Milosevic is besmettelijk

André Glucksmann is een van de Franse filosofen die dezer dagen in de kranten slag leveren over Kosovo. Oorlog is al meer dan dertig jaar zijn onderwerp, en hij kent Oost-Europa zo goed als Parijs....

ER BESTAAT een bijzondere foto uit 1979, waarop Jean-Paul Sartre en Raymond Aron samen de trap van het Elysée-paleis aflopen. Sartre heeft zijn arm in een verband en ziet er oud en versleten uit. Hij heeft dan nog een jaar te leven. Aron kijkt daarentegen vief. Ooit waren de twee filosofische tegenpolen vrienden. Maar Sartre had Aron in de ban gedaan nadat die, in Sartres ogen, zijn ziel had verkocht aan de duivel. Dat was toen president De Gaulle. Dertig jaar hebben ze elkaar niet gezien, tot die ontmoeting op de thee bij president Giscard d'Estaing.

Tussen hen in staat een wat slungelige jongeman met lang haar. Hij is degene die erin slaagde de twee idolen bij elkaar te brengen. Op een politiek thema, vanzelf: het bewerken van de president van de Republiek om bootvluchtelingen uit Vietnam in Frankrijk op te nemen.

Die jongeman was André Glucksmann, en de scène illustreert perfect de positie die hij nog steeds inneemt in het Franse filosofenlandschap: altijd politiek betrokken, nooit gemakkelijk links. Hij is minder modieus dan Bernard-Henri Lévy, straalt minder briljantie uit dan Alain Finkielkraut. Maar Glucksmann is zonder twijfel de meest constante van de grote drie. Vanaf zijn eerste boek, Discours sur la guerre (1967), heeft hij nagedacht over het fenomeen oorlog, tot op de dag van vandaag. Nog vorige week stond er een petitie in Le Monde met zijn naam eronder, waarin de politiek werd opgeroepen het UCK van wapens te voorzien.

'De verklaring van mijn belangstelling voor de oorlog is simpel. Ik ben in 1937 geboren, een kind van joodse vluchtelingen uit Duitsland. Mijn vader ging in het verzet, zodat de oorlog me met de paplepel is ingegoten. Ik ben filosofie gaan studeren, en ben me gaan bezighouden met taboes. Taboes in de filosofie, taboes in het goede leven en taboes in het denken over oorlog.'

Glucksmann werd als 17-jarige lid van de communistische partij. Als 20-jarige mocht hij weer vertrekken, na kritiek op de inval in Hongarije. Hij stond naast Daniel Cohn-Bendit op de barricades van mei 1968. Toen had hij zijn eerste boek over de oorlog al gepubliceerd. 'Er zijn bibliotheken volgeschreven over sociale strijd, en eindeloze hoeveelheden liefdesromans. Boeken die de oorlog bestuderen, zijn er daarentegen weinig. Afgezien van herinneringen van soldaten is er eigenlijk niets. De verhouding tussen de oorlogen die Europa heeft gevoerd en de studies die eraan zijn besteed, is omgekeerd evenredig. Ik had dus niet veel concurrentie bij mijn studie.'

In Frankrijk was het verlies tegen Duitsland in 1940 slecht verwerkt. Daarna kwam de dekolonisatie, met de oorlog in Indochina en die in Algerije. 'Onze politici hebben de hele eeuw slecht nagedacht, absoluut geen vooruitziende blik vertoond. Een paar uitzonderingen als Churchill en De Gaulle daargelaten. In 1914 meende men dat de oorlog in een paar weken gedaan zou zijn. Het draaide uit op vier jaar zelfmoord. München 1938 en de Tweede Wereldoorlog spreken voor zich. De koloniën werden verloren met de ogen dicht, waaraan zowel links als rechts zich schuldig maakte. Mitterrand was de minister die vijfhonderdduizend soldaten naar Algerije stuurde. Hij heeft nooit verklaard waarom. Nooit teruggekeken, nooit aan gewetensonderzoek gedaan.'

