METERS MAKEN

Van de residentie van premier Balkenende tot penthouses in Las Vegas. De viltontwerpen van Claudy Jongstra - vorige week gelauwerd met de Amsterdamprijs voor de kunsten - zijn steeds vaker onderdeel van architectuur....

JEROEN JUNTE

Sexy. Milieuvriendelijk. Ruw en toch zacht. Kleurrijk. Glanzend of dof.Geluiddempend én brandwerend. Ambachtelijk. Maar vooral mooi.Oogverblindend mooi zelfs. In één woord: 'Magie'. Genoeg? Ja hoor -duidelijk zo. Domme vraag natuurlijk ook: wat maakt vilt nou zo bijzonder?Want Claudy Jongstra ís vilt. Zeg vilt en niet 'biljartlaken' of 'hogehoed' echoot terug, maar de naam Jongstra.

Maar vraag haar hóe ze dat vilt maakt en ze valt stil. Dan maakt magieplaats voor alchemie. Door de wol te wrijven in warm water, wil ze nog welkwijt. Maar hoe laat ze die ruwe, harige pluizen in haar vilt langzaamovergaan in een ragfijn spinnenweb? En hoe zijn die grove slierten wolverweven in vilt zo verfijnd dat het suède lijkt? En dan die kleuren -één lap kan veranderen van zacht-bruin tot hard-oranje, al naar gelangde lichtinval.

Jongstra zwijgt. Zelfs haar vijf werknemers zijn gebonden aan eengeheimhoudingsplicht. Ook dát is deel van die magie.

Wat Van Gogh deed met verf, doet Claudy Jongstra (1963) met wol. Haarwerk hangt aan de muren van musea als het MoMa in New York en het CentraalMuseum in Utrecht. Nadat ze in 2000 al de aanmoedigingsprijs IndustrieelOntwerp ontving van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, werd ze vorige weekdoor hetzelfde instituut onderscheiden met de Amsterdamprijs voor dekunsten 2005. 'Erkenning is altijd leuk', zegt ze. 'Zeker als je's ochtends opeens wordt gebeld door Hans van Mierlo.'

Nog meer erkenning volgt volgend jaar als ze een groteoverzichtsexpositie krijgt in het Textielmuseum in Tilburg. In datzelfdeTextielmuseum raakte ze tien jaar geleden als ontwerpster vanconfectiekleding ('vreselijk werk') in de ban van vilt nadat ze een viltennomadentent uit Mongolië zag. Ze voelde meteen: dit is het. 'Zo puur.'

Volgend jaar vertrekt ze naar Mongolië voor een uitwisselingsproject.Jongstra gaat nomaden leren hoe ze producten kunnen maken met nieuwevilten. Zij leren haar hoe ze een tent moet maken. 'Die tent moet er tochooit komen', zegt ze lachend.

Ze heeft er een lange zoektocht voor afgelegd die begon met een 'cursusop niveau huisvlijt'. Inmiddels is ze onafhankelijk, letterlijk. Wolverkrijgt ze van haar eigen kudde Drentse heideschapen, vermaard om hunlange haar. Een paar jaar geleden nog, op het hoogtepunt van de mond- enklauwzeer-epidemie, scheerde haar kudde langs de afgrond. Inmiddels staatde teller op het gezonde aantal van 150 schapen. Ze verhuurt de kudde aanWaterschap Friesland voor dijkonderhoud. 'Waar machines niet kunnen komen,vreten ze onkruid weg en stampen ze de grond aan.'

Af en toe baggert Jongstra ook op haar laarzen door de klei met haarkudde. Het is een welkome afwisseling met het mondaine designwereldje waarze nu eenmaal vaak in verkeert, vertelt ze bij een pot koffie en eenschaal zelfgebakken koekjes. Het raam achter haar biedt uitzicht op hetkerktorentje van het dorpje Wjelsryp, met op de voorgrond wat grazendekoeien. Daar in de Friese weilanden woont ze met haar partner en hun tweekleuters. 'Hier heb ik de rust om ideeën te laten rijpen en uit tevoeren.'

