Met wilde planten uit de akkerbouwcrisis

HET ALOUDE oliemerk Castrol, waarmee sinds de jaren twintig wordt gesmeerd in de motor- en autoracerij, krijgt jaren na dato wellicht navolging....

RENE DIDDE

In de laboratoria worden nu andere wonderlijke oliën op plantaardige basis getest. Uit de zaden van de Afrikaanse zeekool (Crambe abyssinica) wordt een smeerolie gemaakt, en ook smeervet op basis van Lesquerella-variëteiten behoort tot de kanshebbers. Dezelfde plant, waarvoor nog geen Nederlandse naam bestaat, kan hydroxyvetzuren leveren, die mogelijk in de geur- en smaakstofindustrie kunnen worden toegepast.

Een andere noviteit betreft de produktie van harsen voor oplosmiddelvrije verf uit de olie van de goudsbloem (Calendula officinalis). 'De verf op basis van goudsbloemolie strijkt lekker uit en droogt snel', aldus F. Mulder, onderzoeker bij het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO) in Wageningen.

Volgens Mulder zal de motor van een aantal industriële branches binnen enige jaren deels draaien op plantaardige oliën van in Nederland verbouwde gewassen. Behalve verf en smeerolie kunnen die ook componenten leveren voor lijm en nylons, alsmede voor specialistische toepassingsgebieden als fotofilms, folies en wasmiddelen. Ook de cosmetica is een branche waarin de plantenolie afzet kan vinden.

Na vier jaar onderzoek in het zogeheten Nationaal Olieprogramma, waarvan Mulder onderzoeksleider was, concludeerden Wageningse wetenschappers begin deze maand in een rapport aan minister Van Aartsen van Landbouw dat de zaden van planten als goudsbloem, Afrikaanse zeekool, judaspenning (Lunaria annu) en stompe wolfsmelk (Euphorbia lagascae) over onvermoede eigenschappen beschikken.

Aan de winning van plantenolie in eigen land lijken een aantal voordelen te zitten. De produktie is vernieuwbaar, dus er raken geen grondstoffen uitgeput, en de raffinage is betrekkelijk milieuvriendelijk. Het zijn de aloude olieslagers die het stroperige goedje uit de zaden persen.

Plantenolie is bovendien volledig afbreekbaar en meestal niet giftig. Om het risico van besmetting te voorkomen, wordt vooral in de voedingsindustrie petrochemische olie meer en meer geweerd in hydraulische systemen.

Nu geldt dat milieuvoordeel ook voor de teelt van meer traditionele plantaardige oliesoorten zoals soja-olie, palmolie, lijnolie en raapolie. Maar volgens Mulder wordt de import van dergelijke oliën uit zuidelijke landen allengs prijziger. 'Goudsbloemolie kan bijvoorbeeld houtolie uit China vervangen. Doordat de economie daar met dertien procent per jaar groeit, houden ze de houtolie steeds meer voor zichzelf.'

De olieproducerende planten lijken ook een aanwinst voor het maïsgroene Nederlandse landbouwlandschap. Ten zuiden van Lelystad kleuren proefvelden vol judaspenningen de lege polder spetterend paars. Mulder: 'Mensen stappen ervoor van hun fiets. De VVV zou het in de toeristische tips moeten opnemen.'

Plantaardige olie zou echter bovenal soelaas kunnen bieden voor de hardnekkige economische malaise in de akkerbouw, zo is de hoop. Produktie-overschotten en weggevallen subsidies maken dat de boer steeds minder krijgt voor de traditionele drie gewassen: aardappels, bieten en graan.

De landbouwcrisis heeft zodanige structurele proporties aangenomen, dat zelfs de meeste verstokte voorstander van schaalvergroting op zijn schreden terugkeert. De jarenlange wedren zonder winnaars heeft de agrarische vernieuwing geblokkeerd. Vandaag de dag wordt het ontbreken van een vierde gewas pijnlijk duidelijk. Innovatie is het parool.

De zogeheten agrificatie is een van de pijlers onder een nieuwe, gezonde toekomst voor het groene front. Bij agrificatie gaat het niet langer om het verorberen van landbouwgewassen, maar om het telen van gewassen met een industriële bestemming.

'Nederland is een marginaal producerende akkerbouwnatie. Er moet dus niet worden gekozen voor de produktie van bulkhoeveelheden, want in die markt leg je het te zijner tijd toch af tegen de concurrenten van landen als Frankrijk en Canada, die immers over immense arealen kunnen beschikken', meent Mulder.

