuitgave onder dezelfde titel die is geschreven door Joukje Akveld en Annemarie Terhell.

Zij noteerden uit zijn mond: 'Ik heb, tenminste voor m'n eigen gevoel, geleerd met minder méér te bereiken: minder lijnen, minder gebaren, minder middelen, meer effect, meer ruimte voor fantasie.'

Dat klinkt alsof het oudere werk een onleesbare knoeiboel zou zijn, maar niets is minder waar. Arman & Ilva munt uit door helderheid en een mooi gedoseerd gebruik van het zwart. Wat Thé vervelend vond aan het striptekenen, was de verplichting om steeds maar weer met dezelfde personages in de weer te moeten.

Na zijn leertijd bij de Toonder Studio's, waar hij de finesses van de cameravoering onder de knie kreeg, werd hij door schrijfster Miep Diekmann gevraagd om haar boeken te illustreren: 'Vanwege de manier waarop hij contact tussen mensen verbeeldde, hè ? beweeglijk en helder, zonder dat het zoet werd.' Dat leidde tot meer ironie, want toen Thé in 2010 de Max Velthuijs-prijs in ontvangst nam, benadrukte hij dat hij misschien geen illustrator was geworden als Diekmann veertig jaar eerder niet had geëist dat haar boek door een striptekenaar geïllustreerd moest worden.

Het recht van de sterkste: wint de kinderboekenillustrator het van de stripmaker of andersom? Verkeerde vraag, want Thé combineert het beste van de twee. Als illustrator is hij altijd een verteller gebleven, die zeer zelfkritisch werkt. 'Ik begin heel gedetailleerd om mezelf een beetje structuur te geven. Zodra ik die heb, kan ik dingen weglaten. Het ziet er tamelijk 'eenvoudig' uit, maar het is beter zo. Als je het zweet en de tranen ziet die in een illustratie zijn gekropen, is het niet leuk meer om naar te kijken.'

De perfectionering van zijn teken- en vertelkunst mondde tenslotte uit in het drievoudige hoogtepunt Waar is de taart?, Picknick met taart en Verjaardag met taart. Hier is Thé niet alleen tekenaar maar ook schrijver, al komt er in deze kijk- en zoekboeken geen letter voor. Vos, Haas en de andere dieren bewegen zich van links naar rechts door voortdurend veranderende landschappen en het is aan de oplettende lezer om de lotgevallen van de taart te ontrafelen. Inderdaad: leuk om naar te kijken!

Joukje Akveld en Annemarie Terhell: Thé Tjong-King - Van strip tot sprookje.

Gottmer/Lannoo; 160 pagina's; € 19,95.

ISBN 978 90 2575 004 6.

Lo Hartog van Banda en Thé Tjong-Khing: Arman & Ilva - Het recht van de sterkste.

Uitgeverij Sherpa; € 24,95.

978 90 8988 029 1.

De tentoonstelling Thé Tjong-Khing - Van strip tot sprookje is tot en met 31 augustus 2012 te zien in het Kinderboekenmuseum, Den Haag.

undefined

Meer over