MIJN GENERATIE BESTAAT NIET

'WAT ben jij?'..

Als mensen vragen naar je sterrenbeeld weet je dat je op het verkeerde feest bent beland. Ik antwoord dan altijd dat mijn teken Vissen is, om er fijntjes aan toe te voegen dat vissen helaas niet in astrologie geloven. Het liefste zou ik het debat over de tegenstellingen tussen babyboomers en de verloren generatie op dezelfde manier verstommen: 'Mijn generatie gelooft niet in het generatiedenken.'

Maar telkens blijken er leeftijdsgenoten te zijn die daar anders over denken. In het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag komen ze aan het woord. Waarmee maar weer bewezen is dat de verschillen tussen leeftijdsgenoten groot zijn. Dat wil niet zeggen dat ik niets herken. In een goede horoscoop lees je met een beetje fantasie ook een aardig zelfportret. Zo deel ik de weerzin tegen de stijl van de babyboomers. De leden van de Alles moest anders-generatie hebben hun ideologische veren afgeschud en zwalken politiek van links naar rechts en soms weer terug, maar hebben steeds hun zelfingenomenheid behouden. Nog immer stellen zij zichzelf als norm. Als zij de samenleving niet kunnen veranderen dan kan niemand het.

Ook de prijs van de drang naar autonomie wordt scherp neergezet. Als kleine zelfstandige ben ik aan niets en niemand verantwoording schuldig. Ik kan schrijven en doen wat ik wil. Dat is heerlijk, maar wanneer wordt de onwil om je aan te passen, een zwak excuus om verantwoordelijkheden uit de weg te gaan? Wanneer wordt zelfstandigheid zelfvoldaanheid? Ik heb dan ook bewondering voor generatiegenoten zich wel wagen aan een lange mars door de instituties. Al vrees ik dat niet de personele bezetting, maar de machteloosheid van de oude instituties het grootste probleem is.

Maar de herkenning wordt verstoord door de generatie-retoriek. Het is teveel de toon van het verwende kind dat zich tekort gedaan voelt. 'Wij krijgen niet waar we recht op hebben. De babyboomers houden onze plaatsen bezet.' En als die klagers dan een paar jaar later wel op het pluche zitten, voelen ze zich plots helemaal geen vertegenwoordiger meer van een generatie maar beschouwen ze hun succes als een persoonlijke verdienste.

Een nog belangrijker bezwaar tegen het generatiedenken is dat het een verkeerd beeld schetst van de dynamiek van maatschappelijke veranderingen. Wie spreekt over generatieconflicten overschat de verschillen en suggereert dat de aanstormende jeugd in niets lijkt op de zittende regenten. Deze weergave van de geschiedenis hebben de babyboomers immer gekoesterd, maar klopt niet. De hemelbestormers van de jaren zestig en zeventig, radicaliseerden slechts ideeën die al in de jaren vijftig en zestig opgang deden, zoals zorgen om het toenemend consumentisme en het gebrek aan zelfontplooiing. Alleen gebruikten de babyboomers andere middelen om die idealen na te streven, omdat ze de misvatting huldigden dat het vernietigen van het oude altijd betekent dat er iets beters voor in de plaats komt.

Ook de tegenbeweging van de jaren tachtig en negentig heeft meer overgenomen van de gevestigden dan ze zelf wil toegeven. De politieke elite wilde dat mensen hun hooggespannen verwachtingen van de staat en de politiek zouden temperen. Ze heeft meer haar zin gekregen dan ze ooit durfde te dromen. De jeugd heeft nu namelijk geen enkele verwachting meer van politiek en overheid. Verhoorde gebeden zijn de ergste nachtmerries. Overigens deelt de jeugd deze afkeer van Haagse besognes met de meerderheid uit andere generaties.

Afkeer van partijpolitiek is echter niet hetzelfde als algehele politieke desinteresse. Er bestaat wel degelijk een betrokkenheid bij de wereld. Maar omdat partijen en nationale staten hun glans hebben verloren, blijft de onvrede onderhuids. Tot veel meer dan een giro uitschrijven voor Greenpeace of Artsen Zonder Grenzen komen mensen niet. Generatiedenkers hopen vervolgens dat de jeugd redding zal brengen. In de anti-globaliseringsprotesten in Seatle en Praag ontwaren ze dolgraag een wedergeboorte van het politieke verzet.

Maar veranderingen beginnen niet zozeer bij de jeugd, alswel bij de verwarring van de elites. En de politieke bestuurders zijn, juist door de economische voorspoed, in verlegenheid gebracht. Ze zijn zolang bezig geweest met wat ze niet wilden, geen grote overheid, dat ze niet toekwamen aan de vraag wat ze wel wilden. Ook bij veel bedrijven knaagt de 'is dit alles?' vraag.

Natuurlijk is het maatschappelijk verantwoord ondernemen vaak van een stuitende vrijblijvendheid en komen twijfelende regenten zelden verder dan een mierzoet holisme waarin het streven naar meer moet plaatsmaken voor het streven naar beter en kwantiteit wijkt voor kwaliteit. Maar zo scheppen ze wel ruimte voor anderen om met deze onbeholpen geformuleerde idealen op de loop te gaan. En of die anderen jong zijn of oud, bij een verloren generatie horen of niet, is dan even veelzeggend als iemands sterrenbeeld.

Meer over