Na zijn studie kwam Glucksmann te werken op het befaamde onderzoeksinstituut CNRS. Hij bestudeerde de effecten van kernwapens op de traditionele oorlogsstrategie. Hij las alle klassieken, van Clausewitz tot Mao Zedong en McNamara. 'Mijn ''maître'' bij het CNRS was Raymond Aron, een ijdele man. Die zei: ''Nu zijn we in Parijs met z'n tweeën die Clausewitz hebben gelezen.'' Uiteindelijk kwam mijn boek in 1967 uit, en ik voorspelde dat de Amerikanen zouden verliezen van de Vietnamezen. Aron was het niet met me eens. Maar ik had een objectieve analyse gemaakt, op basis van krachtsverhoudingen en strategie, en ik heb gelijk gehad.'

Glucksmann schreef vervolgens een boek over het totalitarisme, dat hem door links niet in dank werd afgenomen. Daarna pleitte hij voor de plaatsing van kruisraketten, 'na de chantage door de Sovjet-Unie met de SS-20. Dat leverde een groot, zeer groot debat op in Duitsland. Ik spreek van huis uit Duits, had veel contact met Duitsers, onder anderen met Joschka Fischer en Daniel Cohn-Bendit. Ik sprak in Frankfurt voor drieduizend studenten, allemaal marxisten en bijna-terroristen, die me op een haar na hebben gevild. Ik roerde de verantwoordelijkheid van het marxisme voor de Goelag aan. Gelukkig had ik Cohn-Bendit en Fischer aan mijn kant, geen van beiden dogmatici.'

Hij richtte zijn pijlen op de terroristen van de RAF en de Rode Brigades in Italië. 'Dat leverde me een zeker gewicht op, en vooral veel haat in Duitsland en Italië.'

In de resterende tijd en daarna steunde hij Solzjenitsyn en de Poolse en Tsjechoslowaakse dissidenten, en voerde hij onvermoeibaar actie. Tegen de fundamentalisten in Algerije, voor de Koerden in Irak, tegen de genocide in Rwanda, tegen de Russische oorlog in Tsjetsjenië. En, sinds 1991, tegen Milosevic.

'In 1991 heb ik voor het eerst over Joegoslavië in Le Monde geschreven. Ik had Dubrovnik bezocht, dat was gebombardeerd. Toen al schoot het leger van Milosevic op hotels vol vluchtelingen. Ik was in Ossijek geweest en Vukovar, hoorde de kanonnen bulderen en sliep tussen het puin. Vanaf dat moment heb ik militair ingrijpen bepleit om dit kwaad te stoppen. Dubrovnik viel samen met de top in Maastricht en ik schreef dat dit geen methodes zijn die we in Europa kunnen accepteren. Als we niets doen, schreef ik, hebben we te maken met ''een moreel Pearl Harbor''.

'Ingrijpen was toen geen groot militair probleem, niet te vergelijken met Kosovo. Dubrovnik is een haven. Met een paar schepen en een paar helikopters was het op te lossen geweest. Ze hebben niets gedaan. Ik heb sindsdien vijftig artikelen geschreven, over Kroatië en Bosnië. Ik was in Sarajevo en Belgrado. Ik heb daar voor honderdduizend mensen gezegd dat Milosevic een oorlogsmisdadiger is, dat kon in 1992 nog zonder veel risico. Nu is alles anders.'

Toch is Glucksmann na vijftig dagen luchtaanvallen niet zo somber als de meeste Kosovo-beschouwers. Zijn enige kritiek op het moment luidt dat het NAVO-ingrijpen 'heel, heel laat komt, en extreem slecht werd voorbereid. Om politieke redenen. Iedereen dacht dat de zaak in drie dagen geregeld zou zijn. En ze geloofden het zelf, dat was de fout. Het was niet alleen maar propaganda om de zaak acceptabel te maken voor het publiek.'

En hij komt terug op het gebrek aan inzicht, voorstellingsvermogen en denkkracht bij de westerse politieke leiders. 'Ze hebben de gevaarlijke, wrede kant van Milosevic onderschat. Hier in het Westen hebben ze geen idee van het totalitarisme. Hetzelfde probleem heb ik alle jaren gehad dat ik de dissidenten steunde. Elke keer dat een politicus uit het Westen met Brezjnev sprak, dacht hij met een collega van doen te hebben. Een gewone politicus, met een vergelijkbare carrière, die net als hij gekozen was, en met wie op redelijke gronden gemakkelijk tot een vergelijk te komen zou zijn.'