Op tafel ligt Matter and meaning, haar eerste monografie die deze maandverschijnt, al achteloos klaar. Ernaast een lap vilt. Want vilt moet jevooral voelen. Dat weet ze nog uit de tijd toen ze net begon. Wat heeft zemoeten leuren met monsters om een voet tussen de deur te krijgen in demode- en interieurwereld. 'Mensen weten eigenlijk niet wat het is, hè.'Maar, zo leerde ze, als ze het eenmaal zien, of beter nog voelen, dan zijnze verkocht. Allemaal gingen ze voor de bijl - mode-ontwerper JohnGalliano, de Italiaanse design-goeroe Giulio Cappellini die er een bank meebekleedde, architectenbureau MVRDV dat haar werk een prominente plek gafin het Lloyd Hotel in Amsterdam, Donna Karan van DKNY. Dus staat ze ook nuvoortdurend op om nog meer vilt te halen. En bij elke nieuwe lap woelenhaar handen weer even door de zachte stof.

'Dit is zo'n beetje onze handtekening', zegt ze, terwijl ze een grotelap wit vilt uitspreidt. De glanzende stof - een mix van vilt en zijde -lijkt nog het meest op opgedroogde, gebarsten klei. 'Of dit dan, iets heelnieuws' waar ze 'nog helemaal vol' van is. Een handvol groene wol ploft optafel. 'Deze wol is geverfd met wouw, een van oorsprong Zuid-Amerikaanseverfplant. De kleur is warmer dan synthetische verf.' Zo'n natuurlijkverfprocédé vraagt veel meer aandacht en tijd. 'Dat zie je dus terug inde rijkdom van zo'n kleur.'

Uiteindelijk ligt de hele tafel vol vilt. Ze komt niet eens toe aan destellingkast vol briefjes met titels als 'Inspiratie', 'Handbagage NewYork' of 'Fries Museum'. Op de planken ligt het bijbehorende vilt. En danis dit nog maar een fractie van alle projecten die ze deed.

Het begon met kleding, kussens en vloer- en wandkleden die ze uitbrachtonder de naam Not Tom, Dick & Harry. Ook werkt ze met ontwerpers vanhet kaliber Hella Jongerius of Maarten Baas, voor wiens verbrande meubelsze de bekleding maakt. Altijd maar samenwerkingen, ja - 'dat is nu eenmaalhet lot van de stoffenmaakster', weet ze. Al doet ze tegenwoordig alleennog projecten op basis van 'creatieve gelijkwaardigheid'. Zo heeft ze demode afgezworen. 'Dan stikt zo'n ontwerper twee naden in mijn vilt en gaatvervolgens met de eer strijken.' Alleen met mode-ontwerper Alexander vande Slobbe maakt ze nog haute couture.

Een nieuwe impuls kwam van de opdrachten voor complete interieurs - vantwee penthouses in Las Vegas tot het Catshuis, de residentie van premierBalkenende die ze decoreerde met vilten gordijnen, wand- en vloerkleden enkamerschermen in stemmige tinten. Welk vilt gebruik ik voor de muur enwelke voor de vloer, en in welke kleuren - eindelijk voert ze zelf deregie. Inmiddels is haar naam en faam ook doorgedrongen tot dearchitectuurwereld. Ze maakte de enorme wandbekleding voor Rem Koolhaas'Kunsthal in Rotterdam en een draperie in het trappenhuis van het LloydHotel in Amsterdam van het bureau MVRDV. 'Meters maken', zo komt haar viltpas echt tot zijn recht, vindt ze. 'Dat priegelige van die kussens, datzegt me eigenlijk niet zo veel meer.'

Door architect Jo Coenen is ze benaderd voor de inrichting van de nogte bouwen openbare bibliotheek naast het Centraal Station in Amsterdam.Speciaal daarvoor leerde ze zich een 17de-eeuwse knooptechniek aan. 'Dathoort toch bij een pakhuis met boeken aan het Amsterdamse IJ.' Maar het isnatuurlijk ook prachtig. 'Kijk naar die lange draden. Sierlijk maar niettuttig.' Voor Jongstra zit er zelfs magie in een knoop - mits gelegd in woluiteraard.

