Miljarden voor seismologisch onderzoek kunnen schokken niet verhinderen Botsende aardplaten geven Japan douw

Japan heeft de afgelopen dertig jaar bijna twee miljard gulden aan seismologisch onderzoek uitgegeven, maar de onderzoekers zijn er tot nu toe nimmer in geslaagd een voorspelling te doen....

BROER SCHOLTENS

Van onze verslaggever

Broer Scholtens

AMSTERDAM

Japanners zijn, net als Californiërs, in afwachting van de Big One, een aardbeving met de catastrofale kracht van acht op de schaal van Richter. En zoals de Amerikaan als schrikbeeld een brandend San Francisco (1906) voor ogen heeft, refereert de Japanner aan een catastrofale beving in 1923. Toen vielen er rond Tokyo en Yokohama ruim 140 duizend doden. Vele honderdduizenden huizen gingen in vlammen op.

Een dergelijke extreme klap hangt de Japanner nog steeds boven het hoofd. Dit heeft geleid tot intensief onderzoek, dat zich concentreert op een zestal regio's met de meeste seismische activiteit, waaronder het gebied tussen Kobe en Kyoto. De afgelopen jaren is het budget opgevoerd tot bijna tweehonderd miljoen gulden per jaar.

Talloze instrumenten houden er de bodem in de gaten. Ze registreren elke bodembeweging, brengen het ontstaan van kleine scheurtjes in de aardkorst in kaart, meten de concentratie radongas in de lucht en in het water en zo voort, om elke vroegtijdige aanwijzing van een grote aardbeving op het spoor te komen.

Een groep Japanse seismologen beoordeelt de reusachtige stroom meetgegevens. De onderzoekers hebben opdracht bij iets ongewoons alarm te slaan in de hoop dat er nog wat te redden valt.

Het best bestudeerde gebied ligt ten zuiden van Tokyo, waar honderden meetinstrumenten staan, de meeste op de zeebodem. Overigens verwachten de seismologen dat de bodem daar nog wel enige tientallen jaren rustig zal blijven.

De aardbeving in de baai bij de havenstad Kobe had een kracht van 7,2 op de schaal van Richter. Wat het dodencijfer betreft, is de beving de zwaarste sinds 1948. Toen vielen er bij Fukui, op tweehonderd kilometer ten noorden van Kobe, meer dan vierduizend doden. Die beving had een vergelijkbare kracht.

Er is, zo menen onderzoekers van de universiteit van Tokyo, een kans van 30 procent dat zich in het gebied rond de havenstad de komende dagen nog een naschok zal voordoen van vergelijkbare kracht. De aardbeving bij Kobe is niet eens zo'n sterke. De schok deed zich echter ongelukkigerwijs voor op niet al te grote diepte (naar schatting twintig kilometer), in de buurt van een dichtbevolkt gebied.

Het gebied rond Kobe was al enige tientallen jaren relatief rustig; de laatste grote aardbeving deed zich daar in 1946 voor. Naarmate een periode van rust langer duurt, neemt de kans op een aardbeving toe.

De beving, die zo'n twintig seconden duurde, werd ongeveer twaalf minuten na het begin ook geregistreerd door de seismometers van het KNMI in De Bilt en van de Universiteit van Utrecht.

De Japanse eilanden liggen in een seismisch uiterst actief gebied. Er lopen daar in de aardkorst verschillende breuklijnen. De belangrijkste is die tussen twee grote aardplaten, die respectievelijk de Stille Oceaan en het Euraziatisch continent dragen.

Dit grote breukvlak begint ten zuiden van de Beringzee. Deze loopt langs de Koerilen-eilanden en de Japanse oostkust, in de richting van de Filipijnen, eveneens een seismisch actief gebied.

Er zitten in de aardkorst talloze breukvlakken, die de scheiding vormen tussen aardplaten met een dikte van enkele tientallen kilometers. Deze tektonische platen drijven op de vloeibare aardmantel, sommige uit elkaar, andere naar elkaar toe. In de buurt van Japan botst de Pacifische plaat tegen de Eurazië-plaat, en duikt daar naar beneden, de aardmantel in. Deze plaat beweegt daar met een snelheid van tien centimeter per jaar in noordwestelijke richting.

Ten oosten van Japan is er een stuk van die Pacifische plaat afgebroken, de zogeheten Filipijnse plaat, wat de bodemstructuur daar nog gecompliceerder maakt. Aan de rand van deze plaat heeft zich vermoedelijk de Kobe-beving voorgedaan.

Op de breukvlakken bouwen zich krachten op die zich van tijd tot tijd ontladen in de vorm van aardbevingen.

Vooral het noorden van Japan wordt de laatste jaren getroffen door aardbevingen. De epicentra daarvan lagen voornamelijk ver uit de kust zodat het aantal doden en gewonden beperkt bleef.

In oktober beefde de aarde in de buurt van het noordelijke eiland Hokkaido met een kracht van bijna acht op de schaal van Richter. Het epicentrum lag uit de kust, waardoor er geen doden vielen, en er nauwelijks materiële schade was.

Meer over