InterviewGulali Mohammadi

‘Mijn moeder schrok: als jij parlementslid wordt, ben ik je moeder niet meer’

De 27-jarige Gulali Mohammadi uit Uruzgan verzon een list om naar school te mogen en volgde later een opleiding tot vroedvrouw, betaald door Nederland. Nu is zij het jongste parlementslid van Afghanistan. ‘Ik wil vrouwen sterker maken.’

Gulali Mohammadi: ‘Ik vond mezelf te jong, te onwetend. Maar al gauw merkte ik dat veel parlementsleden niks zeggen omdat ze geen opleiding hebben gehad.’ Beeld Noël van Bemmel
Gulali Mohammadi: ‘Ik vond mezelf te jong, te onwetend. Maar al gauw merkte ik dat veel parlementsleden niks zeggen omdat ze geen opleiding hebben gehad.’Beeld Noël van Bemmel

Ze is een opvallende verschijning in de gangen van het parlementsgebouw van Afghanistan. In de witmarmeren hal, tussen mannen in pak en een enkele vrouw in lang zwart gewaad, valt Gulali Mohammadi op in haar groene bloemetjesjurk, hoge hakken en fluor-roze hoofddoek. Het 27-jarige parlementslid uit de zuidelijke provincie Uruzgan, waar vrouwen doorgaans onzichtbaar zijn in het openbare leven, is niet bang gezien te worden. Of om haar microfoon aan te zetten in het Afghaanse parlement waar zij de jongste afgevaardigde is.

Gulali ontvangt in haar kantoor in Kabul, achter een knalroze poort in een overvolle volkswijk. De slagboom en de bewakers met kalasjnikovs en kogelwerende vesten zijn niets bijzonders in de Afghaanse hoofdstad. ‘Ik kom uit een familie van moellahs’ zegt Gulali in haar ontvangstruimte met luie stoelen. ‘Alle mannen in mijn familie gingen voor in de moskee.’ Ze is geboren in Mehrabad, een verzameling dorpen in Uruzgan, tien kilometer ten oosten van de provinciehoofdstad Tarin Kowt. De Taliban was destijds de baas in die dorpen, en dat zijn ze nog steeds.

‘Ik moest vechten met mijn familie om naar school te mogen’, zegt Gulali. Het hielp, stelt zij, dat haar vader geletterd was en de Koran kende. ‘Daarin staat nergens dat meisjes thuis moeten blijven.’ Het hielp ook dat haar ouders verhuisden naar Kandahar, de tweede stad van Afghanistan. Ook daar gelden de pre-islamitische leefregels van de pathanen, maar minder strikt dan in Uruzgan waar vrouwen binnen blijven, tribale leiders de baas zijn en de moellah snelrecht levert. ‘De normale leeftijd om te trouwen in Uruzgan is 12 jaar’, zegt Gulali. ‘Maar ik ken ook voorbeelden van 8 jaar.’ Toen Gulali naar school wilde, riepen haar broers en neefjes: dan maken wij je dood. ‘Mijn neef in Mehrabad is een Taliban en die roept dat nog steeds. Het kan me niet meer schelen.’

Eigen school

De wandeling naar de basisschool was volgens Gulali een bange tocht. ‘We woonden in een buurt waar meisjes niet naar school gingen. Mijn moeder pakte iedere dag mijn hand en liet die pas weer los bij de schoolpoort. Om twaalf uur kwam ze me weer halen.’ In de negende klas, op haar 13de, mocht Gulali niet meer naar school. ‘Hoog tijd’, zei haar moeder, ‘dat je de huiselijke taken leert uitvoeren en zo snel mogelijk trouwt en kinderen krijgt.’ Gulali beloofde haar taken te zullen vervullen, maar vroeg één jaar respijt voor de bruiloft om te bewijzen dat ze meer in haar mars heeft.

Gulali begon een eigen school in de gastenkamer. ‘Ik vond zestig analfabete vrouwen die wel wilden leren lezen en schrijven. Plus nog eens een groep van dertig arme kinderen.’ Gulali leerde de vrouwen hun naam schrijven en eenvoudige teksten lezen. Haar vader, inmiddels ziek en deels verlamd, ontfermde zich over de kinderen. ‘De overheid betaalde ons voor die lessen. Zo bewees ik dat een meisje met een opleiding meer kan dan schapen melken en yoghurt maken. Ik verdiende geld voor de familie.’