In zijn visie moet Nederland juist relatief kleinschalige niches zoeken voor de produktie van unieke oliën met een hoge toegevoegde waarde, en die, als het even kan, liefst ook nog in verschillende produktieprocessen inzetbaar zijn.

Wie denkt dat de geschikte variëteiten van de beoogde planten even snel uit de genenbank kunnen worden opgeduikeld, heeft het mis. Van de wilde planten is vaak zo weinig materiaal voorhanden, dat de onderzoekers de planten eigenhandig uit de wegberm moeten scheppen.

Op jacht naar het onkruid stompe wolfsmelk, waarvan de olie een uniek epoxyvetzuur levert dat onder meer als pvc-stabilisator kan dienen, moest Mulder zelfs al eens een reis naar de Spaanse binnenlanden ondernemen.

Veel planten zijn zo onbekend, dat ze een Nederlandse naam ontberen. Namen als stompe wolfsmelk of Afrikaanse zeekool zijn pas onlangs door het Rijksherbarium in Leiden toegekend.

Maar ook een bekende plant als de judaspenning, met zijn zaden in grote doorzichtige vliezen, is nog ver van huis. De plant kan nervonzuur leveren, een vetzuur met een aantal unieke chemische toepassingen. Het kan dienen als detergent en als anti-schuimmiddel in waspoeder, en verder als kunststof of kunststofadditief.

'Probleem is', zegt Mulder, 'dat de judaspenning tweejarig is, terwijl voor een rendabele produktie eenjarigheid noodzakelijk is. Eigenlijk moet het hele plantmodel worden veranderd om beter te kunnen oogsten. Je investeert in allerlei takjes en bloemetjes die je eigenlijk helemaal niet nodig hebt. Dat moet eruit.'

Bovendien blijkt de judaspenning zeer ziektegevoelig. Al na het eerste de beste ziektetje verwordt een akker met judaspenning tot een kerkhof vol dode planten.

Intussen hebben onderzoekers een eenjarige mutant gevonden, en is een begin gemaakt met het inbrengen van resistente eigenschappen in de plant. Tot die tijd kunnen schimmels chemisch worden bestreden. Niet echt plezierig, erkent Mulder, maar voor een goed milieu-oordeel moet je de gehele produktieketen bekijken.

'Judaspenningolie is dan toch milieuvriendelijk, doordat je bespaart op petrochemische olieprodukten. Plantaardige olie is bovendien vaak niet giftig en volledig biologisch afbreekbaar. Daar mag best een gering gebruik van bestrijdingsmiddelen tegenover staan.'

Wilde planten als de stompe wolfsmelk bloeien te pas en te onpas en hebben de eigenschap hun zaden weg te schieten. Niet echt handig als je het zaad commercieel wilt winnen. De meeste planten moeten daarom in sneltreinvaart worden getemd. 'In de oertijd knalde het graanzaad ook uit elkaar', doceert Mulder. 'Veredeling heeft al eeuwen geleden geleid tot vastzadigheid in gedomesticeerde variëteiten.'

Al deze landbouwkundige problemen moeten uiteraard worden overwonnen, wil het gewas op de markt doorbreken. Daarnaast moet het oliederivaat exclusief en goedkoop zijn. Zo blijkt uit het Wageningse rapport dat oliezuur uit venkel en koriander de eindstreep niet haalde, doordat de chemische industrie het zuur goedkoper uit slachtafval kan winnen.

Ook de winning van biodiesel uit koolzaad, die veel aandacht trok, lijkt in Nederland een zachte dood te sterven. 'Terecht', meent Mulder. 'Je kon van tevoren zien aankomen dat het niet uitkon, maar de landbouworganisaties hadden nu eenmaal de kaarten op de biodiesel gezet. Dat lukraak oppakken van koolzaad is tekenend voor de desperate staat waarin de akkerbouw verkeert.'

Ook de milieuvoordelen vallen tegen. 'Een boer met een Mercedes op biodiesel produceert de walm van een rijdende fritestent.' Daarnaast produceren de koolzaadakkers lachgas, een berucht broeikasgas. Daarmee wordt de besparing op de uitstoot van kooldioxyde bij de verbranding van de fossiele benzine grotendeels teniet gedaan.

Behalve naar de perspectieven van plantaardige oliën wordt momenteel veel onderzoek verricht naar de kansen van hennep (onder meer voor de produktie van papier en onverslijtbaar geachte spijkerbroeken) en karwij.

