Milieudienst Nijmegen te laks in schandaal

Heel Nijmegen-West moet worden afgegraven als de gemeente zich zou houden aan de landelijke regels voor het saneren van vervuilde grond....

Van onze verslaggever

Mac van Dinther

NIJMEGEN

'Dat is dus irreëel', schreef een ambtenaar van de gemeente begin jaren negentig aan zijn bazen. Hij kon toen niet bevroeden dat wat hij losjes constateerde, zou uitgroeien tot het grootste milieuschandaal van Nijmegen.

De ambtelijke ontboezeming is een van de honderden stukken in het veertig ordners dikke vuile-gronddossier van Nijmegen. De gemeente heeft lange tijd halsstarrig geweigerd de stukken openbaar te maken. Na aandringen van de oppositie in de gemeenteraad is het dossier deze week toch ter inzage gelegd.

Ambtenaren zijn maanden bezig geweest om de stukken te anoniem te maken door namen en functies weg te lakken. Desondanks valt op te maken dat justitie een tijdlang ex-wethouder Jan Wijnia van GroenLinks als hoofdverdachte heeft beschouwd. Ook al omdat Wijnia een brief heeft toegevoegd waarin hij alle beschuldigingen ontkent. Maar ook andere wethouders, onder wie W. Hompe, toen van volkshuisvesting en milieu, nu onder andere van financiën, hebben boter op hun hoofd.

Het dossier laat zich niet lezen als een schelmenroman, maar meer als de notulen van een spelletje ambtelijk zwartepieten. De lager geplaatsten zeggen in opdracht te hebben gehandeld van de leiding, maar die houdt vol van niets te weten.

Nieuws bevat het dossier niet. De hoofdlijnen zijn al naar buiten gebracht door het Openbaar Ministerie in Arnhem, dat van plan was de gemeente voor de rechter te slepen, maar daar vanaf zag vanwege het Pikmeerarrest. Zo weten we al dat Nijmegen jarenlang heeft gerommeld met vervuilde grond.

Wat aan die kennis wordt toegevoegd, is dat directeuren van diensten als volkshuisvesting (waar milieu onder viel) en het grondbedrijf veel macht hadden. De afdeling milieu en de bijbehorende wethouder hingen er een beetje bij.

Milieu had slechts een 'adviserende' functie. En die vervulde men braaf, blijkt uit de verhoren van ambtenaren van de afdeling. Zo werden er jaren geleden al memo's gestuurd dat de gemeente 'dagelijks en permanent' in overtreding was door vervuilde grond te vervoeren zonder provinciale vergunning. Ook trokken medewerkers aan de bel omdat stortplaatsen niet in de haak waren.

Het antwoord was steeds dat er geen tijd was om op vergunningen te wachten en geen geld voor sanering en fatsoenlijke opslag. Milieu kon wel adviseren, maar het grondbedrijf moest betalen. En die had geen budget voor saneringen, aldus ambtenaren van milieu.

Het is vooral de baas van deze afdeling die uitpakt. Op de vraag of burgemeester en wethouders wisten wat er onder hen gebeurde, antwoordt hij met een volmondig ja. Tot op het hoogste niveau wist men er van, beweert de hoge milieuambtenaar. De wethouder was volgens hem altijd volledig op de hoogte, 'maar wilde het soms liever niet weten'.

De milieuambtenaar refereert onder andere naar een overleg, waarin in bijzijn van de verantwoordelijke wethouders werd afgesproken geen vergunningen aan te vragen bij de provincie, omdat dat te lang duurde. Het belang van bedrijven die snel geholpen wilden worden, ging voor.

Wethouder Wijnia en het hoofd van de dienst zouden er ook bij zijn geweest toen na een duur uitgevallen sanering van een bouwterrein in de binnenstad besloten werd voortaan terughoudend om te gaan met het aanmelden van nieuwe lokaties bij de provincie. Nijmegen kon zelf wel uitmaken wat verantwoord was en wat niet, had de wethouder gesteld.

Als de directeur van de dienst volkshuisvesting, onder wie milieu valt, hiernaar wordt gevraagd, laat zijn geheugen hem in de steek. 'Ik ontken dat niet, maar kan mij het gesprek niet meer herinneren.' Ex-wethouder Wijnia ontkent. 'Ik heb daar duidelijk op gereageerd: gewoon melden.'

Als ambtenaren iets anders zeggen dan is dat 'belachelijk en gelogen', aldus Wijnia. Hij heeft maar één conclusie. Die is dat directeuren hem hebben 'misleid' en 'buiten spel' gezet. Gezien hun macht acht hij dat heel goed mogelijk. Dat zegt iets over de verhoudingen in het Nijmeegse gemeentehuis.

Blijft staan dat ambtenaren zich ervan bewust waren dat zij 'formeel' strafbare handelingen pleegden, maar het 'gevoelsmatig' toch verantwoord vonden, gezien de onwerkbaarheid van de milieuregels. Dan doemt de vraag op of het in andere gemeenten anders is gegaan.

Met betrekking tot het aanvragen van een vergunning voor het vervoer van vervuilde grond zeer zeker, leert een staatje in het dossier. In de periode 1993-1994 vroeg Apeldoorn 46 maal een vergunning aan, Arnhem 37 keer en Nijmegen 2 keer, evenveel als Elburg en Eibergen. Dan had er bij de provincie ook een belletje kunnen gaan rinkelen.

Meer over