'Mijn dochters zeggen dat ik een fantastische vader ben'

Eigenlijk had J. niet geboren mogen worden. Drie jaar na de scheiding van zijn ouders was hij het resultaat van een slippertje van zijn moeder en haar ex-echtgenoot....

'Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd mijn vader in een fabriek in Duitsland tewerkgesteld. Hij ontmoette er een vrouw die hij helaas nooit zou vergeten. Terug in Nederland verwekte hij, kort na de oorlog, twee zoons bij mijn moeder. Maar het gevoel voor die Duitse juffrouw zat erg diep en hij hield contact met haar. In 1953 is mijn vader naar Duitsland vertrokken. Hij scheidde van mijn moeder. En toch verloor hij haar niet uit het oog. Eens in de paar weken bezocht hij haar. Een van die ontmoetingen leidde tot wat ik ben: het resultaat van een slippertje, drie jaar na de scheiding.

Ik had eigenlijk niet geboren mogen worden. Een tante heeft het mij later wel eens toevertrouwd: 'Eerlijk gezegd was het een enorme schande en zo werd er ook over je geoordeeld. Je was een bastaardje.' Een zwangerschapsonderbreking heeft mijn moeder volgens mij nooit overwogen; dat kon ze emotioneel niet opbrengen. Ze is haar leven lang van mijn vader blijven houden en is nooit van hem losgekomen. Ooit kreeg ze contact met een andere man, maar toen mijn vader daar achter kwam is hij zo vreselijk kwaad geworden dat ze dat contact verbroken heeft.

Aanvankelijk droeg ik zijn achternaam, maar na de lagere school nam ik de naam van mijn moeder aan; ik was immers geboren uit een niet bestaand huwelijk. Ik herinner me mijn vader als de man die een uurtje langskwam en mij dan, in het beste geval, een beetje aandacht gaf. De eerste tijd wist ik niet beter, maar toen ik wat ouder werd begon ik te begrijpen hoe raar deze situatie was. Wat ik hem nu, na zoveel jaren, nog altijd verwijt: dat hij me nooit tekst en uitleg gegeven heeft en over zo veel zaken heeft gelogen. Toen ik een jaar of 16 was kwam ik erachter dat hij met die Duitse was vrouw getrouwd en weer in Nederland woonde. Ik heb zijn telefoonnummer achterhaald, kreeg haar aan de lijn en liet me gaan. Toen mijn vader kort daarop bij mijn moeder op bezoek was, zei hij met luide stem, in mijn bijzijn, dat er iemand met zijn secretaresse had gebeld en dat dat niet nóg eens moest gebeuren.

Mijn moeder heeft me nooit iets verteld over mijn vaders huwelijk. Op mijn vragen kwamen pas gaandeweg antwoorden. Mijn moeder was een zachte vrouw, sociaal, gevoelig, die er alleen voor stond en hard moest werken - ze was vader en moeder tegelijk. En toen, kort nadat ik op jonge leeftijd met mijn buurmeisje was getrouwd, is ze plotseling op kerstavond overleden aan een hersenbloeding. Ze was pas 58. Het is het zwartste gat waarin ik ooit ben gevallen. Ik mis haar nog altijd, en zou het geweldig hebben gevonden als mijn beide dochters haar hadden gekend. Kort voor haar dood gaf ze mijn vrouw voor Sinterklaas een wiegje van chocola, met twee meisjes daarin. Je begrijpt: dat heb ik altijd bewaard, al is er niet veel meer van over.

Met mijn vrouw ben ik al ruim dertig jaar gelukkig getrouwd. Er zijn indertijd mensen geweest die zich afvroegen of ik dat wel aankon, zo'n huwelijk, gelet op de omstandigheden waaronder ik ter wereld ben gekomen. Maar mijn vrouw is mijn beste maatje en we hebben het altijd goed samen. Ze lijkt op mijn moeder: net zo zacht en zorgzaam, maar ze staat steviger in haar schoenen. Nooit zal ik van haar scheiden, en aan vreemdgaan heb ik nooit behoefte gehad; zo is mijn karakter. Ik heb het me bij mijn huwelijk ook heilig voorgenomen, na alles wat er bij ons thuis gebeurd is. Mijn dochters, die nu 25 en 23 zijn, zeggen soms tegen me dat ik een fantastische vader ben, en dat doet me dan erg goed.

Na de dood van mijn moeder is het contact met mijn vader verwaterd, tot ik hem uiteindelijk helemaal niet meer zag. In 2001 is hij na een lang ziekbed overleden. Tegen mijn broers, die nog wel contact met hem hadden, heeft hij op zijn sterfbed gezegd dat één ding het ergste zou zijn: dat ik op zijn begrafenis zou verschijnen.

Ik ben vanzelfsprekend niet gegaan. Wel ben ik kort ervoor nog naar het ziekenhuis gereden waar hij lag, van plan hem op de valreep nog een paar dringende vragen te stellen. Maar ik ben buiten in de auto blijven zitten, en na een half uur ben ik weer naar huis gereden. Daar heb ik nu spijt van.

De vrouw van mijn vader leeft nog. Mijn bestaan heeft zij altijd ontkend. Na de dood van mijn vader zocht ik het papiertje op dat ik ooit bij mijn moeder in huis heb gevonden en ik ben ermee naar de notaris gegaan. Dat papiertje is, dacht ik, het bewijs van mijn bestaan. Mijn vader schrijft erin dat hij mij als zijn zoon erkent, ik denk op aandrang van mijn moeder. Maar de notaris was onverbiddelijk omdat het niet door een van zijn collega's getekend was: 'Dit document is geen donder waard', zei hij, 'gooit u het maar weg, u bestaat niet'. Woedend was ik, en dat heeft hij geweten. Ik heb begrepen dat mijn vader uiteindelijk toch een emotionele ouwe man is geworden. Misschien heeft hij ingezien wat hij mijn moeder heeft aangedaan. Een keer heb ik daar een glimp van opgevangen, een beeld dat ik maar niet van mijn netvlies krijg: mijn moeder is dood, ze ligt opgebaard, ik neem afscheid van haar, en opeens komt mijn vader opnieuw de kamer in om nog een keer afscheid te nemen. Daar staat hij, vlak bij haar, en hij vraagt om verschoning, vergiffenis dus. 'Vergeef me', zegt hij, en zij kan niet meer antwoorden.'

N.B. Dit artikel is op verzoek van de geïnterviewde en na goedkeuring van de hoofdredactie van de Volkskrant achteraf geanonimiseerd.

undefined

Meer over