Ook Milosevic wordt een wortel voorgehouden, een herstelplan, en dan denkt men dat men een demon in een engel kan veranderen. 'Niet dat Milosevic in werkelijkheid een soort Hitler is. Maar hij streeft zijn eigen carrière na, en die heeft steeds bestaan uit het mobiliseren van de Serviërs door oorlog te voeren. Men heeft niet gezien dat hij van de luchtaanvallen zou profiteren door een hele bevolking te deporteren op een manier die we sinds Stalin niet meer hebben gekend. Men heeft het niet voorzien, omdat we ons zulke dingen niet meer kunnen voorstellen.'

V OOR Glucksmann is de situatie in Kosovo simpel. Hij wil niets weten van de klachten van militairen over onheldere politieke doelen. Voor hem is het akkoord van Rambouillet allesbehalve 'dood'. 'We moeten Milosevic dwingen Kosovo te verlaten. Daarvan hangt af of deze oorlog gewonnen of verloren is. De Kosovaren moeten terug naar huis kunnen, en dat doen ze alleen met een veiligheidsgarantie.

'Verliezen is het accepteren van etnische schoonmaak, wat een eufemisme is voor een rassenoorlog. Ik heb het niet over genocide, dan beland je in een eindeloze discussie. Wel over misdaden tegen de menselijkheid. Als je het precies wilt weten op de schaal van de Europese horror, dan zijn we nu beland bij Hitlers vooroorlogse plan om alle joden naar Madagaskar te deporteren. Dat gaat dus wel richting Auschwitz. Vergeet niet dat iemand als Seselj wél alle Kosovaren wilde doodmaken. Die man is vice-premier.

'Ook diplomatieke compromissen betekenen een nederlaag, bijvoorbeeld een opdeling van Kosovo. Dat gaan we dus niet doen. Er moet een protectoraat Kosovo komen, met vrije doortocht voor de Serviërs naar hun heilige plaatsen, voor mijn part onder auspiciën van de Unesco. En de luchtaanvallen moeten doorgaan, liefst wel met een recente kaart van Belgrado. Vergeet niet dat deze oorlog, uit moreel en humanistisch oogpunt bekeken, nog steeds een nooit eerder vertoond succes is. Afgezet tegen het aantal gegooide bommen is het aantal slachtoffers extreem laag.'

Clausewitz schrijft dat oorlog een duel van de wil is. Het moreel van de tegenstander moet gebroken worden. Glucksmann ziet indicaties die kant op. Ex-vice-premier Vuk Draskovic heeft gezegd dat deze oorlog voor Joegoslavië catastrofaal is, en dat Milosevic moet ophouden de bevolking voor te liegen. De vrouwen van Belgrado dansen niet meer in de straten, terwijl hun echtgenoten bezig zijn Kosovo leeg te halen. Ze beginnen zich te realiseren dat ze niet ongestraft blijven. En ze weten donders goed wat er gebeurt in Kosovo. Ze hebben ook hun schoteltjes op het dak, ze kijken naar de BBC, naar CNN. Ze weten dat ze geïsoleerd zijn.

'Tien jaar is Milosevic straffeloos bezig geweest, nu staat hij alleen. De grote protestbeweging zoals in de tijd van Vietnam, voorspeld door mevrouw Milosevic, is er niet gekomen. Dus de pressie is er. Zal die voldoende zijn? Dat weet niemand. Nu nog niet. In Duitsland in 1944 waren de bombardementen ook niet genoeg. Terwijl er toen duizend maal meer schade werd aangericht. Aan de andere kant: ook beperkte schade kan een regime doen buigen. Denk aan de Falkland-oorlog of de Amerikaanse bommen op Libië. Sedertdien houdt Kadhafi zich een stuk rustiger.'

Het probleem van deze oorlog is niet het doel, maar het middel. Als de luchtaanvallen onvoldoende blijken, dan moet er op de grond gevochten worden. 'Ik vind het begrijpelijk en verstandig dat een invasie van honderdduizend man niet overwogen wordt. Wederom: we moeten Milosevic niet onderschatten. Nu moeten we van tevoren bedenken: waar ligt zijn militaire voordeel, wat gaat hij doen?

