Met safety-belts op een kantinestoel

ER IS MIST op de Maasvlakte. Duizend lampjes verlichten de grillige torens en uitsteeksels van de olieraffinaderijen van Esso, Shell, Q8, Fina en andere grote maatschappijen....

Elk jaar bezoeken zestienduizend mensen de cursussen van RISC. 'Dat zijn er nog veel te weinig', zegt de ambitieuze nieuwe directeur Lourens de Groot, die van plan is de naam van het bedrijf tot een begrip te maken in de wereld. Hij zegt: 'Er is in Europa maar één plaats waar je kunt oefenen op grote industriële branden, dat is hier.' En: 'RISC is aan het opstomen als de enige aanbieder van integrale brandweerzorg.' En: 'Wij leren onze cursisten een tegennatuurlijke reactie op een brand: niet vluchten, maar erop af, in de aanval'

Zijn account-manager Jurriaan Cals zegt: 'Het ideaal is dat de branden zichzelf automatisch blussen. Dus dat er 's morgens een bericht uit de computer komt waar op staat: daar en daar heeft u brand gehad, u moet dat en dat beschadigde onderdeel vervangen, want dat kan ik niet zelf. Maar zover is het nog lang niet.'

Al van kilometers afstand is te zien hoe huizenhoge vlammen en machtige waterstralen elkaar te lijf gaan op het terrein van RISC. Het ziet er verontrustend uit. Het is of je op weg bent naar het proefstation van de wereldondergang. Op het terrein staan onder andere nabootsingen van een woonwijk, een helidek met een helikopter, een offshore-eiland, een raffinaderij, een tankauto, een stroomhuisje, een vliegtuig. Het zijn bepaald geen perfecte nabootsingen; alles is van ijzer, ook de woonwijk. Maar het gaat om het idee.

Het ijzer is zwartgeblakerd door de vlammen, verroest door het bluswater en wit uitgeslagen door het blusschuim. Het terrein lijkt van god en de wereld verlaten.

Twee Polen, een Amerikaan, twee Engelsen en een Australiër zijn gekleed in waterdichte en brandveilige pakken en staan op het terrein te koukleumen bij een hoge ijzeren constructie die een schip moet voorstellen. Zij werken in het dagelijks leven op een pijplegger, een schip dat pijpleidingen legt op de zeebodem. Zij volgen een cursus brandveiligheid en brandbestrijding. De cursus duurt vijf dagen. Dit is hun laatste dag.

Straks zal op het zogenaamde schip brand uitbreken en de mannen moeten deze brand bestrijden met alles wat hun maar ter beschikking staat: poeder, schuim, water, CO2. Instructeur Cees Kersten legt uit wat er gaat gebeuren en wat hun te doen staat. Op de eerste verdieping staat een spoorbiels rechtop. Dat moet een slachtoffer voorstellen. De opdracht aan de mannen luidt: redt het slachtoffer uit de brand.

'Okay', roept de instructeur als hij klaar is met het geven van de instructies, 'I will make a fire, you go in there' Hij wijst naar een container die een kantine of slaapvertrek moet voorstellen. De mannen knikken, en sjokken gedwee naar de container. Terwijl de zes mannen zitten te wachten in de container, draait een helper van de instructeur een paar kranen open waardoor kookpuntbenzine in de constructie stroomt. Hij steekt het vuur aan met het brandende uiteinde van een lange stok. Enorme vlammen slaan nu uit het schip. Dan holt de instructeur naar de container waar de zes mannen zitten en bonst met zijn vuist op de deur.

'There's a fire!,' schreeuwt hij.

De mannen komen weer naar buiten gesjokt.

'There's a fire!,' schreeuwt de instructeur een tweede keer, 'what are you going to do about it?'

