Mimi

Eindelijk is er een meisje in mijn familie. Na twee zoons, een kleinzoon (en nog zo wat manvolk op mijn pad) heb ik wel genoeg piemels gezien.

Mijn kleindochter is vier maanden en heet Mimi.

De eerste Mimi in mijn leven was Mimi Boesnach, een struise, welgeschapen blondine met een poezengezicht en een niet helemaal bedwongen Amsterdams accent. Zij speelde bij het hoofdstedelijke toneelgezelschap uit die tijd, maar was geen actrice van het eerste garnituur; eerder 'bruikbaar' voor lichte rollen. Ze kleedde zich opzichtig, met decolletés en bontstola's. Als iemand die in haar jonge jaren bij de revue heeft gezeten. En dat was ook zo.

Mijn vader mocht haar korte tijd de zijne noemen. Of liever: zij hem de hare, want zij was beduidend ouder. En zijn eerste minnares. Op zijn 22ste! Zoals hij me ooit beteuterd meldde. Nadien heeft hij deze schade ruimschoots ingehaald.

Er bestaat een oude toneelgrap: 'Ze beginnen naaiend aan het toneel en eindigen breiend bij de hoorspelkern.' Op haar oude dag breidde tante Mimi zich suf, vooral voor mij: truien, vestjes, hele jurken. Ze kriebelden. En ook haar snor, want van huis uit was ze lang niet zo blond als ze er uit zag.

Bij mijn aanblik barstte ze onveranderlijk uit in gekoer. Die vertedering had iets ongerichts, zoals wel vaker voorkomt bij kinderloze vrouwen. Want zelden stelde ze een vraag. Niet eens: 'Hoe gaat het op school?' Nog zie ik mezelf, inmiddels al een hele meid, na een zomervakantie mijn opwachting maken op haar volgepropte etage voor alweer een truitje dat ik absoluut niet wilde hebben. Ik ambieerde een ander soort kleren; had de hele zomer liggen zonnebaden om op Brigitte Bardot te lijken.

'Dag bruine moot!', joelde ze me toe van achter haar breimachine. En daarna weer: 'Bruine moot!' En vervolgens nog een keer of vier. Hoe en wanneer ze is gestorven, weet ik niet meer. Op die leeftijd ligt de dood buiten je interessesfeer.

Later ontmoette ik nog een Mimi. Zij begon als Miss Zandvoort, om kort daarop furore te maken bij Toon Hermans als konijn: Mimi Kok! In de jaren tachtig werd La Kok ontdekt door Wim T. Schippers, die een glansrol voor haar schreef: Gré Braadslee. In haar vrije tijd schitterde ze nachtenlang als barbloem op kunstenaarssociëteit de Kring. En kort geleden vierde zij triomfen in het EO-programma Krasse Knarren.

Mijn derde Mimi bewonderde ik onlangs in Tuschinski. Die uit Puccini's La Bohème. Vlak voor Kristine Opalais deze rol op het laatste moment opnam had ze nog 'even' Madama Butterfly gezongen. De opera werd live vanuit de 'Met' uitgezonden en zoals altijd ingeleid door muziekdeskundige Bo van der Meulen.

'Si, mi chiamano Mimi, ma il mio nome è Lucia' ('Ja, ze noemen me Mimi, maar mijn naam is Lucia') zingt het hoofdpersonage in het eerste bedrijf.

'Mimi' is hier, zo leerde mij Bo, een soort koos- of spotnaampje. Het staat voor een bescheiden, wat muizig vrouwtje dat, volgens eigen zingen, 'pas tot bloei komt als de sneeuw ontdooit en de zon doorbreekt'. Ze maakt kunstbloemen maar ruikt, dankzij haar ontmoeting met buurman, kunstschilder Rodolfo, even aan het echte leven. Als de verhouding is beëindigd, zegt ze: 'Ik keer nu terug naar mijn leven van kunstbloemen.' Met andere woorden: het 'echte' leven, dat van passie en liefde is voorbij...

Maar eind goed al goed. In de laatste scène keert Mimi toch nog terug naar dat echte leven, want ze sterft in Rodolfo's armen!

Mijn kleindochter heeft niets muizigs. Ze is een wolk van een meid. Haar donkere kopje beslaat mijn computer, fotowandje en WhatsApp. Of ze later operazangeres wil worden (graag!) en, ruikend aan het echte leven en passant een kunstbloem in elkaar knutselt, mij best. Als ze zich maar nooit inlaat met een kunstschilder.

undefined

Meer over