Milities Timor moorden ongestraft

Pro-Indonesische milities hebben in Oost-Timor ongestraft de aanval ingezet op voorstanders van de onafhankelijkheid. Het aantal doden loopt in de tientallen, sommige schattingen liggen boven de honderd....

Een op de acht inwoners van Oost-Timor zou huis en haard zijn ontvlucht - alleen al in de hoofdstad Dili 25 duizend mensen. De Indonesische politie en het leger grijpen niet in. Volgens ooggetuigen doen ze hier en daar zelfs mee met de aanvallen. Wel assisteren de troepen bij de evacuatie van vluchtelingen naar het aangrenzende West-Timor.

De Indonesische legerwoordvoerder generaal Sudrajat ontkende zaterdag dat er sprake is van een militieaanval. 'Ik heb geen berichten dat er bewapende militieleden op straat lopen. Alleen de politie en het leger dragen wapens', zei hij, hoewel televisiebeelden het tegendeel lieten zien.

De aanval van de milities begon meteen nadat de Verenigde Naties zaterdagochtend de uitslag van het referendum bekend hadden gemaakt. Maar liefst 78,5 procent van de Timorese kiezers wil dat de banden met Indonesië worden doorgesneden. Het Indonesische Volkscongres moet deze uitspraak in november bekrachtigen. Tot dan toe blijft Indonesië verantwoordelijk voor de veiligheid in Oost-Timor.

Honderden militieleden verspreidden zich door Dili om burgers te intimideren en huizen in brand te steken. Een gebouw van de katholieke kerk, waar zich meer dan duizend vluchtelingen bevinden, lag zondag onder vuur. Ook het kantoor van de Indonesische mensenrechtenorganisatie HAK werd beschoten.

Wie de hoofdstad Dili niet kon ontvluchten, zocht bescherming in kerken, in het VN-kantoor of in politieposten. Maar door de dubieuze rol van politie en militairen zijn de burgers nergens veilig.

Het staat wel vast dat er in Dili al tientallen doden zijn gevallen. Volgens de Portugese gezant in Jakarta, Ana Gomes, wijst alles erop dat er een slachting gaande is. De vrees bestaat dat de situatie op het platteland minstens even ernstig is, maar betrouwbare informatie ontbreekt.

Ook de pers werd doelwit. Militieleden drongen schietend de hotels binnen waar journalisten logeerden. Vrijwel alle mediavertegenwoordigers besloten Dili te verlaten. Ze werden zondag onder politiebegeleiding naar het vliegveld gebracht. Drie Nederlandse journalistes zijn achtergebleven. Ook zijn er nog acht Nederlandse VN-medewerkers. Van de veertien andere Nederlandse waarnemers die zaterdag nog in Oost-Timor zaten zijn de meesten vertrokken. Onder de achterblijvers is Saskia Couwenberg van de internationale waarnemersorganisatie IFET, die gisteravond samen met haar staf in veiligheid werd gebracht op een politiebureau.

De Indonesische minister van Defensie, generaal Wiranto, minister van Buitenlandse Zaken Ali Alatas en minister van Justitie Muladi hielden zondag op het vliegveld van Dili een crisisberaad met voor- en tegenstanders van de onafhankelijkheid en het hoofd van de VN-missie, Ian Martin. Een verbolgen Alatas beklaagde zich bij Martin over de 'partijdigheid' van de Verenigde Naties tijdens het referendum. Wel liet hij weten dat de Indonesische regering de uitslag respecteert. De VN zullen vandaag in Jakarta reageren op de klachten van Alatas.

President Habibie riep voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid in Timor en de Indonesische bevolking als geheel in een televisietoespraak op de uitslag 'oprecht en geduldig' te aanvaarden. Hij toonde begrip voor de gevoelens van de verliezers, maar riep hen op geen geweld te gebruiken. Ook hij beloofde dat Indonesië de uitslag zal respecteren.

Habibie gaf politie en leger opdracht de veiligheid in Oost-Timor te waarborgen. Maar de indruk bestaat dat de president weinig meer te zeggen heeft over het leger - of delen daarvan.

Volgens de leider van de Oost-Timorese onafhankelijkheidsbeweging, Xanana Gusmao, bestaat aan Indonesische zijde niet de wil om een einde te maken aan het geweld. 'Wij voorzien een totale verwoesting en een wanhopige poging van Indonesische generaals en politici om de Timorezen hun vrijheid te onthouden', zei hij. Gusmao deed een klemmend beroep op de VN om zo snel mogelijk een troepenmacht te sturen.

Megawati Soekarnoputri, wier PDI-P in juni de parlementsverkiezingen heeft gewonnen, stelt president Habibie verantwoordelijk voor de problemen in Oost-Timor. Volgens een van haar adviseurs overweegt de PDI-P het Volkscongres te vragen de beslissing uit 1976 waarin Oost-Timor tot Indonesisch gebied werd verklaard niet in te trekken.

Ook regeringspartij Golkar en moslimleider Abdurrahman Wahid spraken hun teleurstelling en verbazing uit over de uitslag.

Meer over