Milities hebben vrij spel in deel van Oost-Timor

In belangrijke delen van Oost-Timor zijn de pro-Indonesische milities heer en meester. De Verenigde Naties hebben vrijdag 54 medewerkers geëvacueerd uit Maliana, waar donderdag twee Oost-Timorese VN-chauffeurs werden vermoord....

'Ze branden alles plat. Ze hebben alle zelfbeheersing verloren, ze zijn door het dolle heen', zei een van de VN-medewerkers bij terugkeer uit Maliana, 75 kilometer ten zuidwesten van Dili. 'De Indonesische politie doet niets om een einde te maken aan het geweld', verklaarde een van zijn collega's.

Maar ook rond het VN-kantoor in Dili was het vrijdag niet veilig. 'De mensen rennen voor hun leven. Er heerst paniek. Het schieten komt steeds dichterbij', zei een buurtbewoner. Militieleden paradeerden door de straten van de hoofdstad en wierpen wegversperringen op, waar de schaarse voertuigen die zich nog op straat waagden werden gecontroleerd.

Een tv-zender verdween uit de lucht nadat de technici door militieleden waren bedreigd. Dat gebeurde midden in een uitzending over het tellen van de stemmen die maandag zijn uitgebracht in het referendum over de onafhankelijkheid van Oost-Timor.

Het echte tellen begon pas gisteren. Eerst hadden VN-functionarissen zich ervan vergewist dat het aantal stembriefjes in de stembussen overeenstemde met het aantal kiezers dat zich had gemeld in het stemlokaal. Vervolgens zijn alle stembriefjes door elkaar gehusseld, zodat niet meer te achterhalen valt in welk dorp een bepaalde stem is uitgebracht.

De VN-medewerkers die met het stemmentellen zijn belast hoopten de uitslag vandaag te kunnen meedelen aan VN-secretaris Kofi Annan, die hem op zijn beurt zal doorgeven aan de regeringen van Indonesië en oud-kolonisator Portugal. De Indonesische minister van Defensie en chef-staf, generaal Wiranto, komt voor de gelegenheid naar Dili.

Wiranto stuurde gisteren twee bataljons (ongeveer 1400 soldaten) vanuit West-Timor naar Dili om de politie te helpen bij het herstellen van de orde. Indonesië, dat geen gewapende VN-troepen in Oost-Timor wenste, heeft zich zelf garant gesteld voor een vreedzaam verloop van het referendum.

Maar volgens de Verenigde Naties heeft de politie geen hand uitgestoken om de geweldplegingen door de milities een halt toe te roepen; het Indonesische leger zou hen zelfs hebben getraind en bewapend. Sommige Oost-Timorezen die voor de VN werken zeggen dat ze door Indonesische militairen of politiefunctionarissen met de dood zijn bedreigd.

Indonesië staat dan ook onder toenemende druk om toch VN-troepen toe te laten. 'Een internationale actie in Oost-Timor ter bescherming van de mensenrechten van een geterroriseerde bevolking is dringend noodzakelijk', verklaarde de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Mary Robinson, vrijdag.

De woordvoerder van de Oost-Timorese onafhankelijkheidsbeweging, Nobelprijswinnaar José Ramos Horta, dringt er bij IMF, Wereldbank en donorlanden op aan hun hulp aan Indonesië stop te zetten zolang Jakarta de milities in Oost-Timor hun gang laat gaan. Ook Ramos Horta vraagt om VN-troepen. 'Het is duidelijk dat het Indonesische leger deel uitmaakt van het probleem, niet van de oplossing', zei hij in The Sydney Morning Herald.

Uit veiligheidsoverwegingen houden het Rode Kruis en de vluchtelingenorganisatie van de VN hun medewerkers in Dili. Daar proberen ze 30 duizend gevluchte plattelandsbewoners, die zijn ondergebracht in kerken en scholen, van voedsel te voorzien. Anderzijds zijn de afgelopen dagen duizenden mensen Dili ontvlucht. Sommigen hebben Oost-Timor per schip verlaten. Buiten Dili zijn 20- tot 25 duizend dorpelingen op drift geraakt, over wier lot niets bekend is.

Meer over