Minder geld voor moeder

De berekening van kinderalimentatie gaat over een andere boeg. Het kan alleenstaande moeders honderden euro's per maand kosten.

Scheiden betekent naast het leed ook veel geregel en gedoe, en dat wordt er binnenkort niet beter op. Per 1 april veranderen de regels voor de kinderalimentatie en dat gaat volgens de deskundigen van alles overhoop halen. Alleenstaande moeders dreigen daarvoor op te draaien. Dat de regels gaan veranderen, vindt iedereen goed. Het bestaande systeem is nog steeds gebaseerd op de vader als kostwinner en de moeder die thuis is en voor de kinderen zorgt. Dat traditionele model is achterhaald, sinds 2009 ook officieel. Het overheidsbeleid is dat beide ouders in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor zorg en opvoeding, ook na de echtscheiding.

De hoogste tijd dus voor nieuwe regels voor het berekenen van de kinderalimentatie. De manier waarop de rechters die erover gaan die zogeheten 'tremanormen' hebben vastgesteld, dreigt tot veel problemen te leiden. Nog los van het feit dat ze waarschijnlijk binnen een jaar weer moeten worden veranderd omdat de PvdA en de VVD aan een initiatiefwet werken voor de kinderalimentatie. De rechters hebben daar niet op willen wachten.

Wat betekent dat per 1 april? Het kindgebonden budget (de inkomensafhankelijke bijdrage van de overheid in de kosten voor kinderen) wordt voortaan verrekend met de alimentatie. Verder worden de eigen zorgkosten van de 'alimentatieplichtige' verrekend. Dat lijkt eerlijk, want vaders maken natuurlijk ook kosten als de kinderen bij hen zijn. Dat gaat meestal nog volgens de traditionele omgangsregeling: een weekend in de twee weken plus drie weken zomervakantie. In dat geval gaat er 15 procent zorgkosten van de alimentatie af. Is de omgangsregeling ruimer, dan wordt het 25 procent. Is de zorg voor de kinderen (bijna) gelijk verdeeld, dan wordt de alimentatie met 35 procent zorgkosten verminderd.

De veranderingen lijken logisch en passend bij de moderne taakverdeling binnen het gezin, maar de gevolgen kunnen ingrijpend zijn. Een voorbeeld: Pieter en Marie hebben twee kinderen. De behoefte van de kinderen is volgens het Nibud 1.000 euro, exclusief kinderbijslag. De kinderen zijn gemiddeld 2,5 dag per week bij Pieter en 4,5 dag bij Marie. Pieter verdient voldoende om alle kosten van de kinderen te dragen, Marie kan niets bijdragen.

Volgens de oude regels krijgt Marie 1.000 euro kinderalimentatie. Volgens de nieuwe tremanormen gaat per 1 april het kindgebonden budget van 129 euro dat Marie na de scheiding ontvangt, van de alimentatie af. Daarnaast wordt de zorgkorting in deze situatie 25 procent. De kinderalimentatie voor Marie daalt zo van 1.000 naar 654 euro per maand, 346 euro minder. Dat geldt niet alleen voor nieuwe gevallen. De nieuwe tremanormen gaan ook gelden voor de bestaande kinderalimentatie. Er zijn geen overgangsregels. Veranderingen moeten wel via de rechter verlopen, tenzij de ouders het zelf samen eens worden.

Volgens Joke Bol gaat dat een heleboel procedures opleveren van vaders die vinden dat ze te veel moeten betalen en moeders die in de problemen raken omdat ze er in inkomen flink op achteruit gaan. Bol, die bovenstaand rekenvoorbeeld leverde, is een advocaat uit Alkmaar die zich als mediator al jarenlang bezighoudt met kinderalimentatie. Ze is bezorgd over de gevolgen van de nieuwe tremanormen voor alleenstaande moeders, volgens de advocate een kwetsbare groep die het toch al heel zwaar heeft.

'Er is wel een verschuiving naar gelijkwaardig ouderschap, maar van een gelijke verdeling van zorg en kosten is vaak nog geen sprake', zegt Bol. 'Meestal werkt de vader fulltime en heeft de moeder een deeltijdbaan. Na de scheiding blijft dat meestal zo, waardoor de moeder vaak grotendeels verantwoordelijk is voor de zorg en ook voor het gezinsinkomen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat vrouwen met kinderen na de scheiding 21 procent koopkracht kwijtraken, terwijl mannen er financieel op vooruit gaan.'

De steeds duurdere kinderopvang dreigt de moeders in nog grotere problemen te brengen. Bol denkt een oplossing te hebben: laat de ouder die het grootste deel van de zorg overlaat aan de ander, de kinderopvang betalen. In het bovenstaande voorbeeld betaalt Pieter dan het kinderdagverblijf of de buitenschoolse opvang, zodat Marie meer kan gaan werken. Als Marie zelf zorgt voor de kinderen, betaalt Pieter daar een vergoeding voor, zegt Bol. De hoogte daarvan kan gebaseerd worden op de tarieven voor gastouders.

De fiscale tegemoetkoming kan worden afgestemd op het inkomen van Pieter, waardoor de bijdrage betaalbaar blijft: hoe lager zijn inkomen door zijn vergoeding aan Marie, hoe groter de overheidsbijdrage. 'Delen of dokken dus voor Pieter', omschrijft Bol haar plan. Dat moet eerlijk delen van de zorg stimuleren, en een armoedeval voor Marie en haar lotgenoten voorkomen.

Of de betreffende rechters iets in Bols plan zien, is onduidelijk. De Werkgroep Tremanormen, die erover gaat, is onbereikbaar voor vragen. Wat de besluitvormers betreft, voelt de PvdA er wel voor. PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt wil het idee over het betalen van de kinderopvang opnemen in een andere initiatiefwet waaraan hij met de VVD werkt, die voor partneralimentatie.

undefined

Meer over