Mijn kleine neefje

Het is druk in de kleine woonkamer. Mensen lopen af en aan met eten, drinken of soms papieren die gelezen en uitgelegd moeten worden....

Mijn moeder koert om het pasgetrouwde stel heen.

Ik zoek naar tekenen van claustrofobie bij mijn broer en zijnvrouw, maar ze laten de aandacht gelaten over zich heenkomen. Ikvoel lichte weerstand bij het zien van de drieëenheid.

Op de bank zit mijn kleine neefje stilletjes een puzzel temaken. Ineengedoken, met zijn mollige benen in kleermakerszit,kijkt hij sluiks om zich heen en bestudeert de gasten.

Hij is negen en speelt dat hij speelt.

Als hij ziet dat ik naar hem kijk, buigt hij zich weer overzijn puzzel. Zijn blik verontrust mij: te oud voor een kind vannegen.

Even later komt er taart op tafel, voor mijn moeder, hetkerstkindje. Er wordt naar goed gebruik niet gezongen, evenminis er een cadeau.

De kinderen krijgen taart.

Voor de zoveelste keer tijdens dit bezoek merk ik iets op. Dekleine neef krijgt een uitbrander van zijn moeder. Hij gaat ietsverder van de salontafel af zitten, zijn ogen nog steedsgefixeerd op de taart.

Mokkend geeft zijn moeder hem een stuk taart dat hij snel ensmakkend op eet. Een perfecte kopie van zijn vader. De moedergeeft hem een uitbrander. Hij moet kauwen en niet smakken. Haarirritatie is te groot voor een kleine jongen van negen.

Ik slik en besluit niets te zeggen.

Het is makkelijk vanaf de zijlijn toe te kijken en het beterte weten. Het is makkelijk te zeggen dat ze haar kind zelf heeftvet gemest vanaf dat hij klein was en dat ze hem nu dus nietverantwoordelijk kan houden.

Het is makkelijk te zeggen dat hij er niets aan kan doen dathij op zijn vader lijkt.

Het is allemaal makkelijk en het zal niets veranderen. Etenis de enige troost en de man zal nooit weggaan.

Dus laat ik het zo.

Zijn broertje, nog maar anderhalf, dribbelt de kamer door.Levendig, alert, goedlachs en pienter. Hij lijkt op zijn broertoen die zo oud was. Alleen vertegenwoordigt de kleine neef geenhoop en belofte meer.

Zijn vader komt binnen. Ergens in mijn binnenste gaat een deuropen en iemand roept: 'Deadman walking!'

Hij is doorzichtig, deze man. In de familie is hij hetomega-mannetje. Zelfs van de vrouwen geniet hij geen respect.

De man die een paar weken geleden nog tegen de politie zei:'In onze cultuur is het normaal om je vrouw te slaan.'

En gelukkig werd uitgelachen.

Deze man heeft zichzelf gevonden in de ogen van mijn vriend.De buitenstaander die geen weet heeft van een geschiedenis. Vanmislukkingen. De buitenstaander door wiens ogen het goede in hemnaar boven komt, die hem beziet en behandelt als een volwaardigman.

De vader zit onder het smeer en overhandigt trots en verlegende autosleutels. Mijn vriend is oprecht blij en dankbaar.

De kleine neef kijkt telkens verlegen op van zijn puzzel. Alsde mannen hard lachen om elkaars flauwe grappen, lacht hijzachtjes mee.

De moeder, kleine neef en de vader - alledrie hebben eenverlegen blik, glimlachen en lijken te glanzen.

Nu pas valt het me op hoe weinig dat kennelijk gebeurt:validatie. Deze mensen - ze bestaan en zijn ergens goed voor.

Het is onthutsend hoeveel invloed het valideren van de waardeen mannelijkheid van de vader op vrouw en kind heeft.

In de keuken hebben zijn moeder en ik het over kleine neef.Ze ziet nog maar een oplossing om zijn toekomst enigszins teredden: ze zal hem naar een internaat sturen.

Eigenlijk is het een 'huis'. De kinderen gaan gewoon naarschool, maar slapen door de weeks in het 'huis'.

Daar wonen ook 'broers' en 'zussen' die hen helpen methuiswerk en dergelijke. Het is nogal prijzig, maar het is vooralvoor kinderen die achterlopen of dreigen te ontsporen.

Ik weet niets te zeggen.

Zij ziet het als zijn laatste kans. Helaas kunnen de kinderener pas met de brugklas terecht. Nog drie jaar zal kleine neef zodoorleven. Elke dag weer zal hij nog een stukje achterraken.

Misschien, op een wonderlijke wijze, kan het allemaal wordenrechtgetrokken, want dom is hij zeker niet. Kleine neef zal dekomende decennia armoede, onwetendheid, tegenwerking envooroordelen het hoofd moeten bieden. Om van het leven maar tezwijgen.

Om zijn lot in eigen handen te nemen, moet hij van een persoonop aan kunnen: zichzelf.

Dat 'zelf' is uiterst kwetsbaar en nu al bezig zich temanifesteren, soms opdringerig, soms bazig schreeuwerig en somsheel stil en observerend.

Toen ik naast hem zat en onbewust mijn dochter aan hetknuffelen was, die even oud is als hij, betrapte ik hem op eenkoele blik. Het was de blik waarmee ik ook naar de drieëenheidheb gekeken van mijn moeder, broer en zijn vrouw: jaloezie.

Meer over