Van mode naar vormgeving naar architectuur - ze ziet het als 'logischestappen'. De volgende stap is ook al gezet met een drie meter hoge houtenstellage waartussen heel kunstig vilt is geknoopt. Dit vrije werkpresenteerde ze in de prestigieuze galerie Moss in New York om deAmerikaanse markt 'even te laten proeven van wat we doen'. Die missieslaagde glansrijk, want op de dag van de opening plaatste de New York Timeseen artikel waarvoor twee verslaggevers zelfs naar Friesland reisden.'Smullen natuurlijk voor die Amerikanen - de weilanden, de molens, deschapen.'

Inmiddels is de eerste opdracht dan ook binnen; Maharam, de Amerikaansetextielgigant waarvoor Hella Jongerius ook haar dessin Repeat ontwierp, wilhaar vilt opnemen in de permanente collectie. 'Ze hebben een netwerk vanalleen al zo'n 40 duizend architecten.' Maar de productie houdt zeuiteraard in eigen handen - 'de vertrouwde Jongstra-kwaliteit moetgewaarborgd blijven'.

Dat gebeurt in een loods achter haar huis middenin de Friese weilanden,met boven de deur een groot bord met Bouwbedrijf Harkema erop. 'Onzebuurman. Toen we maar bleven groeien, kon ik een stukje van zijn loodshuren. Ze maken ook houten constructies voor ons.' De stalen tafels lietze op maat maken door een staalbedrijf een dorpje verder. 'Lokaleambachtslui, daar houd ik van.'

In de timmerwerkplaats van Harkema werkt broer Roger Jongstra aan eendraperie voor het Stedelijk Museum in Amsterdam. 'Dit is een mix van vilten zijde met een coating van metaal', vertelt hij, inmiddels volledigingewijd in de geheimen van vilt. De combinatie met het zwarte en wittevilt waarmee het metaal is verweven levert een zinsbegoochelend schouwspelvan fletse en glimmende grijstinten op. En natuurlijk moet er ook gevoeldworden. 'Stug, hè?'

Jongstra had de hulp van haar familie voor het eerst ingeroepen toen zein 1997 voor de Hollywood-film Stars Wars in twee weken vijftig meter viltmoest leveren. Broers, zus en zelfs vader Jongstra werden opgetrommeld voordeze droomopdracht. Later zou vader Jongstra - een werktuigbouwkundigingenieur - zich nog buigen over machines om het vilt-procédé tevereenvoudigen. Nu is alleen Roger nog actief betrokken bij Claudy'sbedrijf.

In de kleine schuur naast haar huis rangschikken twee medewerkstersplukken wol zorgvuldig op een lange tafel. Daarna volgt de vervilting zelfdoor de wol langs elkaar te wrijven in bakken water, waarna de wolvezelsaan elkaar haken. Voor een groot deel gebeurt dit machinaal, al wordt hetecht speciale vilt nog steeds volledig met de hand gemaakt. Maar dan kanvan bezoek geen sprake meer zijn, zegt ze met een knipoog.

Honderden 'recepten' heeft ze inmiddels. Voor wol van geiten, kamelenen zelfs yaks of voor knooptechnieken van vilt met zijde, linnen of eenweefsel van bananenblad. 'Allemaal uitgeschreven op papier en voorzien vanfoto's. Tot in de details vastgelegd.' Dat viel overigens nog niet mee.'Hoe omschrijf je de kracht waarmee je moet wrijven? We hebben een eigenvilt-taaltje moeten ontwikkelen.' Misschien wel daarom dat ze het geenmoment heeft over 'ik' of 'mijn' maar altijd over 'wij' en 'ons'.

Nog steeds is ze niet uitgeleerd. Zo buigt ze zich sinds kort over deverwerking van de wol van haar kudde op een spinnewiel. 'We zoeken iemanddie een beetje een ruige draad kan spinnen, niet zo'n perfect glad ding.'Misschien dat ze straks in Mongolië wel het ideale spinnewiel vindt voorhaar 'ruige draad'.

Het valt trouwens nog niet mee om iemand te vinden die nog kan spinnen,vertelt ze vol ontzetting. 'Stel je voor dat er straks niemand meer is dieachter een spinnewiel kan zitten. Vreselijk, toch.'

Meer over