'Mijn zusters hebben het in Syrië beter dan hier'

Een zaal vol verontruste moeders hoort de boodschap aan die een meisje van 14 namens haar vriendinnen in Syrië overbrengt.

DEN HAAG - 14 is ze, gekleed in een zwarte ghimaar (halflange hoofddoek) en zwarte handschoentjes. Ze is naar buurthuis De Mussen in de Haagse Schilderswijk gekomen om een boodschap over te brengen van haar vriendinnen die 'samen met hun man naar Syrië zijn geëmigreerd'. Tegen een zaal vol verontruste moeders, onder wie drie wier zonen in Syrië strijden, zegt ze dat haar vriendinnen het daar beter hebben dan in Nederland. 'Ze hebben de wereld van de kufar (ongelovigen) verlaten, ze wandelen nu op het pad van Allah.'

De meeste vrouwen zijn onthutst en woedend. Hoe kunnen jonge meisjes beter af zijn in een land dat wordt verscheurd door een burgeroorlog? Het meisje zegt de emoties te snappen, 'want het gaat om uw kinderen die u negen maanden bij u heeft gedragen'.

Maar ze vraagt de zaal ook het besluit van de meisjes te accepteren. 'Ze zijn getrouwd, krijgen kinderen, willen daar een toekomst opbouwen.' Daar is geen toekomst, huilt een moeder, daar ga je dood. En in Nederland kan je de islam toch ook praktiseren.

Het meisje schudt nee. 'Ze willen sterven in een islamitisch land.' Ze zegt de verhalen over de jihad 'heel mooi' te vinden.

Maar, verzekert ze de zaal, zelf zal zij niet afreizen naar Syrië. Ze wil slechts de boodschap van 'haar zusters' overbrengen. En dan is ze weg, de zaal verbijsterd achterlatend.

Dat het meisje niet zal vertrekken als ze de kans krijgt, geloven maar weinigen. Een enkeling applaudisseert voor haar, omdat ze zo dapper is geweest zich uit te spreken.

Uit de uitwisseling van ervaringen en het pittige debat dat losbreekt na haar vertrek blijkt dat de ouders van popjihadi's met de handen in het haar zitten. Hoe herken je signalen? Wat zeg je tegen je kinderen? Hoe controleer je, als internetanalfabeet, het gedrag van je kind op de sociale media? Waar kan je hulp krijgen?

Bij de politie, zegt een wijkagente. Maar de drempel van een politiebureau is voor de meeste ouders te hoog. Er is behoefte aan vertrouwenspersonen, die een brug kunnen slaan tussen overheidsinstanties (die vaak worden gewantrouwd) en de gemeenschappen. Aan een organisatie als Hayat (Leven), een Duitse ngo die sinds 2011 op vertrouwensbasis in contact probeert te treden met de directe omgeving van popjihadi's.

Hayat valt onder de organisatie ASTIU (Arbeitsstelle Islamismus und Ultranationalismus) en maakt gebruik van de expertise die is opgedaan met het begeleiden van extreem-rechtse jongeren en hun families. Zowel in preventieve zin als bij het uittreden uit de groep.

Dit jaar is ook in Nederland, Denemarken en Groot-Brittannië een met Europees geld gefinancierd onderzoek begonnen naar het involveren van families van zowel islamisten als rechts-extremisten.

undefined

Meer over