'Milosevic is geen Hitler, maar hij is in staat rondom elke Joegoslavische tank vrouwen en kinderen als menselijke schilden op te stellen. Wat gaan de Amerikaanse soldaten dan doen? Op vrouwen en kinderen schieten? Stel dat de NAVO een doorbraak tot stand brengt, dan zullen de Serviërs kinderen, baby's, voor de rupsbanden van de tanks gooien. En ze zullen fotografen uitnodigen om de wereld te laten zien hoe een Amerikaanse tank over baby's heen walst. Dan is het snel afgelopen met de grondtroepen. Westerse soldaten kunnen dat niet, en de publieke opinie accepteert dat niet. Je moet je strategie op moordenaars afstemmen, niet op een botsing tussen twee legers. Dat sluit een grote invasie uit.'

Glucksmann ziet meer in verrassingsaanvallen van zeer goed getrainde eenheden, die per parachute worden neergelaten en dan stuk voor stuk de Servische militaire haarden oprollen. 'De Engelsen hebben dergelijke professionele eenheden, de Amerikanen ook. Niet een totale oorlog, maar een elektronische guerrilla. Het duurt lang, maar het moet tot het Milosevic te veel wordt.'

Tegenstanders van deze oorlog wijzen nogal eens op het meten met twee maten door de NAVO. Waarom niet ingegrepen in Algerije of Tibet, als schending van de mensenrechten de rechtvaardiging is? Glucksmann lacht een smalend lachje. 'Heel simpel. Omdat de Algerijnen het nooit hebben gevraagd. De Koerden in Turkije evenmin. De Kosovaren daarentegen zeggen allemaal: doorgaan met bombarderen. Er is er niet één aan de grens met Macedonië die zegt: stoppen. Tsjetsjenië is een ander geval. De Tsjetsjenen hebben om militaire hulp gevraagd. Ik heb mezelf niks te verwijten, want dat heb ik gesteund en daaraan heb ik een Tsjetsjeens erekruis te danken.

'Ik ken de intellectuelen wel die zo redeneren. Maar Max Gallo en Régis Debray hebben ook nooit om een militaire aanval op Sudan gevraagd. Het is gewoon een schaamlap om helemaal niets te hoeven doen. We kunnen de ellende van de Koerden toch niet als argument gebruiken om in Kosovo met de armen over elkaar te blijven zitten. Men kan niet overal ingrijpen. In Tibet speelt vermoedelijk hetzelfde probleem als in Kosovo. Maar ik zie niet goed hoe we daaraan militair zouden kunnen bijdragen. Hier kan het, dit gebeurt in het hart van Europa, en het is een goed voorbeeld van wat we elders zouden kunnen doen.'

Glucksmann oordeelt hard over de kortzichtige omgang van Europese politici met het postcommunisme. De onderschatting van Milosevic is daarvoor exemplarisch. 'Tien jaar roep ik al - in de woestijn - dat Milosevic model staat voor al de lieden in Oost-Europa die niet van democratie houden. Milosevic is tegelijk de anti-Havel en de anti-Gorbatsjov. De anti-Gorbatsjov omdat hij heeft geweigerd te liberaliseren. Hij heeft zijn macht gebruikt om de liberalen te vermorzelen, in de partij, in de samenleving, in het leger. De hele legertop van 1990 is verdwenen, geliquideerd, of door een merkwaardig ongeluk omgekomen.

'Tegelijk is hij de anti-Havel. Ook Tsjechoslowakije is uit elkaar gevallen, maar vreedzaam. En nu kennen beide delen een stevige democratie. Er is dus ook een mogelijkheid om nationale problemen vreedzaam op te lossen, de weg-Havel te kiezen.'

De methode-Milosevic is simpel. De bakens verzetten en het apparaat redden. Wat doet een voormalig rood leger dat niet weg wil roesten als het grote Russische voorbeeld? Vechten natuurlijk. En wat doet een partij die zijn grote marxistisch-leninistische ideaal kwijt is en toch verder wil? Die mobiliseert de massa's voor een oorlog.

