Mijn kostenplaatje

Goed idee van de PVV, thuis zijn we daarom meteen enthousiast aan het rekenen geslagen

Sheila Sitalsing

Het is een goed idee van de PVV om het voltallige kabinet te laten uitrekenen wat de jarenlange immigratie van donkerogige types Nederland heeft gekost (of opgeleverd wellicht, maar daar gaan we voorshands niet vanuit). Thuis zijn we daarom meteen enthousiast aan het rekenen geslagen: wat heeft een indivdueel 22-jarig verblijf in Nederland de hardwerkende belastingbetaler gekost? Hieronder mijn bescheiden bijdrage aan de rekensom waar een stuk of 12 ministeries op zitten te zwoegen.

Verre buitenlanden

De eerste zeventien jaar kunnen we overslaan, want doorgebracht in verre buitenlanden. Weliswaar zijn dat landen (Suriname, Curacao) waar elk kind op school leert dat Sinterklaas bestaat en aan de Noordzee woont, maar wat dat ongegeneerd de hand ophouden in ex-kolonien de hardwerkende Nederlander kost, is een ander vraagstuk. Om die berekening gaat Hero Brinkman ongetwijfeld nog een keer vragen. Maar dat terzijde.

In 1986 begint de tikker thuis te lopen. De grote overtocht naar het land van melk en honing zelf is gefinancierd met eerlijk verdiend geld van een hardwerkende vader. Eenmaal geland in Amsterdam begint het Grote Ontvangen. Elke student krijgt basisbeurs, dan nog een ongeclausuleerde gift van 600 gulden (circa 275 euro) per maand. Moeder, die altijd vreest dat gratis achteraf niet gratis blijkt te zijn, vraagt nog of je die beurs niet kunt weigeren. Maar de Informatie Beheer Groep is onverbiddelijk: hier met dat gironummer!

Basisbeurs

Het geld wordt onmiddellijk teruggepompt, de Nederlandse economie in. Het gaat naar vage kamerverhuurders, naar macaroni uit de soos, naar zwarte puntschoenen met zilverbeslag en naar Palestijnse sjaals. Die laatste twee dingen zijn in de mode. Omdat de basisbeurs volledig gecofinancierd wordt vanuit de spaarrekening van hardwerkende vader (de IBG-guldens worden royaal aangevuld met een externe geldstroom) , kun je spreken van een positief multiplier-effect op de Nederlandse economie.

Dan het studeren zelf. Dat leunt uiteraard zwaar op de Staat der Nederlanden; het collegegeld dekt een fractie van de werkelijke kosten. Anderzijds is Economie een goedkope studie, zonder dure practica. Maar zeven lange jaren met wisselend succes het student uithangen, is hoe dan ook een dure grap voor de hardwerkende belastingbetaler. Dat zal later moeten worden goedgemaakt.

In de overschietende uren, wordt er gewerkt: kantoren schoonmaken, balansen overtypen, telefoon aannemen. Bijdrage aan het bbp: gemiddeld rond de 10 gulden (ongeveer 4,50 euro) per uur. In de particuliere sector verdiend, en na aftrek van belasting en sociale premies net zo hard uitgegeven in diezelfde particuliere sector. Aan leren pumps met puntneuzen en suede enkellaarsjes bijvoorbeeld.

Eerste baan

Dan komen de bul en de eerste echte baan, bij de beste krant van Rotterdam. Een CAO-plek. Dat is een door de eigen bedrijfstak gecreeerde arbeidsplaats voor goedkope beginnelingen. Het salaris (2000 gulden per maand, circa 900 euro, bruto!) is onder de Ziekenfondsgrens. Maar het beroep op de gezondheidszorg is te overzien. En het belasting en premie afdragen begint. De pumps krijgen ronde neuzen en blokhakken.

Daarna gaat het hard: andere baan, meer geld, nog meer schoenen, nog leuker werk, Italiaanse laarzen. Met de aanschaf van een auto stijgt de bijdrage aan de schatkist pas echt, dankzij wegenbelasting, accijnzen op benzine en snelheidsboetes. Die laatste vallen eigenlijk onder het kopje ‘contacten met Justitie’, een aparte post op de allochtonenbegroting. De auto zelf vergt zoveel liefdevolle attentie, dat de vaste, autochtone garagist kan verhuizen van een oude loods op een achtererf naar een chique showroom met glazen pui. Dat valt onder stimulansen voor het lokale MKB.

Scheefhuren

Het wonen is een vraagteken in de berekening. Nooit een fatsoenlijk huis gekocht zoals nette Nederlanders dat doen, altijd scheefgehuurd bij een woningcorporatie. Een minpuntje. Wel hielden we het achterom, formeel openbare weg maar verwaarloosd door de gemeente, jarenlang zelf vrij van onkruid en zwerverspoep en hingen we er op eigen kosten een buitenlamp op. Daar hebben we nooit een rekening voor gestuurd naar de gemeente, dus misschien maakt dat het scheefhuren weer goed.

Er zitten wat lastigheden in de rekenopgave: tussendoor een paar jaar in het buitenland gewerkt; wel in Nederland premies doorbetaald voor voorzieningen waar (nog) geen beroep op is gedaan. Lijkt positief voor de staat. Anderzijds te veel dure schoenen in het buitenland gekocht, dus daar heeft Nederland niks aan.

Dan komen de kinderen en kantelt de verhouding. Het maken en baren alleen al kost heel wat ziekenhuisbezoek – dat zijn staatskosten. Daar staat jarenlange bijdrag aan een dure particuliere ziekekostenverzekering tegenover.


Kinderbijslag

Als de kinderen er eenmaal zijn, begint het grote uitbetalen door de Nederlandse staat. De ongevraagde kinderbijslag (weigeren is schier onmogelijk, net als vroeger bij de basisbeurs) is bijna 200 euro per kwartaal.


Daarnaast betaalt de overheid een deel van de crechekosten. Eerst verbazingwekkend veel, later wordt dat - heel verstandig - wat versoberd. Ook mogen de kinderen gratis naar het consultatiebureau.


Daar staat tegenover de ruime creatie van (zwarte) werkgelegenheid in de vorm van oppassen, schoonmaaksters en andere hulptroepen – allemaal autochtonen. De grootste dreun is voor de schoenenindustrie; de uitgavenstroom wordt verlegd naar het Kruidvat (luiers, zoogcompressen) en de Hema (rompers).

Belasting

Vanaf 1993 zijn er grofweg tonnen betaald aan belasting en sociale premies voor voorzieningen waar we zelf geen gebruik van hebben gemaakt. We onderhielden bejaarden (AOW-premie), chronisch zieken (AWBZ), en werklozen (WW). We hebben blijmoedig meebetaald aan zaken waar we wel van profiteerden: droge voeten (waterschapsbelasting), een schone stad (afval- en rioolheffing), goede wegen (wegenbelasting). Dat zou die eerste jaren van studerend lanterfanten ruimschoots moeten goedmaken.

Nu kosten we even niks meer, want we zijn onlangs voor een tijdje naar Suriname vertrokken. Met de rekensommen van de PVV heeft dat niks te maken; we waren gewoon toe aan meer zon en minder buren. Er is ons hier nog niet gevraagd wat we kosten. Voor je-weet-maar-nooit zijn we alvast begonnen met nauw te administreren wat we uitgeven, bij wie we allemaal de hand ophouden en hoeveel slijtage we toebrengen aan de wegen. Helaas zijn de schoenen hier niet zo mooi.

Meer over