Met nieuwe scholen gaat het hele onderwijs erop vooruit

Staatssecretaris Van Bijsterveldt geeft nieuwe scholen geen kans op de onderwijsmarkt, stelt Misha van Denderen. Maar leerlingen hebben baat bij vernieuwing....

Misha van Denderen

Aleid Truijens roept het kabinet op (Forum, 9 september) óf de volledige verantwoordelijkheid voor het onderwijs te nemen, óf de onderwijsmarkt vrij te laten, opdat leraren en ouders zelf scholen oprichten. Maakt het kabinet geen keuze, dan blijven onderwijsbestuurders hun gang gaan. Geld krijgen ze van de overheid, maar over de besteding daarvan hoeven ze aan niemand verantwoording af te leggen.

SP-leider Agnes Kant kiest in dezelfde krant voor Truijens’ eerste optie. Van haar moet de overheid de regie weer in handen nemen. Daarmee gaat ze wel erg gemakkelijk voorbij aan de problemen die sturing ‘van bovenaf’ in het verleden met zich mee bracht. Scholen hebben decennia aan de strakke leiband van de overheid gelopen, maar dat leidde tot verspilling van middelen en een overdaad aan bureaucratie. Bovendien werden scholen niet zelf uitgedaagd tot innovatie. Onderwijsvernieuwingen konden alleen van bovenaf worden opgelegd en sinds de commissie-Dijsselbloem weten we hoe dat afloopt. Innovatie moet breed gedragen worden en daarvoor zijn initiatieven ‘van onderop’ waardevol. Daarom is Truijens’ tweede optie te verkiezen boven de eerste.

Dat is ook het standpunt van Staf Depla (PvdA). Hij merkt op dat we in de publieke sector ‘noch markt, noch staat’ hebben (Forum, 3 september). Onderwijsbesturen worden niet gecontroleerd door de overheid, maar ondervinden ook niet de tucht van de markt. Want van concurrentie is geen sprake meer, nu scholen zijn gefuseerd tot mammoetinstellingen. Depla bepleit daarom de drempel voor nieuwe toetreders tot de onderwijsmarkt te verlagen. Dan ontstaat immers dreiging van concurrentie. Hoe effectief dat kan zijn, blijkt uit ervaringen in Zweden.

In 1994 werd in Zweden een wet aangenomen die het stichten van een nieuwe school eenvoudiger maakt. Sindsdien kunnen nieuwe partijen gemakkelijk tot de onderwijsmarkt toetreden. Als het bestaande onderwijsaanbod ergens niet goed in is en verbetering uitblijft, dan kan er prompt een nieuwe school worden opgericht. In veel gevallen blijkt de dreiging van toetreding al voldoende voor bestaande scholen om de kwaliteit te verbeteren en te luisteren naar belanghebbenden. Het resultaat van het beleid is een onderwijsklimaat dat vernieuwing en innovatie ‘van onderop’ sterk stimuleert.

In Nederland is het echter door een recente wijziging van de Wet Voortgezet Onderwijs voor nieuwe partijen moeilijk geworden een school te stichten. Waarschijnlijk zijn enkele ervaringen met slecht bestuurde nieuwe islamitische scholen daar debet aan, maar het slaat ook de deur dicht voor goed bestuurde en vernieuwende initiatieven. Zelfs voor nieuwe scholen die nog onder de oude wetgeving zijn gesticht houdt staatssecretaris Bijsterveldt de deur dicht.

Vorige maand nog wees ze de aanvraag van twee scholen af. Die willen het soort persoonlijk onderwijs geven dat anders alleen op dure particuliere scholen wordt aangeboden. Dat daar veel vraag naar is, bewijst de onstuimige groei van het particuliere onderwijs. Door die ontwikkeling ontstaat het risico van een tweedeling: kleinschalig persoonlijk onderwijs voor wie het kan betalen, grootschalig publiek onderwijs voor wie dat niet kan. De beide scholen willen dat voorkomen – met een recent Zweeds schoolconcept.

De belangstelling voor de twee scholen was groot. Samen kregen ze 598 inschrijfverklaringen. Ook docenten waren enthousiast, getuige de vele open sollicitaties die de scholen kregen. Maar de staatssecretaris wees de scholen af met een creatieve interpretatie van de wet. Volgens haar kunnen leerlingen al op een andere school terecht. Daarvoor moeten ze dan wel gemiddeld meer dan een uur reizen, terwijl dat naar voorschrift van het ministerie maximaal drie kwartier mag zijn. De staatssecretaris rekent daarom alleen de reistijd tussen (trein)stations mee.

Creatief boekhouden gebeurt zelden zonder reden. Ze wil geen nieuwe scholen. Ook niet als die een succesvol schoolconcept introduceren. Dat is spijtig voor de geïnteresseerde leerlingen, ouders en docenten. Maar bij schoolbestuurders kan de kurk van de champagne. Over concurrentie hoeven zij zich voorlopig geen zorgen te maken. Die houdt de staatssecretaris buiten de deur.

Alleen de Tweede Kamer kan de staatssecretaris nog op andere gedachten brengen.

Meer over