'Mijn vader Ad den Besten had een feilloos gevoel voor talent'

Zowel als dichter als ontdekker van de avant-gardistische Vijftigers kreeg hij bekendheid.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Ad den Besten kwam met de poëzie in aanraking omdat zijn vader compagnon was van de grote vooroorlogse dichter Hendrik Marsman. Beiden waren advocaat. Marsman zou aan het begin van de oorlog - op de vlucht voor de nazi's - overlijden. Den Besten senior zou als NSB-lid juist door de bezetters als burgemeester van Apeldoorn worden benoemd, maar werd ontslagen toen hij anti-Joodse maatregelen weigerde in te voeren.

Als christelijke dichter kreeg Ad den Besten bekendheid, maar hij was ook belangrijk als ontdekker van het werk van de avant-gardistische Vijftigers waarvoor hij bij uitgeverij Holland de Windroos-reeks creëerde. Simon Vinkenoog, Remco Campert, Jan Hanlo en Gerrit Kouwenaar zouden daar debuteren. 'Mijn vader had een feilloos gevoel voor talent', zegt zijn dochter Liesbeth den Besten. Daardoor speelde hij een sleutelrol in de na-oorlogse poëzie, maar hij was ook een gewaardeerd vertaler van Duitse poëzie en kerkliederen én een bevlogen docent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij overleed op 31 maart in Amstelveen. Sinds het einde van de jaren negentig leed hij aan de ziekte van Alzheimer.

Scheiding

Ad den Besten werd in 1923 geboren in een christelijk milieu. Zijn ouders scheidden al op jonge leeftijd, waarna hij bij zijn moeder bleef wonen. Zijn eerste gedichten publiceerde hij al voor de oorlog in het tijdschrift Opwaartsche Wegen. Tijdens de oorlog studeerde hij theologie in Utrecht. Hij tekende de loyaliteitsverklaring, maar publiceerde ook in clandestiene bladen. Uiteindelijk zou hij als dwangarbeider naar Duitsland worden weggevoerd. In 1946 debuteerde hij met zijn eerste dichtbundel Dubbel leven. Hij besloot in de jaren vijftig het werk van traditionele christelijke dichters te combineren met dat van de opstandige vijftigers. In 1953 stelde hij Stroomgebied. Een bloemlezing uit de poëzie van de na-oorlogse dichtersgeneratie samen. Daarnaast schreef hij recensies over voornamelijk Duitse literatuur voor De Groene. Hij was een van de eerste literatoren die contact zocht met dichters uit Oost-Duitsland. In 1960 verscheen Deutsche Lyrik auf der anderen Seite, een bundel van dichtkunst uit de DDR voor de West-Duitse markt. Hij vertaalde ook het werk van grote Duitse dichters uit de romantiek zoals Friedrich Hölderlin.

In 1973 promoveerde hij op een studie naar de geschiedenis van het Wilhelmus. Zijn eigen op de christelijke leest geschoeide dichtkunst werd in de jaren zestig en zeventig door de nieuwe generatie amper nog geapprecieerd. Gerrit Komrij noemde hem een knullige christelijke namaak-poëet. Toen een aantal Nederlandse dichters en vertalers Hölderlins Hälfte des Lebens vertaalde, werd Ad den Besten overgeslagen. Gelukkig kreeg hij in 1989 nog wel de Nijhoff-prijs voor zijn eigen Hölderlin-vertalingen. Zijn vijfde en laatste bundel, Een stem boven het water uit, verscheen in 1973. In dat jaar werd ook Het Liedboek voor de kerken gepubliceerd, dat tot op de dag van vandaag in protestantse kerken wordt gebruikt.

In 1990 zei hij na de val van de Muur in een interview met De Groene: 'De DDR als antifascistische staat, dat is toch een levensleugen bij uitnemendheid!' Hij bleef een traditionalist, hoewel zijn kleinkinderen graag zijn jarenvijftigcoupe mochten veranderen in een vetkuif of punkkapsel. Rond 2000, toen hij betrokken was bij het publicatieproject van de dagboeken van de theoloog Miskotte, moest hij vanwege de eerste symptomen van alzheimer stoppen met zijn werkzaamheden. Den Besten was getrouwd en had drie kinderen.

Meer over