Micha Wertheim voor iedereen

Lieveling van critici, maar nog niet van de categorie Altijd Uitverkocht - Micha Wertheim (nieuwe dvd, met boek) over het maken van een voorstelling, het spelen en de nazit.

Micha Wertheim voor aanvang. 'Bij alles wat ik bedenk voor een voorstelling is het enige criterium dat ik er zelf om moet glimlachen. Dat kan van alles zijn. Gisteren noteerde ik: 'Ik herinner me vaak dat ik zat te poepen in de jungle, terwijl er een nijlpaard naar mij ligt te kijken, maar ja, ik heb nu eenmaal een olifantengeheugen'. Geen heel intelligente grap, maar het kan de mest zijn waaruit een voorstelling groeit. Ik probeer achter mijn eigen verrassing aan te lopen.


'Nee, ik heb bijvoorbeeld helemaal niet de behoefte op het podium te gaan reflecteren over zoiets als de vrijspraak van Geert Wilders. Het gevaar groepen tegen elkaar uit te spelen zit wel geregeld in mijn werk, maar zo'n proces-Wilders maakt weinig in me los. Het heeft ook iets krampachtigs, een zaal laten zien hoe goed je de boel in de gaten hebt.


'Toen ik begon met theatermaken moest ik de neiging om eruditie uit te stralen nog wel eens onderdrukken. Ik kom uit een academisch nest. Ik heb cultuurwetenschappen in Maastricht gestudeerd. Maar ik ga er tegenwoordig juist van uit dat het publiek slimmer is dan ik, dat ze al mijn trucjes doorzien. Toen ik dat door had, viel er een last van mijn schouders. Ik ben niet meer bezig uit te leggen hoe het zit, ik ben juist bezig uit te leggen dat ik het ook niet weet.


'Dat neemt niet weg dat ik wel eens de behoefte voel een betoog te schrijven. Wilders zelf interesseert me niet zo, ik zie hem als het logisch gevolg van een populistische cultuur die al lang aanwezig is. Ook in mijn vak. Cabaret en populisme komen soms akelig bij elkaar in de buurt. Daar gaat het essay ook over in het boekje dat bij mijn dvd van mijn vorige programma zit. Op het podium hoef ik er niemand mee lastig te vallen.


'Ik leg eerst een collage van ideetjes op tafel, en daar ga ik mee puzzelen. Dan ga ik in kleine zaaltjes optreden. Eerst tien minuten, twintig, een uur. Na een voorstelling of tien neem ik afstand. Misschien is er al een rode draad. Maar je moet ook een ander vragen: wat zie jij? De regisseur vanzelfsprekend. Pieter Bouwman heeft me geleerd in mijn fantasie te geloven. Dick van den Toorn is acteur, hij weet dat er nog heel veel zit tussen de tekst en wat het publiek hoort - ik ben er nooit voor opgeleid. Misschien wel het belangrijkst is mijn impresario Helga Voets. Zij heeft de gave dingen te lezen in een voorstelling die niet af is.


'Mijn huidige voorstelling, Micha Wertheim voor de zoveelste keer, bleek over woede te gaan. Dat had ik niet van tevoren bedacht. Ik zag veel politici die woedend waren, of ze kregen te horen dat ze juist niet woedend genoeg waren; Job Cohen bijvoorbeeld. Ineens was het overal. Maar ik geloof niet dat ik daarmee de tijdgeest te pakken heb. Als je op rijles gaat, zie je ineens overal lesauto's rijden. Die waren er altijd al.


'Woede is een drijfveer, ja. Maar behaagzucht is dat ook. En angst. Het leven is zinloos en hopeloos, als je er lang over nadenkt. De mensen van wie je houdt gaan dood, je gaat zelf dood, de wereld gaat ten onder. Je gaat piekeren als je niks te doen hebt. Daarom kun je maar beter bezig blijven. Voor mij is dat het maken van een voorstelling. Dat ik zelf jaren geleden schildklierkanker heb gehad, in 2002, heeft die angst niet verscherpt. Het was helemaal niet leuk, maar het is onderdeel van het leven. Ik heb nooit verondersteld dat onrecht aan mij voorbij zou gaan.


