ProfielTom de Bruijn

Met topdiplomaat Tom de Bruijn als minister van Buitenlandse Handel wint het kabinet aan gewicht

De nieuwe minister van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel geldt als een kanon van de Nederlandse diplomatie. ‘Hij kent zijn dossiers, heeft een enorm internationaal netwerk en spreekt zijn talen. Sommige ministers in dit kabinet kunnen nog veel van hem leren.’

Tom de Bruijn Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Tom de BruijnBeeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De diplomatie is thuisgekomen. Met de benoeming deze week van Tom de Bruijn tot minister van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel wordt Buitenlandse Zaken weer geleid door twee ervaren diplomaten, beiden van D66-huize: Sigrid Kaag en Tom de Bruijn. Waar Kaag opbloeide binnen het VN-systeem, is De Bruijn een van de kanonnen van de Nederlandse diplomatie.

Het is moeilijk om niet in superlatieven over De Bruijn te spreken. Mensen die met hem gewerkt hebben beschrijven hem als een aimabele, rustige maar ook doortastende man die een schat aan ervaring opdeed in de internationale diplomatie, maar desondanks niet te beroerd was daarna, als wethouder, het ‘Haagse kindervoetbal’ mee te spelen. Hij heeft geen kapsones, totaal niet − en dat maakt hem tot zo’n prettig mens.

‘Als kwaliteit en landsbelang boven partij- en politiek belang zouden gaan, was Tom de Bruijn allang minister van Buitenlandse Zaken geweest’, zegt diplomatiekenner Robert van de Roer. ‘Hij kent zijn dossiers, heeft een enorm internationaal netwerk en spreekt zijn talen − het tegendeel van een windvaan. In die zin kan een aantal ministers in dit kabinet nog veel van hem leren. Dit kabinet wint in zijn nadagen aan gewicht.’

Europese diplomatie

De Bruijn werd in 1948 in Eindhoven geboren en studeerde politieke wetenschappen in Genève, oorlogsstudies aan King’s College in Londen en rechtsgeleerdheid in Utrecht. Na zijn studies ging hij in 1977 aan de slag bij Buitenlandse Zaken. Als jonge diplomaat was hij onder meer betrokken bij de onderhandelingen voor het VN-zeerechtverdrag (dat in 1982, na jarenlange gesprekken, gesloten werd). Maar het was in de Europese diplomatie dat De Bruijn grote hoogten bereikte − eerst op verschillende hoge functies in Den Haag, waarbij hij minister Hans van Mierlo in 1997 door een succesvol Nederlands voorzitterschap van de EU loodste. Vanaf 2003 was hij jarenlang (tot 2011) permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie − waar zijn internationale reputatie als topdiplomaat definitief gevestigd werd.

Dat waren roerige jaren, waarin een nieuwe Europese grondwet per referendum werd afgewezen door de Nederlandse kiezer en waarin de EU hard geraakt werd door de mondiale financiële crisis. Onder deze moeilijke omstandigheden kwamen De Bruijns karaktereigenschappen uitstekend tot hun recht: een bedachtzame, maar scherpe diplomaat die door collega’s werd gewaardeerd omdat hij er blijk van gaf zich in de positie van anderen te kunnen verplaatsen.

Dat was wel nodig, gezien de scherpe tegenstellingen die tot uitbarsting kwamen in de eurocrisis. Later zou hij door de Commissie gevraagd worden te dienen als speciaal adviseur van de Task Force Greece, belast met het adviseren van de Griekse overheid bij het op orde krijgen van de overheidsfinanciën. De corruptie is wijdverbreid, zei hij erover tegen de Volkskrant, ‘wil je dat aanpakken, dan kost dat heel veel moeite en tijd’.

Raad van State

Na dit ambassadeurschap zwaaide De Bruijn af als diplomaat in 2011, het begin van tal van nieuwe activiteiten, onder meer bij de Raad van State, waar hij zich onder meer bezighield met pensioenen, decentralisaties en Europese wetgeving, en recenter als voorzitter van de Raad van Toezicht van Instituut Clingendael. Maar tekenend voor zijn bescheiden opstelling en dienende karakter is De Bruijns overstap naar de Haagse gemeentepolitiek in 2014.

Hij kreeg een telefoontje van Alexander Pechtold met de vraag of hij een handje wilde helpen bij de formatie van een nieuw Haags gemeentebestuur. ‘Ik was enorm verrast maar zei meteen ja’, zei hij hierover tegen de Volkskrant. Net zoals hij na de onderhandelingen ja zei tegen de vraag of hij wethouder wilde worden. De man die achter de schermen op Brusselse toppen de handjes had vastgehouden van groentjes op het Europese toneel als Jan Peter Balkenende en Mark Rutte, zei daarover: ‘Het gaat niet over voor of achter de schermen werken, maar om het feit dat je op een directe manier bezig bent met de publieke zaak.’

Ed Kronenburg, een goede vriend en tevens, als oud-topdiplomaat, medebewoner van de diplomatieke Olympus, zegt dat men op Buitenlandse Zaken ‘zeer blij’ is met de benoeming. Hoe lang De Bruijn daar zal verblijven, is echter nog onzeker. Toen deze krant hem in 2014 vroeg of hij zich warm liep voor het ministerschap van Buitenlandse Zaken, antwoordde hij: ‘Dat is totaal niet aan de orde.’ Nu is de vraag weer actueel.

‘Het gaat hem om de publieke zaak, niet zijn eigen zaak’, zegt Kronenburg, die De Bruijns ‘nuchtere, scherpe geest’ en gevoel voor humor roemt. Hij memoreert hoe hij zijn toenmalige baas uitzwaaide toen deze permanent vertegenwoordiger in Brussel werd. ‘Ik maakte de vergelijking met een topschaatser. Het ziet eruit alsof het hem geen enkele moeite kost, maar intussen maakt hij heel veel meters. Hij beheerst de techniek perfect.’

3x Tom de Bruijn

De Bruijn is altijd een sportliefhebber geweest, met hockey en fietsen voorop. Maar hij is − net als oud-ambassadeur te Parijs Ed Kronenburg − tevens francofoon en behoorlijk francofiel. Beiden bedwongen op de fiets ooit samen Col de Joux Plane − een beklimming van de diplomatieke buitencategorie. Overigens heeft hij aan zijn Brusselse tijd ook goede Franse vrienden overgehouden, zoals Michel Barnier.

De Bruijn is de jongste uit een gezin met vijf kinderen en blijft twee keer zitten op school, waar hij ‘vlinder’ genoemd wordt: ‘Ik fladderde overal naartoe’, vertelde hij in een interview met het Algemeen Dagblad. ‘Een vrijgevochten vogel. Ik ging liever met vrienden om, hockeyen. Achter de boeken zitten deed ik niet graag.’

Diplomatiekenner Robert van de Roer over Tom de Bruijn: ‘Zelfs na zijn vertrek uit Brussel werd hij nog steeds op het allerhoogste Brusselse niveau frequent geraadpleegd. Het is heel goed voor Buitenlandse Zaken dat er weer een insider komt. Het departement is doorgeschoten in het benoemen van topambtenaren van buitenaf.’

Meer over