Michel Mulder: sneller dan Usain Bolt

Het zou wat kosten, een sprintduel over 100 meter tussen de snelste schaatser en de snelste atleet. Niet vanwege Michel Mulder. Hij zou de uitdaging voor niets aangaan, ook als Usain Bolt zijn gebruikelijke honorarium van 3 ton zou opstrijken.

Ze zijn aan elkaar gewaagd. Bolt is de wereldrecordhouder met 9,58 seconden. Mulder heeft de eerste 100 meter tijdens de 500 meter afgeraffeld in 9,56. Maar het zou meer dan een spannend duel op ijs en tartan opleveren. Het zou een botsing van stijlen zijn, een confrontatie tussen twee tegengestelde manieren van snelheid maken.

Dankzij datasystemen is een voorstelling te maken van een race tussen Bolt en Mulder. Bolts wereldrecord op de 100 meter in Berlijn is in 2009 vastgelegd door Duitse onderzoekers. De beste 500 meter van Michel Mulder, het laaglandwereldrecord van 34,31, werd in december geregistreerd in Thialf. Zijn 100 meter ging in 9,59.

Voor Bolt zou de race ongewoon verlopen. Hij staat bekend als een trage starter die zijn achterstand op zijn rappe concurrenten ongeveer halverwege omzet in een voorsprong. Tegen Mulder zou dat precies omgekeerd zijn. Bolt zou bij de start wegrennen van de schaatser, maar hij zou diens hete adem in de slotfase in zijn nek voelen.

In Berlijn, tijdens zijn recordrace, liep Bolt na 20 meter bijna 25 kilometer per uur. Na 40 meter lag zijn snelheid boven de 40 kilometer: 41,14. Hij bleef accelereren: na 60 meter was het 43,1. 20 meter later bereikte hij zijn pieksnelheid: 44,72. Zijn snelheid nam vervolgens iets af tot 43,37 op de eindstreep. Bolt wint zijn wedstrijden vooral omdat hij zijn topsnelheid langer vasthoudt dan andere sprinters.

De snelheid van Mulder op de eerste tientallen meters is niet exact bekend, omdat het MyLaps-meetsysteem in Thialf die niet registreert. Bij 60 meter, het eerste meetpunt, ging Mulder in december even hard als Bolt in 2009: 43,1 kilometer per uur. Bij 80 meter was zijn snelheid 46,4 kilometer en op de 100 meter bleef hij versnellen. Hij kwam door in 49,7. Mulder bereikte zijn pieksnelheid in Thialf pas na 400 meter. Bij het uitgaan van de buitenbocht reed hij 61,3 kilometer per uur. Daarna verloor hij wat snelheid. De finish passeerde hij na 500 meter in 58,6 kilometer per uur.

Langer dan 100 meter zijn Bolt en Mulder dus niet aan elkaar gewaagd. Het verschil is al enorm op de 200 meter, waarop de Jamaicaan het wereldrecord bezit. Bolt liep vijf jaar geleden in Berlijn 19,19 seconden. De beste tijd van Mulder na 200 meter schaatsen is 16,16. Vanwaar dat verschil in snelheid? Het sleutelwoord is grondcontact.

Bolt (1,96 meter) loopt de 100 meter in ongewoon weinig passen. In Berlijn raakte hij 41 keer de grond met zijn lange benen en grote voeten (maat 48). De meeste sprinters hebben voor de 100 meter 45 passen nodig. Van de 9,58 seconden die de race duurde, hing Bolt er volgens Sports Illustrated 5,29 in de lucht. Dat betekent dat elk grondcontact gemiddeld slechts 0,1 seconde duurde.

Mulder (1,83 meter) had voor zijn 100 meter in Thialf slechts 29 slagen nodig. Hij had aan zijn voeten vlijmscherpe messen met een dikte van 1,1 millimeter en een lengte van 42 centimeter. Die vormen aan het begin van de race een handicap, maar ze leveren later voordeel op. De klapschaatsen stellen hem in staat contact te houden met het ijs. Na 50 meter kwam hij niet meer los van de grond. Voordat hij zijn linkerbeen compleet had gestrekt, stond zijn rechterbeen alweer op het ijs. En omgekeerd.

Mulder benut een unieke eigenschap van het schaatsen. Hij zet niet achterwaarts af, zoals Bolt, maar zijwaarts. De Jamaicaan duwt tegen vaste grond. Hij heeft korter contact naarmate hij sneller loopt. Hij moet veel vermogen leveren in korte tijd. Bij schaatsen glijdt het afzetpunt met de schaatser mee. Mulder kan langer afzetten. Hij heeft dus meer tijd om vermogen over te brengen. Hij kan meer kracht kwijt.

Mulder weet dat hij alleen op schaatsen kans maakt tegen Bolt. Hij heeft in een ver verleden de 100 meter eens gelopen in 12,1 seconde: 2,5 seconde langzamer dan het wereldrecord. Maar op ijs heeft hij geen vrees voor de Jamaicaan, die voor commentaar onbereikbaar was. Het Olympisch Stadion in Amsterdam, waar deze maand kunstijs ligt, lijkt hem een fijne locatie.

Mulder: 'Wie wint? Ik. Hij heeft maar één keer 9,58 gelopen. Ik heb drie keer onder de 9,6 geopend. Dus dat win ik. Bovendien ben ik een racer. Als ik hem moet inhalen, ben ik op mijn best. Ik zou het graag doen. Het lijkt me supergaaf.'

undefined

Meer over