'Of gevoelens van woede en angst te herleiden zijn tot jeugd en opvoeding is niet zo precies te ontleden. Ik heb het in mijn programma's wel geregeld over mijn joodse afkomst, maar dat is vooral als reactie op de manier waarop naar mij gekeken wordt. In elk interview komt het wel ter sprake. Ook nu weer. Het maakt kennelijk deel uit van de manier waarop mensen mij zien. Nee, wij hadden thuis geen kerstboom. Wat verklaart dat? Ik heb veel niet-joodse vrienden, met wie ik heel veel gemeen heb. Ik gebruik mijn joodzijn niet meer of minder dan dat ik een man ben.


'Voor aanvang van de voorstelling ga ik altijd onder de douche. Dan kan ik me dwingen op tijd zenuwachtig te worden. Optreden is nooit eventjes herhalen van wat je hebt ingestudeerd. Dat leerde ik van Hans Teeuwen. We speelden samen in Londen en Edinburgh. Op de dag van de voorstelling deed hij niks anders dan in ons appartement hangen. Ik had de neiging overdag nog eventjes de stad in te gaan. Tot dan onderschatte ik hoe belangrijk het is de energie te sparen voor op het podium.'


Micha Wertheim voor het voetlicht. 'Ik ben niet van de categorie altijd uitverkocht. Amsterdam, Groningen, Eindhoven en Rotterdam, daar gaat het wat makkelijker. Daarbuiten zit ik in de kleinere zalen, en dan zit het ook niet altijd vol. Een volle zaal is prettiger. Makkelijker. De concentratie loopt sneller weg als er grote gaten zijn. Maar om heel eerlijk te zijn: op het moment dat ik op het podium sta, zit ik er niet mee. Ook in een halfvolle zaal kan een bijzondere sfeer ontstaan. Zo van: wij zijn erbij, en dat niemand dit weet! Ik hou me eraan vast dat het niets te maken heeft met de voorstelling zelf. Die is wat het is.


'Het is nooit mijn ambitie geweest om komiek te worden. Niks: ik rook het pluche van Carré en ik wist het! Het bleek de kleur te zijn die uit mijn pen kwam. Ik schreef columns voor de universiteitskrant in Maastricht en die ontaardden telkens in grappen. Ik goochelde als bijverdienste. Over de hoofden van de kinderen heen probeerde ik de ouders erbij te betrekken. Grappen maken die voor beide partijen leuk waren, en ook om het voor mezelf leuk te houden. Na mijn studie zei een vriend tegen mij: je moet een keer in Toomler gaan staan.


'Ik heb het geluk gehad dat anderen zeiden: dat moet je vaker doen. Raoul Heertje en Eric van Sauers waren bij mijn eerste optreden. Hans Teeuwen en Marc-Marie Huijbregts hebben me altijd aangemoedigd. Volgens mij was toen nog lang niet duidelijk dat het iets kon worden. Ik heb vier jaar lang op dat podium regelmatig naar zwijgend publiek zitten kijken. Ik was veel te veel bezig de zaal te laten zien hoe slim ik was. Ik hengelde naar sympathie. Het duurde een tijd voordat ik er achter kwam dat je helemaal niks van het publiek moet willen.


'Ik hou van groot ongemak in de zaal. Ik ben niet van het wij-gevoel. Ik wil de boel uit elkaar spelen. Dat je je ineens gaat afvragen hoe je je verhoudt tot de ander. In deze voorstelling zit niks choquerends, maar toch zijn er nog mensen die weglopen. Die kunnen die spanning kennelijk niet aan. Daar kan ik wel om lachen.


'Ik heb het stempel van een arrogante provocateur, maar het is onzin. Dat is het resultaat van de beperkte manier waarop in Nederland cabaret wordt beoordeeld. Onder de recensenten zit geen verloop. Die bepalen bij de eerste voorstelling wat je bent, en daar komen ze altijd op terug. Ik was daarin het publiek aan het uitjouwen. Dat was dan arrogant. Ik kreeg na de première in Amsterdam de opmerking: hoe ga je dit in de provincie doen? Dát is pas arrogant. Arrogant is bepaalde woorden niet gebruiken, omdat je denkt dat het publiek je niet snapt. Arrogant is een band op televisie maar één minuut laten optreden, omdat de kijker anders wegzapt.


