Analyse

Miljarden mosdierlijkjes overstromen waddengebied: waardoor eigenlijk?

Langs de hele Nederlandse kust en vooral op de waddeneilanden spoelen miljarden dode mosdiertjes aan, die een behoorlijke stankoverlast veroorzaken. Waar de diertjes vandaan komen valt niet zo makkelijk te zeggen, maar het is goed mogelijk dat er een link is met klimaatverandering.

De rottende geur van de aangespoelde mosdierlijkjes is voor sommigen geen probleem. Beeld Hollandse Hoogte / Peter Hilz
De rottende geur van de aangespoelde mosdierlijkjes is voor sommigen geen probleem.Beeld Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Op Ameland is het hoogseizoen net begonnen, maar de badgasten wacht een onaangename verrassing. Langs de zee ligt een berg van rottende lijkjes van minuscule mosdiertjes. Net als in het voorjaar overspoelen miljarden dode mosdiertjes de kust van de Waddeneilanden, ook elders aan de Nederlandse en Belgische kust ligt het er vol mee. De gemeente Ameland laat de bergen zelfs met machines verplaatsen naar andere plekken op het strand waar ze droog liggen en minder stank veroorzaken.

Waar al die mosdierenlijkjes vandaan komen blijft een beetje gissen. ‘Het feit dat ze in het voorjaar ook al zo veel aanspoelden, betekent dat ze massaal in de zee aanwezig zijn’, zegt Gerhard Cadée, die als onderzoeker van Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) jarenlang onderzoek deed naar het leven in de Waddenzee, ook naar de mosdiertjes. ‘Maar waar ze nu vandaan komen, valt niet te verklaren. Dat kan ik alleen uit mijn duim zuigen.’

De mosdiertjes worden als larfje geboren en vestigen zich vervolgens op de bodem van de zee, zegt Cadée. ‘Ze zitten op een mossel of een steen, maar als die beestjes groeien wordt dat te klein. Dan laten ze los, gaan ze omhoog en vormen ze een struikje. Ze zijn dan kwetsbaarder, sterven en spoelen aan.’ De mosdiertjes leven in grote kolonies, dus spoelen ze ook in kolonies aan. De geur die je ruikt is ordinaire rottende lijkgeur en kan verder geen kwaad, zegt Cadée.

Warmer water

Een gegarandeerde verklaring voor de enorme toename in dode mosdiertjes is er niet, zegt Cora de Leeuw, bioloog gespecialiseerd in marine-ecologie die voor kennisinstituut De Waddenacademie schrijft over het leven in de Waddenzee. ‘Er is namelijk nog geen onderzoek gedaan. We hebben dit een keer in 1965 gezien, maar verder niet. Deze enorme hoeveelheden zijn pas dit najaar begonnen.’

Maar, zegt De Leeuw, een logische verklaring valt er wel te bedenken. ‘We weten dat deze dieren zich in warm water beter ontwikkelen’, zegt De Leeuw. ‘En wat een feit is, is dat het zeewater bij de Wadden en aan de Nederlandse kust door warme zomers en temperatuurstijging in het algemeen, ook warmer is geworden.’

Het mosdiertje plant zich bij warm water beter voort en groeit dus sneller. En grotere mosdiertjes zijn eerder te groot voor de steen of schelp waar ze op leven. De zomer van 2020 was een erg warme zomer en dat was te merken aan de temperatuur van het water. Dat zou de toename van mosdierlijkjes goed kunnen verklaren.

Daar komt bij dat de winter die volgde op die warme zomer van vorig jaar, erg onstuimig was. ‘Er waren harde winden, soms zelfs zeetornado’s’, zegt De Leeuw. Die harde wind trekt de mosdiertjes ook los van de zeebodem.

Het is dus goed mogelijk dat de stinkende lucht op Ameland het gevolg is van de klimaatverandering. De Leeuw: ‘Er is al langer voorspeld dat de klimaatverandering voor warmer zeewater aan de Nederlandse kust zou zorgen. Het is aannemelijk dat we daar de gevolgen van zien.’

Meer over