Daarna mocht Gulali naar de middelbare school. ‘Ik was het enige meisje tussen vijftig jongens.’ Later volgt zij een tweejarige opleiding tot vroedvrouw aan het Kandahar Institute of Health Sciences, een overheidsinstelling die al 14 jaar wordt gefinancierd door de Nederlandse hulporganisatie Cordaid, met geld van de Nederlandse overheid. ‘Ik werkte zes jaar als vroedvrouw’, zegt Gulali. Met plezier, stelt zij, maar het werk leverde niet genoeg op. ‘Mijn vader overleed, ik moest als oudste kind voor mijn moeder, zussen en broers zorgen.’ Gulali vindt een baan als manager vliegveiligheid op de luchthaven van Kandahar. ‘Ik werkte ’s ochtends op de luchthaven en aansluitend tot acht uur ’s avonds als vroedvrouw.’

Gulali Mohammadi Beeld Noël van Bemmel
Gulali MohammadiBeeld Noël van Bemmel

‘Dan ben ik je moeder niet meer’

Twee jaar geleden stelde Gulali zich kandidaat voor de parlementsverkiezingen in haar geboorteprovincie Uruzgan. De eerste reactie van haar moeder: ‘Dan ben ik je moeder niet meer.’ Haar broers wilden haar weer dood. ‘Maar ik wilde wat doen voor de mensen in Uruzgan. Vooral voor de vrouwen die daar een gemarginaliseerd leven leiden. Zij hebben recht op toegang tot scholing, werk en gezondheidszorg, maar dat weten zij niet. Ik wil vrouwen sterker maken.’ Wat ook meespeelt, erkent Gulali, is dat parlementsleden in Afghanistan een fatsoenlijk salaris verdienen en aanzien genieten.

Over de campagne kan Gulali naar eigen zeggen een boek schrijven over vrouwvijandigheid en corruptie. ‘Er waren negen kandidaten voor één vrouwelijke zetel, onder wie rijke vrouwen die in Duitsland en in Australië woonden en veel geld overmaakten aan tribale leiders.’ Haar slimste zet, naar eigen zeggen, een gratis spreekuur in de ochtend. ‘Ik gaf advies en medicijnen aan zwangere vrouwen. Die vertelden thuis aan hun mannen dat ik al werk had, en dus de mensen van Uruzgan oprecht wilde helpen.’

Gulali wint de vrouwenzetel. ‘Veel soldaten en agenten hebben op mij gestemd’, weet Gulali. Juist omdat zij niet heeft geprobeerd hun stemmen te kopen via commandanten (wat verboden is). Afgelopen anderhalf jaar bezocht Gulali zeven keer haar geboorteprovincie als parlementslid. Op haar iPhone laat ze beelden zien van werkbezoeken: op de bazaar zonder boerka, in een moskee met louter mannen die verschrikt hun ogen bedekken. ‘Ik zeg altijd; als ik mijn gezicht bedek, hoe kun je dan zien dat ik je parlementslid ben?’ Veel gesprekken gaan volgens haar over de slechte economie, onveiligheid, de Koran en vrouwenrechten. Zij waagt zich niet buiten Tarin Kowt, maar ook daar landde een raket voor haar kantoor. Afgelopen maand werden zes overheidsfunctionarissen vermoord. ‘Door de Taliban, IS, tribaal conflict? Niemand weet het.’

Hart ligt bij Uruzgan

In het parlement begon Gulali wat onzeker, zegt ze. ‘Ik vond mezelf te jong, te onwetend. Maar al gauw merkte ik dat veel parlementsleden niks zeggen omdat ze geen opleiding hebben gehad.’ Sindsdien grijpt ze vaak de microfoon. Misschien wel te vaak. ‘Mijn collega’s zeggen dat ze nog nooit zoveel over Uruzgan hebben gehoord.’

In Uruzgan roept Gulali vrouwen op zich te melden voor een gratis bacheloropleiding in Tadjikistan of in Kabul. ‘Ik vind wel beurzen, maar geen kandidaten.’ Tijdens werkbezoeken probeert zij mannen te overtuigen hun dochters te laten studeren. Onlangs app-tje een man uit Uruzgan of ze een beurs had voor zijn twee zusters. ‘Het is voor het eerst dat ik zo’n verzoek krijg, ik vind dat hoopgevend.’