'Sinds het incident in Roermond weet ik dat provocatie niet is wat jij doet, maar dat de provocatie ontstaat omdat mensen zich geprovoceerd vóelen. Volgens mij was het grappig te zeggen dat gehandicapten de samenleving ontwrichten en terug moeten naar hun eigen land. Er was geen moment in mij opgekomen dat dat provocatief was. Hoe kan een gehandicapte terug naar zijn eigen land? Welk land is dat dan? Maar in Roermond stapte de halve zaal op. Ik snap best dat niet iedereen de code van het theater begrijpt, maar hoe kan ik daar op anticiperen? Dat je niet meer over auto's kunt praten, omdat er mensen zijn die een auto-ongeluk hebben gehad? Het was een totále verrassing.


'Ik vind het niet leuk als iemand opstapt. Het is wel een recht. Het is niet mijn doel. Het is wel jammer, ik hoor nog steeds dat mensen niet naar mijn voorstelling komen, omdat ze denken dat ik er behagen in schep anderen tot op het bot af te fikken.


'Ik vind niet dat je alles mag doen. Theater is in principe amoreel. Op een podium mag je alles onderzoeken. De grens is volgens mij het moment waarop je het groepsgevoel activeert om iets buiten je voorstelling om gedaan te krijgen. Dan ben je een populist. Vergeet niet dat het publiek wel houdt van een lynchpartij op zijn tijd. De enige die je als cabaretier mag lynchen is de groep zelf. En je moet mensen natuurlijk ook niet op hun hoofd gaan slaan.'


'De avond is voor mij geslaagd als ik de voorstelling goed heb gespeeld. Als mijn concentratie goed is, ben ik nergens anders mee bezig. Het is alsof ik er even niet ben. Dat is toch het lekkerste: er even niet zijn. Dat hoop ik ook bij het publiek te bereiken. Dat elke nuance wordt opgepikt. Of dat het muisstil is. De lach die dan vanzelf komt. Dat is een zalig gevoel.'


Micha Wertheim voor de nazit. 'De waarde van applaus is betrekkelijk. Het is het moment waarop je de zaal het makkelijkst kunt manipuleren. Je kunt wat langer blijven staan. Bescheiden kijken. Uitgebreid de technicus bedanken, zodat iedereen ziet wat een toffe peer je bent. Maar ik begrijp dat er iets van een afsluiting moet zijn. Bij de eerste voorstelling ging ik eerst rekwisieten opruimen, maar ik kwam niet meer terug. In de tweede was er een slotapplaus, maar daarna ging ik nog een tijd door. Na de derde kwam ik terug met wc-papier uit mijn broek. Ik doe er altijd iets mee.


'Ik verschijn na afloop soms in de foyer, maar ik heb er weinig behoefte aan. Ik heb niks toe te voegen aan de voorstelling. Zo'n ontmoeting vinden de mensen leuk, hoor ik dan van de directeur. Dat snap ik, maar ik hoop vooral dat ze de voorstelling leuk vonden. Dat ik na afloop een nare jongen blijk te zijn, of een uiterst aimabel persoon, wat doet het ertoe? Je gaat toch niet naar theater omdat het zo'n leuke jongen is? Ik heb zelf ook nooit in de rij gestaan om de handtekening van een schrijver te krijgen. Ik weet niet zo goed wat ik daar dan mee moet.


'Dat is ook de reden dat ik geen BN'er hoef te zijn. Het voegt niks toe. Misschien dat ik meer publiek zal trekken, maar waarom zou ik meer op tv willen? Ik hou niet zo van spelletjes op tv, daar kijk ik nooit naar. Iedereen zal zien dat ik daar ongelukkig zal zijn. Ik wil best op tv, maar dan in een programma waarnaar ik zelf ook zou kijken. Mijn voorstelling wordt er heus niet beter of slechter van.


'Recensies vond ik in het begin belangrijk: het was een bevestiging dat het mocht wat ik deed. Nu kan het me gelukkig weinig meer schelen. Het zijn de laatste jaren bijna altijd goede kritieken. Leuk die erkenning, maar bij de volgende show kan het anders zijn. Ik kan me wel eens opwinden als het verkeerd is begrepen. Of dat de meetlat altijd het Nederlandse cabaret is, terwijl mijn meeste collega's naar het buitenland kijken voor de inspiratie. Armando Iannucci is mijn held. Maar die kent hier bijna niemand. Recensenten zijn in die materie niet in thuis.


