MIDDEN - OOSTEN TOP Netanyahu is nog geen De Gaulle

ZOUDEN WE dan toch aan de vooravond staan van een nieuwe doorbraak op de weg naar vrede in het Midden-Oosten?...

ANET BLEICH

De beelden van Arafat en Netanyahu, met een vaderlijk blikkende Clinton, roepen een vermoeid gevoel van déjà vu op. Maar wie weet is dat cynisme wel misplaatst.

De inzet van de Palestijnse leider Arafat is helder. Hij streeft onvermoeibaar naar een eigen Palestijnse staat. Hij is pragmaticus genoeg om te beseffen dat dit doel nog steeds eenvoudiger te bereiken is met de zegen van Israël dan via een Alleingang, die tot een nieuwe crisis of zelfs oorlog zou kunnen leiden. Daarom is Arafat ook bereid zijn ideaal stapsgewijs te benaderen, aan de hand van het wat sleets geworden spoorboekje van Oslo.

Aan Arafat als politicus kleven ongetwijfeld gebreken. Hij manifesteert zich eerder als een verlicht autocraat dan als een geboren democraat en hij besteedt erg veel tijd aan diplomatieke reisjes rond de wereld. Maar zijn geduld en de hardnekkigheid waarmee hij vasthoudt aan de ingeslagen koers, 'the peace of the brave', zoals hij het noemt, maken hem tot een politiek leider van historisch formaat.

Minder duidelijk is welk doel de Israëlische leiders voor ogen staat. Zou Benyamin Netanyahu, wiens ambtstermijn zich al ruim twee jaar moeizaam voortsleept, zich alsnog willen haasten om in de geschiedenisboekjes een plaats als vredesstichter te veroveren? Betekent de benoeming van de superhavik generaal Arik Sharon tot minister van Buitenlandse Zaken het begin van uitvoering van het De Gaulle-scenario, zoals optimistische commentatoren veronderstellen?

Dat Franse scenario uit de tijd van de Algerijnse oorlog hield in, dat alleen een door rechts vertrouwde ijzervreter in staat was de opgelaaide nationalistische hartstochten te bedwingen. Alleen De Gaulle, le général, kon de oorlog beëindigen en Algerije onafhankelijkheid verlenen.

Tot op zekere hoogte gaat dit model voor het huidige Israël op. Het staat wel vast, dat Israëlisch links (zelfs als het zou regeren) op eigen kracht niet in staat is het in Oslo begonnen vredesproces tot een goed einde te brengen. Weliswaar is nog steeds een meerderheid van de Israëli's (en van de Palestijnen) vóór Oslo. De fanatieke heethoofden uit wier midden de moordenaar van premier Rabin voortkwam, vormen nog altijd een kleine minderheid.

Maar de macht en invloed van de joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever is sinds de nadagen van Rabin wel behoorlijk gegroeid. Destijds had de interactie tussen Israëlische en Palestijnse extremisten al noodlottige gevolgen: bloedige aanslagen op burgers in Israël en een verkiezingszege voor Netanyahu.

Het is ondenkbaar dat de kolonisten en hun politieke achterban zich nu zonder slag of stoot zouden neerleggen bij de stichting van een Palestijnse staat of de ontruiming van joodse nederzettingen in Palestijns gebied. Keer op keer is hen door de regering-Netanyahu beloofd dat zoiets niet zal gebeuren.

Om te weten tot welke onverkwikkelijke impasse dat heeft geleid, is één blik op het stadje Hebron voldoende. Palestijnen en joodse extremisten 'leven daar samen', dat wil zeggen: ze voeren er dagelijks een soort stadsoorlog.

Voorwaarde voor een Israëlisch De Gaulle-scenario is een mentale ommekeer bij gematigd rechts. Maar is het reëel om dat van premier Netanyahu en zijn kersverse minister Sharon te verwachten? Zouden zij de geestelijke moed kunnen opbrengen om onder ogen te zien dat ze hun land met de huidige politiek op een gevaarlijke, doodlopende weg brengen?

Ze hebben reden genoeg om tot die conclusie te komen. Vrede én veiligheid, luidde Netanyahu's verkiezingsbelofte. Maar Palestijnse aanslagen zijn er nog steeds; veranderd in dit opzicht is alleen de houding van de Palestijnse bevolking. Twee jaar geleden was het gros van de Palestijnen tegen terroristische acties, nu is er een meerderheid vóór. Een geweldig succes, vanuit Israëlische optiek bekeken. . .

Netanyahu reageert hierop met het steeds luider stellen van de eis dat Arafat een eind maakt aan de Palestijnse terreur. Maar hoe zou zelfs een Arafat dat kunnen, als hij in ruil daarvoor geen of slechts minimale Israëlische concessies kan loskrijgen?

Het hoofdpunt bij de onderhandelingen in Washington en Maryland betreft de volgende fase in de terugtrekking van het Israëlische leger van de Westelijke Jordaanoever. Dertien procent moet Israël ontruimen, vinden de Amerikanen en de Palestijnen. Er is een kans dat Netanyahu daarmee instemt, ondanks het hysterische protest van de kolonisten. Dan zou de top in principe geslaagd zijn, ook al blijven de partijen het oneens over de verderreikende punten (een volgende terugtrekking en een stop op uitbreiding van nederzettingen; om maar te zwijgen van de echte hete hangijzers: Palestijnse staatsvorming, Jeruzalem, het lot van de huidige nederzettingen).

Zou zo'n bescheiden succes het voorspel kunnen zijn voor een De Gaulle-scenario? Heel misschien. Als uiterst rechts vervolgens de coalitie verlaat en er een nationaal kabinet wordt gevormd, dat de ultra's isoleert en het comateuze vredesproces stap voor stap nieuw leven inblaast. Maar waarschijnlijker is dat het 'succes' - als dat er al komt - beperkt blijft tot die ene kleine stap, slechts gevolgd door Netanyaanse retoriek en nieuwe koortsachtige bemiddelingspogingen.

Anet Bleich

Meer over