Op werkbezoek is Gulali altijd en overal de enige vrouw. ‘Mijn doel is alle aanwezige mannen te brainwashen. Maar ik moet dat slim doen.’ Als voorbeeld noemt Gulali een cursus die zij opzette ter voorbereiding op het toelatingsexamen van de universiteit. Die is voor mannen én vrouwen. ‘Ik doe het eigenlijk voor de vrouwen, maar zonder steun van de mannen krijg ik niks voor elkaar.’

Gulali maakt zich zorgen over de lopende vredesbesprekingen tussen de Afghaanse regering en de Taliban, in Qatar. ‘Ik hoop dat er duurzame vrede komt. Maar ik maak me zorgen of de Taliban echt bereid zullen zijn de rechten van vrouwen te respecteren.’ Of die wel of niet een boerka moeten dragen, maakt volgens Gulali niet uit. ‘Het gaat om recht op scholing en werk, toegang tot gezondheidszorg en eerlijke rechtspraak.

De familie is inmiddels gewend aan Gulali’s politieke functie en aan de rij vreemden uit Uruzgan die zij dagelijks ontvangt op haar kantoor. ‘Niemand die nog beweert dat ik niet mag werken; ik ben hun geldmachine. Haha!’

Geweld in Afghanistan gaat ondanks vredesonderhandelingen door

Zondag zijn in Kabul, Afghanistan, twee vrouwelijke rechters van het Hooggerechtshof doodgeschoten. Ze waren op weg naar hun werk en de laatste slachtoffers in een lange rij van ambtenaren, journalisten en activisten die afgelopen maanden werden vermoord. Een dag eerder kwamen bij bomaanslagen in Kabul en elders en een aanval van Talibanstrijders in de provincie Herat nog veertien mensen om.

Het geweld in Afghanistan gaat door, ondanks de vredesbesprekingen die de regering van president Ashraf Ghani in Doha, Qatar, voert met vertegenwoordigers van de Taliban, de conservatief-islamitische beweging die een groot deel van het land in handen heeft. De Taliban weigeren een staakt-het-vuren en blijven regeringstroepen aanvallen, maar ontkennen betrokkenheid bij de meeste aanslagen, zoals die op de rechters. Vaak zijn die het werk van Islamitische Staat, de andere, veel kleinere gewelddadige islamitische groep die actief is in het land.

De vredesbesprekingen in Qatar schieten met al dat geweld niet op. Ze werden februari vorig jaar afgetrapt met een deal tussen de Verenigde Staten en de Taliban die voorzag in geleidelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen in ruil voor veiligheidsgaranties door de Taliban. Vrijdag bracht vertrekkend president Trump het aantal Amerikaanse militairen terug van tot 2.500, het laagste aantal sinds 2001, toen de VS in de nasleep van 9/11 het toenmalige Talibanregime verjoegen.

Serieuze onderhandelingen tussen de Afghaanse regering en de Taliban begonnen in september. Ze liepen al snel vast over het staakt-het-vuren maar werden begin deze maand hernomen. Volgens diplomatieke bronnen aan beide kanten zullen ze pas vaart krijgen als aankomend president Biden woensdag in Washington aantreedt en (waarschijnlijk snel) zijn nieuwe Afghanistanbeleid bekend maakt. (Ben van Raaij)

Lees ook

Wat is er over van de Nederlandse miljoenen in Uruzgan?
Na tien jaar keert oud-diplomaat Marten de Boer terug naar Uruzgan, waar hij miljoenen euro’s aan Nederlands hulpgeld uitgaf om scholen, wegen en bruggen te bouwen. Wat is er van zijn werk geworden, nu de provincie weer bijna volledig in handen is van de Taliban?

‘Ik heb geen boerka en die ga ik ook niet kopen!’ Terug in Kabul, dat snakt naar modernisering
Er zal democratie zijn en meisjes mogen naar school, beloven de Taliban in historische onderhandelingen met de Afghaanse regering. In hoofdstad Kabul snakt men naar vrede, maar heerst ook argwaan. ‘Als het hier weer net zo wordt als in de jaren negentig, vluchten we naar Europa.’

Meer over