'Dat was misschien ook wel de reden dat ik in Engeland en New York ben gaan spelen. Kijken hoe het voelt om in die Angelsaksische traditie te staan. Dat was heel bijzonder. De recensies waren goed en een theater in New York wilde mij elke week boeken. Dat was fantastisch, maar er stonden al tachtig optredens in Nederland gepland. En ik kan mij hier momenteel veel beter ontwikkelen. Wat dat betreft bof ik dat cabaret zo populair is.


'Dat er te veel cabaret is in Nederland, is een constatering waar ik niks mee kan. Je kunt ook zeggen dat er te veel boeken zijn. Of te veel dichters. Wat dan? Moeten er twintig van af? Je hoort dat verwijt eigenlijk alleen over cabaret.


'Ik ben nu tien jaar bezig, maar ik ben niet zo goed in terugkijken. Als een programma af is, denk ik altijd: zo, meer heb ik niet te zeggen. Maar als ik aan het volgende begin, vraag ik me steevast af: hoe heb ik zo stom kunnen zijn dit te maken? Dan zie ik wat ik allemaal niet heb gezegd. Nog steeds denk ik dat ik niet precies weet hoe het werkt. Zodra je dat weet, wordt het verschrikkelijk om naar te kijken en om te doen. De kunst is juist niet te weten wat je doet.


'Ik zie mezelf ook niet in een Nederlandse cabarettraditie staan. Toon Hermans, is wel eens geschreven. Interessant, een compliment ook wel. Maar zo goed ken ik hem niet. Ik ben er niet mee opgevoed. Films, boeken, comedy, story telling; het loopt bij mij door elkaar heen. Ik hoor wel eens van toeschouwers: ik had eigenlijk gedacht dat ik niet van cabaret hield. Er is kennelijk een beeld van cabaret waar ik niet zo bij aansluit. Maar ik houd me er verder niet mee bezig. Ik volg mijn eigen ideeën, mijn eigen fantasie. Ik heb nooit kinderboekenschrijver willen worden, maar ik heb inmiddels wel twee kinderboeken geschreven. Het is voor mij ook elke keer een verrassing.


'Als mijn volgende voorstelling niet grappig is, zal ik daar niet van wakker liggen. Soms, als ik aan het schrijven ben, wíl ik niet eens dat er wordt gelachen. Als het maar de moeite waard is. Maar terwijl ik dit zeg, denk ik toch dat ik de grap nooit helemaal tegen zal kunnen houden.'


Micha Wertheim voor de grap.


Dvd/boek. De Harmonie. Adviesprijs 19,99 euro. ISBN 5414939097317. De voorstelling Micha Wertheim voor de zoveelste keer wordt hervat in september. www.michawertheim.nl.


Uit Micha Wertheim voor de zoveelste keer


Foto'sJoost van den Broek


Micha Wertheim (Groningen, 1972) won in 2004 op het Leids Cabaretfestival zowel de jury- als de publieksprijs. Vier jaar later haalde hij natiebreed de publiciteit, toen hij zijn voorstelling in De Oranjerie in Roermond voortijdig beëindigde. De zaal had zich tegen hem gekeerd na een reeks grappen over gehandicapten. Inmiddels loopt zijn vierde programma Micha Wertheim voor de zoveelste keer. Wertheim krijgt lovende kritieken, maar een doorbraak bij het grote publiek blijft tot dusver uit. Net verschenen: een dvd met de tv-registratie van Micha Wertheim voor de grap, waarin hij terugblikt op het incident in De Oranjerie, en zijn vierdelige radiodocumentaire over Max Tailleur. Bijgevoegd is een boekje met het essay Satire in het tijdperk van de manische reproduceerbaarheid, over satire in een populistische samenleving, en het dossier DrogePoepSteek, een bloemlezing uit het werk van een internetreaguurder.


Voorstellingen

Nederlandstalig


Micha Wertheim voor beginners (2005)


Micha Wertheim voor gevorderden (2007)


Micha Wertheim voor specialisten (2008)


Micha Wertheim voor de grap (2009)


Micha Wertheim voor de zoveelste keer (2011)


Engelstalig


Micha Wertheim for the British (2008, Londen en Edinburgh)


Amsterdam Abortion Survivor (2010, New York)


Kinderboeken


Duimelot (Podium 2002)


Hoe Lima een Lekke band kreeg (De Harmonie 2010)


Prijswinnaar zonder doorbraak

Uit Micha Wertheim voor beginners


Uit Micha Wertheim voor de grap


Op het Leids Cabaretfestival


Meer over