H ET STOKPAARD van Glucksmann is dat Milosevic geen apart geval is. 'Milosevic is besmettelijk. Als het hem lukt, dan lopen er nog horden oude apparatsjiks en werkloze militairen in Rusland rond die zijn voorbeeld volgen. Er zijn zoveel klonen en bewonderaars. Ik praat niet in het luchtledige, want nadat hij vier jaar lang zijn gang kon gaan in Bosnië, zijn de Russen tekeer gegaan in Tsjetsjenië. Denk je dat dat toeval is? Als we dit toelaten in het hart van Europa, waarom dan niet bij een klein volkje aan de rand van de voormalige Sovjet-Unie?'

Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland, allemaal landen waar de wind van de republiek van Weimar waait. Economische chaos, sociale chaos, morele chaos. 'De mensen daar weten niet meer hoe ze zich als burgers tegenover elkaar moeten gedragen.' Sterker, Weimar was een oase van stabiliteit vergeleken met de huidige toestand in Oost-Europa. 'Vandaar dat de West-Europese politici zich zorgen zouden moeten maken. Zich voortdurend zouden moeten bezighouden met de landen achter de nieuwe grens tussen Oost en West. Maar er is een enorme onwil om zich met de buren bezig te houden.'

Hij vertelt over de Europese top van december 1998 in Wenen waar de socialistische EU-politici zo tevreden met zichzelf waren. Tegelijkertijd barstte de grote roebelcrisis uit in Moskou. De winter stond er voor de deur, met veertig miljoen Russen onder de armoedegrens. 'Waar waren de Europese politici mee bezig? Na de top zeiden D'Alema en Schröder allebei een beetje beschaamd dat ze langer hadden gesproken over het probleem van de taxfree-winkels in de eurozone, dan over de crisis in Rusland.'

Die narcistische mentaliteit, zoals Glucksmann het noemt, is niet te wijten aan de afnemende kwaliteit van de staatslieden. Zo waren we het in Europa onder de Koude Oorlog nu eenmaal gewend. Amerika en de Sovjet-Unie bedisselden ver boven de Europese hoofden de grote kwesties, en de Europeanen konden rustig verder bouwen aan hun welvaartsstaat. 'De prijs van het economische succes van Europa is de afsluiting naar buiten toe. We leven in een couveuse. Dat kon tijdens de Koude Oorlog. Maar nu zijn er niet langer twee blokken en moeten we eraan geloven.'

Daarbij komt een enorm intellectueel falen. Niet alleen in Europa, ook in de Verenigde Staten. De hoofdredacteur van de Spaanse krant El Pais zei op de dag dat de Muur viel: welk boek bestaat er eigenlijk over de overgang van het reëel bestaande socialisme naar de markteconomie? Niet een. Hele universiteiten hebben zich beziggehouden met het omgekeerde, hoe het kapitalisme al dan niet zou overgaan in het socialisme. Voorstanders, tegenstanders, in tientallen varianten, titoïsten, trotskisten, maoïsten. In Parijs bestond er een aparte uitgeverij voor, Maspero. Maar over de liberalisering van het communisme: niets.

'Dat is geen kwestie van ideologie, maar van een volstrekt taboe. Er was in het Westen een totaal gebrek aan kennis van de Sovjet-Unie. Rechtse én linkse politici wisten niets. Mitterrand was in 1986 in Warschau, en belde met Médécins du Monde om te vragen waar hij dissidenten kon vinden. De president van Frankrijk!

'Giscard d'Estaing had mij eens uitgenodigd op het Elysée. Dat heb ik toen geweigerd om twee redenen. Tien jaar na 1968 mocht Daniel Cohn-Bendit nog altijd Frankrijk niet in. Dat was ridicuul. De tweede reden was dat Giscard de Russische dissident Andrej Amalrik niet wilde ontvangen. Amalrik woonde in Parijs en had het boek Haalt de Sovjet-Unie 1984? geschreven. Uiteindelijk zat hij er vijf jaar naast. Giscard wilde Amalrik niet spreken, maar nodigde wel Brezjnev uit op het Elysée. Amalrik liep toen met een spandoek om het presidentieel paleis met de tekst erop: ''Ik wil de toestand uitleggen.'' Hij kwam er niet in. En de toestand nu is niet veel beter.'

Meer over