De mannen bestuderen het vuur langdurig, maken een plan en beginnen de brand te bestrijden met water en schuim. Het is belangrijk dat zij het vuur bij het slachtoffer weghouden, maar zij mogen het slachtoffer daarbij niet natspuiten. Ook moeten zij met het slachtoffer praten en hem duidelijk maken dat er aan zijn redding wordt gewerkt. 'We will help you', schreeuwt de instructeur bij wijze van voorbeeld tegen de spoorbiels.

In het begin doen de mannen het niet goed, maar na een paar aanwijzingen van de instructeur doen ze het wel goed. Ze gebruiken water om de omgeving van de brand nat en koel te houden, zodat het vuur zich niet uitbreidt; ze gebruiken schuim om het grondvuur op de begane grond laag te houden, zodat het slachtoffer op de eerste verdieping niet geroosterd wordt als een kippeboutje boven het haardvuur.

De vlammen en het slachtoffer zijn nu vakkundig van elkaar gescheiden.

'Can you rescue him now?', vraagt de instructeur. De mannen knikken en twee van hen lopen, beschermd door een paraplu van water, de trap op naar de eerste verdieping om de geredde spoorbiels op te halen. Als zij weer beneden zijn is de oefening afgelopen. Het vuur wordt gedoofd en er volgt een evaluatie.

'So, Henry, what was the problem?', vraagt de instructeur aan een van de mannen.

'There was a fire', grinnikt Henry.

'Het is waar', beaamt de instructeur later in de kantine met een zucht, 'de paniek van een echte brand kun je niet simuleren. In het echt komen er nog zo veel facetten bij. Maar als je niet oefent, dan weet je zeker dat er doden zullen vallen.' Dat vinden ook de twee Polen, de Amerikaan, de twee Engelsen en de Australiër. Zij zeggen over de oefening: 'It's very useful.'

Elders op het terrein, in een overdekt waterbassin, doet instructeur Niilo Alakopsa van het Maritiem Trainingscentrum aan een groep Russische zeelui voor hoe zij zich moeten redden uit een in zee gestorte helikopter die over de kop is geslagen door toedoen van de zwaartekracht (het over de kop slaan veroorzaakt desoriëntatie). Het Maritiem Trainingscentrum werkt samen met RISC.

Het schip waarop de Russen werken is een kraanschip waarmee offshore-eilanden kunnen worden opgebouwd en afgebroken. Een van de kranen kan 2500 ton lichten. Het schip ligt in het dok van Schiedam. Het heeft een helikopterdek. Crew-changes gaan per helikopter.

Een blauw ijzeren huisje, zo groot als een theehuisje, moet de helikopter voorstellen. Kantinestoelen met safety-belts zijn met hun poten aan de vloer vastgeklonken. De instructeur zit op een stoel in het ijzeren huisje, dat aan een staalkabel boven het wateroppervlak bungelt. Zijn helper, die ook in het bungelende huisje op een stoel zit, roept luid:

'Prepare for emergency-landing! Brace! Brace! Brace'

De instructeur en zijn helper maken zich klein voor de noodlanding terwijl de Russen aandachtig toekijken door onder-water-raampjes in de zijwand van het bassin. Dan stort het huisje naar beneden en komt met een klap op het water terecht. Het zinkt en slaat dan over de kop. De instructeur en zijn helper, die nu ondersteboven onder water hangen, maken hun safety-belts los, tikken de denkbeeldige push-out-windows van de namaak-helikopter uit de sponningen en bevrijden zich uit hun ongemakkelijke situatie. Het is bepaald geen virtual reality, maar allicht helpt het bij het overleven van zo'n ongeluk. Je kunt het beter eens, dan nooit gedaan hebben.

Nu de Russen.

Behalve de scheepsarts is niemand bevreesd. Hij moet opeens heel nodig naar de wc. De stuurman over de scheepsarts: 'He is our doctor, he has no experience in these kind of things.' Over de andere mannen: 'Everybody is man, strong man.' Over de oefening: 'It's very useful.'

Meer over