Meten is weten, ook bij Swim Cup

De Swim Cup van zaterdag was nog niet voorbij, of fysioloog Jan Olbrecht stond alweer bloed te prikken. De analyse van het lactaat, de verzuring van de spieren na inspanning, werd in het minilab bestudeerd....

Op de laptop-computer verschenen de waarden die het trainingsregime van de komende weken bepalen. Een man als Mark Veens wordt geprogrammeerd, om over drie weken bij de Nederlandse kampioenschappen in Amsterdam door de 50 seconden-grens op de 100 vrij te breken.

Trainster Van Rooden: 'Mark mag niet te vroeg pieken. Vroeger deed ik dat op gevoel en kennis. Nu is het meten en weten.'

Meetkundige Olbrecht, wegens het bloedcontact voorzien van rubber handschoenen, levert al jaren de zekerheden waarnaar trainers zo op zoek zijn. Het is die samenwerking tussen de wetenschap en de praktijk van de topsport die de agenda van het medisch symposium van de Europese zwemliga, de LEN, bepaalde.

Wetenschappers kunnen in hun academische omgeving blijven, dan wel bijdragen aan praktisch gebruik van hun kennis. Olbrecht, van de Sporthochschule in Keulen, is zo'n man. Hij bepaalde zaterdag de stemming in de vele pro's en contra's van de toegepaste wetenschap. Hij verschilde driftig van mening met Peter Hollander van de VU, over de toepasbaarheid van zijn trainingsmodellen. Het werd een haast academische discussie over wie het meest wist van lactaat.

Heftige tegenstellingen kwamen ook aan het licht bij de bespreking van de Omega Wave, het Russische apparaat waarmee hartslag (ECG) en de HRV, 'het gas en rempedaal op zenuwniveau', worden getest. Henk-Jan Zwolle, de olympisch roeikampioen, was als eerste twijfelende wetenschapper en trainer overtuigd geraakt van de waarde van het apparaat.

Zwemtrainer Hes en inspanningsfysioloog Luc van Agt, van PSV-voetbal, vielen hem bij. Hes: 'Na drie jaar begin ik de Omega te begrijpen. Ik meet per dag. Als waarden afwijken, pas ik de training aan. Je kunt een spierscheuring voorspellen.' Van Agt: 'We werken er nu seizoen mee. De Wave meet spanning. Als we dan gingen doorzoeken bij een speler, kwam er een infectie of een spierdefect aan het licht.'

Wetenschap en praktijkkennis omarmen elkaar in Amsterdam, bij TZA, zeer nadrukkelijk. Huub Toussaint van de VU is betrokken bij het gebruik van de zwemladder (MAD) en bij vele metingen. De oud-zwemmer verhaalde hoe hij sprinter Johan Kenkhuis, de nummer vier van de WK op de 50 vrij, begeleidt bij diens poging het wereldrecord van de Rus Popov (21,64) te verbeteren.

Zijn vermogen moet 330 watt worden, om de tijd van Popov te verbeteren. Zijn beste dagen kende Kenkhuis vorig jaar. Toen haalde hij 308 watt, nu staat hij op 296. Verder is er het verhaal van de vermindering der weerstand. Toussaint dacht te hebben ontdekt dat de beenstuwing nauwelijks een rol speelde en dus wel achterwege kon blijven.

'Hes wilde er niet aan. Die hield vol dat het wuitmaakte. Toen we dieper zochten, kwamen we er achter dat de beenslag de golfweerstand helpt te breken, te neutraliseren. Dat wordt een nieuw wetenschappelijk onderzoek.'

Meer over