reportage

Met zijn allen het park in: ‘De ongehoorzaamheid neemt toe’

Het Wilhelminapark in Utrecht donderdag. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Het Wilhelminapark in Utrecht donderdag.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het milde voorjaarsweer lokt velen naar de stadsparken, waar de politie deze week meermaals ingreep. Is de psychologische grens van onze burgerlijke gehoorzaamheid bereikt?

De zon is donderdag nog maar net op, als de eerste kleedjes in het Utrechtse Wilhelminapark al tevoorschijn komen. Alle bankjes langs de wandelpaden zijn bezet. ‘Mensen gaan met dit weer gewoon naar buiten, dat houd je niet tegen’, zegt Michelle Ernstsen (20), terwijl ze leunend tegen een boom een boek leest. Een dag eerder was ze er getuige van hoe het park volstroomde met zonaanbidders. ‘Het zag er heel gezellig uit. Ik was graag langer gebleven, maar dat leek me toch niet zo verstandig.’

Zo dachten handhavers er ook over: rond 18 uur riepen ze iedereen op om het park te verlaten. Soortgelijke taferelen speelden zich woensdag af in stadsparken in Tilburg, Amsterdam en Maastricht. In de voorjaarszon ontstond daar een festivalachtige sfeer, compleet met jongeren die in groten getale met een fles wijn en muziekboxen op kleedjes waren neergestreken.

Het zijn beelden die bekend aandoen. Ook vorig jaar zomer, de eerste ‘coronazomer’, stroomden de parken geregeld vol. Hoewel er toen, anders dan nu, nauwelijks besmettingen waren, speelde de discussie over de ‘ontoelaatbare’ drukte al wel. Mensen die zich strikt aan alle maatregelen hielden, ergerden zich groen en geel aan achteloze parkgangers die samenklonterden op het grasveld.

Polarisatie

De polarisatie in de samenleving tussen deze twee groepen (de rekkelijken en de preciezen) is sindsdien alleen maar groter geworden, zegt gedragswetenschapper Frenk van Harreveld, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Mensen die niet kwetsbaar zijn voor het virus, zoals de jongeren die zich nu in de parken verzamelen, hielden zich in eerste instantie vooral aan de maatregelen uit eigenbelang. Er was veel angst voor het virus. Nu die dreiging is afgenomen, doen ze dit ook uit solidariteit voor de ander. Dat maakt het veel moeilijker om vol te houden.’

Het resultaat is volgens Van Harreveld een toenemende mate van ongehoorzaamheid. ‘Zo van: we pikken het niet meer, het is genoeg geweest.’

In het Utrechtse Wilhelminapark hoor je dit niemand met zoveel woorden zeggen. Maar, zo stelt Hilde Pongers (22) met schuin oog op haar twee oppaskinderen: ‘Het is uiteindelijk ieders eigen verantwoordelijk om te bepalen wanneer het te druk is.’ Zelf is ze wat vroeger op de dag gekomen, om de ergste drukte te vermijden.

‘Ik probeer me zo goed mogelijk aan de maatregelen te houden’, zegt ze, terwijl uit onverwachte hoek een van haar oppaskinderen het kleed op komt gegleden. ‘Maar zie deze jongens maar eens een hele dag binnen te houden.’

De drukte in de parken laat zien dat de houding ten aanzien van corona omslaat, meent gedragswetenschapper Frenk van Harreveld: ‘Zo van: we pikken het niet meer, het is genoeg geweest.’  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De drukte in de parken laat zien dat de houding ten aanzien van corona omslaat, meent gedragswetenschapper Frenk van Harreveld: ‘Zo van: we pikken het niet meer, het is genoeg geweest.’Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Eindstreep

Een uitje naar het park voelt veelal als een verantwoorde manier van tijdverdrijf, vanuit de gedachte dat het virus in de buitenlucht minder hard om zich heen grijpt. Vandaar ook dat burgemeesters in onder meer Breda, Hilversum en Amsterdam oproepen tot versoepeling van de regels in de buitenruimte.

De rek is eruit, constateren zij. Wat daarin meespeelt, is dat de eindstreep gevoelsmatig al in zicht is. Het vaccinatieprogramma is op gang gekomen. De kwetsbaarsten hebben een prik gehad, waardoor het voor de hand ligt dat de druk op de zorg afneemt. Mensen maken volop plannen voor de komende zomervakantie, er worden kaarten geboekt voor festivals.

Toch blijft het kabinet tijdens de dinsdagse persconferenties een sombere boodschap verkondigen. Dat is telkens een domper. ‘Het doet me altijd denken aan een trans-Atlantische vlucht’, zegt gedragswetenschapper Van Harreveld. ‘Als je echt lang moet vliegen, voelt dat laatste uur eindeloos. Zo is het ook met het virus: in september ging het nog, nu is het opeens alsof we het allemaal niet meer volhouden.’

De roep om perspectief klinkt steeds luider. Mensen hebben behoefte aan houvast, ze willen de regie over hun leven terug. ‘Begrijpelijk’, zegt Van Harreveld. ‘Tegelijkertijd proef ik daarin een ondertoon dat de overheid verantwoordelijk is voor ons geluk in deze tijden. Terwijl we toch ook goed naar onszelf moeten blijven kijken. We hadden een intelligente lockdown, maar waren met zijn allen niet intelligent genoeg om dat vast te houden. Nu liggen we in het bed dat we zelf hebben opgemaakt.’

Fles rosé

Tegen het einde van de middag kruipt de zon boven Utrecht achter een wolkendek. Het heeft Kim de Jager (21) en Melle Vriesema (19) er niet van weerhouden een flesje rosé open te trekken. Met zo’n honderd anderen, zonder uitzondering studenten, genieten ze van de buitenlucht zolang de temperatuur het toestaat. Een paar meter verderop dreunt een boombox.

Ja, ze hebben de beelden van het Amsterdamse Vondelpark gezien. En nee, dat kon natuurlijk niet, wat daar gebeurde. ‘Als ik hier om me heen kijk, dan houdt iedereen redelijk netjes afstand’, zegt Vriesema. ‘En jouw tuin is zó klein’, verzucht De Jager. ‘Daar is het helemáál onmogelijk om afstand te houden.’

Meer over