Er bestaan tevens innovatieve onderzoeksprogramma's voor de vooruitzichten van industriële eiwitten, agrovezels voor bouw- en composietmaterialen, en de produktie van bioplastics, waarvan het eetbare patatbakje de bekendste toepassing is. Voor de periode 1995 - 1998 heeft het ministerie van Landbouw 16,5 miljoen gulden uitgetrokken ter stimulering van agrificatie.

Opvallend is dat naast innovatieve high-tech-snufjes allerlei oude, bijna teloor gegane landbouwgewassen worden herontdekt. Karwij, bijvoorbeeld, bevat een etherische (vluchtige) olie, waaruit carvon kan worden gewonnen. Deze stof heeft een remmend effect op de kieming van bijvoorbeeld aardappelen en werkt conserverend.

De Inca's in de Andes bewaarden hun aardappels al door ze laag voor laag in te kuilen met karwijbladeren. En traditioneel wordt enig karwij toegevoegd aan potten augurken, mogelijk om ontkieming tegen te gaan. Met carvon kan de boer zowel de gifspuit in de kast laten staan als besparen op dure mechanische bestrijding.

Van de 'nieuwe' akkerbouwgewassen is de Afrikaanse zeekool teeltkundig het verst ontwikkeld. Het gewas is al flink veredeld. Uit de olie van de zeekoolzaden kan erucazuur worden gewonnen, een vetzuur met zeer lange koolstofketens. Het zuur kan worden toegepast in fotofilms, in verf en in coatings, het kan als basis dienen voor nylon en ook voor smeervet en olie in allerhande hydraulische systemen worden gebruikt.

Unilever-dochter Unichema in Gouda beproefde samen met de landbouwcorporatie Cebeco Handelsraad de zeekool gedurende drie jaar op velden van enige honderden hectares, maar staakte de experimenten vorig jaar. 'Ze moeten iets verzinnen wat nieuw is', zegt T. Boelens, manager bij Akzo-Nobel. 'Zolang wij onze grondstoffen kunnen winnen uit andere oliën, halen wij bulktankers vol olie van de plantages in Maleisië en de Filipijnen. Dat is zo goedkoop dat de zeekool daar nooit tegen kan concurreren.'

'Erucazuur kan beter worden gewonnen uit koolzaad dan uit zeekool', vindt ook R. Koster, onderzoeker bij het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) in Den Haag. 'Aan koolzaad valt biotechnologisch beter te sleutelen, waardoor de opbrengst nog belangrijk kan worden vergroot.'

Gewassen als goudsbloem, wolfsmelk en judaspenning hebben volgens hem meer bijzondere kenmerken. 'Voor de goudsbloem bestaat met name in de verfindustrie grote belangstelling. Voordeel is dat de plant al redelijk is veredeld.'

KOSTER SCHAT dat een goudsbloem-project in drie à vier jaar voor drie à vier miljoen gulden kan worden uitgebouwd tot semi-commerciële schaal. Dan heb je enkele honderden tot duizenden kilo's goudsbloemolie, die in specifieke verven kunnen worden toegepast.

'Het landbouwkundig onderzoek kan die miljoenen niet leveren, maar voor de industrie is dat bedrag een schijntje vergeleken met het geld dat in de ontwikkeling van verven op waterbasis wordt gestoken', meent Koster.

Tot nog toe financierde Landbouw het onderzoek met acht miljoen gulden. Sinds vorig jaar wordt de studie op bescheiden schaal in Europees verband voortgezet in het Vosfa-project (Vegetable Oil with Special Fatty Acids).

Net als in het Nederlandse project is kunstharsproducent DSM Resins uit Zwolle van de partij. 'DSM investeert enkele tonnen in het onderzoek naar goudsbloem-olie', zegt scheikundige Th. Zonjee.

Vanwege de sneldrogende eigenschappen van de onverzadigde olie is hij enthousiast over de goudsbloem. Hij beschikt over een monster van 22 kilogram olie. DSM heeft gegarandeerd de komende jaren 25 ton goudsbloemolie af te nemen van de toekomstige producenten, maar zoveel is nog niet geëxtraheerd uit de zaden.

De 'goudsbloemverf' zal vermoedelijk niet voor de eeuwwisseling in de winkelschappen staan. Iedereen kijkt de kat uit de boom. 'De verfbranche is een conservatieve sector', aldus Zonjee, die veertig jaar in de chemische industrie werkt.

'Als met geringe moeite kan worden voldaan aan de emissie-eisen van de overheid voor oplosmiddelen, worden er geen miljoenen in innovatief onderzoek gestopt. Dat verandert pas als de eisen worden aangescherpt.'

René Didde

Meer over