Reportage

Met krachtige vuisten wordt voormalig Vliegveld Twente omgevormd tot een opvang voor 500 vluchtelingen

Vier gemeenten werden begin december door het ministerie verrast met een dwingend verzoek tot noodopvang van vluchtelingen. In Enschede zet men op voormalig Vliegveld Twente na enig morren de schouders eronder. ‘Mooi dat we kunnen helpen om een maatschappelijk probleem op te lossen.’

Pieter Hotse Smit
Een van de 500 noodbedden wordt in elkaar gezet op het voormalige Vliegveld Twente.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Een van de 500 noodbedden wordt in elkaar gezet op het voormalige Vliegveld Twente.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Precies zestien jaar nadat het laatste F16-gevechtsvliegtuig er vertrok, wordt Hangar 18 op het vroegere Vliegveld Twente omgevormd tot noodopvang voor (oorlogs)vluchtelingen. Liggend in hun tijdelijke bed zien zij vanaf 1 januari aan het plafond enorme gele hijskranen hangen, die in vervlogen tijden straaljagermotoren optakelden. Wellicht ter voorbereiding op Nederlandse oorlogsmissies in hun vaderland, wie zal het zeggen.

De barakken van het oude Twentse vliegveld stonden al langer op het netvlies van het ministerie voor de opvang van vluchtelingen. Toch werd de gemeente Enschede (net als Venray, Gorinchem en Rotterdam-Rijnmond) op 11 december verrast door het tamelijk dwingende beroep dat demissionair staatssecretaris Ankie Broekers-Knol en demissionair minister Kajsa Ollongren per direct op de locatie deden.

In plaats van de tijdelijke noodopvang van 500 vluchtelingen had Enschede liever onderdak geboden aan wat meer statushouders. Uiteindelijk verleende de gemeente toch haar medewerking. En belangrijker: de private eigenaar van wat inmiddels evenemententerrein Vliegveld Twenthe (gespeld met een h) heet, ging akkoord.

Een legertruck in de struiken bij Hangar 18. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Een legertruck in de struiken bij Hangar 18.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Coronalockdown

Door de coronalockdown bood Hangar 18 even geen plek aan kledingoutlets van Bleckmann, of aan een brandweercongres. En dus kon de evenementendirecteur van Vliegveld Twenthe, Marten Foppen, wat gemakkelijker ja zeggen op het verzoek binnen twee weken 500 vluchtelingen op te nemen. Voor maximaal een half jaar. ‘Normaal zitten we met zestig gebouwen het hele jaar rond vol’, zegt hij. ‘Van theaterspektakels en straatvoetbaltoernooien tot vergaderingen van grote bedrijven als de Gasunie.’

In lockdowntijden heeft evenementenman Foppen behalve ruimte heel veel handen vrij. Krachtige knuisten, van mensen die weten hoe je rap een terrein moet omvormen tot een functionerende opvanglocatie. De schotten voor de slaapcompartimenten van 20 vierkante meter (voor zes personen) staan al. Nieuwe matrassen – ‘met veren, geen veldbedden’ – heeft Foppen zelf al bij lokale ondernemers geregeld; ze worden af en aan gesleept.

‘Dat we iets te doen hebben nu de evenementen stilliggen is mooi’, zegt hij. ‘Maar nog mooier is het dat we kunnen helpen een maatschappelijk probleem op te lossen.’ Wat het Rijk betaalt aan Jan van Eck, de ondernemer die sinds zeven jaar eigenaar is van het terrein, wil Foppen niet zeggen. Hij spreekt van ‘andere marges’ dan bij evenementen, maar ‘een marktconforme vergoeding voor het onder hoge tijdsdruk realiseren van de noodopvang’.

In de hangar worden medewerkers van hulporganisaties wegwijs gemaakt. Een vast dak boven de bedden, een aparte eet- en recreatieruimte: het zijn pluspunten, maar overdreven veel enthousiasme wekken ze niet. ‘Zeker, het valt mij mee’, zegt René Mebius van het Rode Kruis. ‘En het is goed hoe grondig ze het hier aanpakken.’

In de tenten komen recreatieruimten. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
In de tenten komen recreatieruimten.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Maar het blijft noodopvang, zegt ook Lenie van Goor van Vluchtelingenwerk Nederland. De hal met slaapplekken lijkt volgens haar op een verbeterde versie van Heumensoord, de door de Ombudsman zwaar bekritiseerde tijdelijke noodopvang (met tenten, zonder privacy) bij Nijmegen. ‘Hier heb je bij stevige wind in elk geval geen flapperende doeken.’

Er zijn redenen te over waarom Nederland weer vol aan de bak moet om de grote toestroom van vluchtelingen te kunnen bolwerken. Maar dat had niet gehoeven, vindt Van Goor. Want er hadden allang structurele oplossingen kunnen zijn; de huidige noodsituatie diende zich immers al tijden aan.

Zo waren er de escalatie in Afghanistan, de uitgestelde gezinsherenigingen omdat ambassades wegens corona lang dicht waren geweest, de oplopende aantallen vluchtelingen aan de Europese grenzen en de gebrekkige doorstroom in de Nederlandse asielzoekerscentra waar vele vluchtelingen wachten op een woning.

En dus is er een situatie ontstaan waarin Vliegveld Twenthe halsoverkop ruim twee hectare voor opvang beschikbaar moet stellen. Het moet voor vluchtelingen uit conflictgebieden straks een hallucinante gewaarwording zijn om hier rond te lopen – met overal oude kanonnen, wachtposten, militaire voertuigen, bunkers en in de struiken een overwoekerde truck van het Franse Vreemdelingenlegioen.

Het ministerie weet dat het gebied wat wegheeft van een oorlogsgebied, zegt Ton Kamp, woordvoerder van de gemeente Enschede. ‘Maar er is besloten om niks af te dekken.’

Grimmige demonstraties in 2015

Het oude oorlogstuig op het voormalige Enschedese vliegveld is niet het enige dat een vijandige indruk kan maken op de tijdelijke bewoners. Er is ook de bevolking, van wie in 2015 niet iedereen vluchtelingen uit niet-westerse landen welkom heette. Op de plek waar destijds een asielzoekerscentrum moest komen, werden halve varkenskoppen gevonden, en er waren grimmige demonstraties. Het azc kwam er uiteindelijk niet.

Een kleine groep vergalde het destijds voor de zwijgende meerderheid, meent Ineke Kleine. Zij is bij de gemeente Enschede al jaren betrokken bij de huisvesting voor vluchtelingen. ‘Er waren in 2015 ook heel mooie bijeenkomsten met mensen die zich wilden inzetten voor een azc’, zegt ze. Zeker, beaamt de gemeente, op bewonersbijeenkomsten over de noodopvang op het vliegveld leven ook nu weer veel vragen. ‘Maar we krijgen vooralsnog vooral positieve berichten.’

De komst van ‘het onbekende’ geeft sommige inwoners van Lonneker, het dichtstbijzijnde dorp, toch ook een ongerust gevoel. ‘Natuurlijk vind ik het goed dat we een bijdrage leveren aan het verzachten van hun leed’, zegt Annelies Engbers (31), inwoner van het dorp dat met nog geen tweeduizend inwoners deel uitmaakt van de gemeente Enschede. ‘Maar ik zou niet eerlijk zijn als ik zeg dat ik erom sta te springen. Het is toch ook spannend wat er komt en of we overlast krijgen. Ik ga maar uit van het beste.’

‘Nuchtere tukker’

Een 55-jarige man die niet met zijn naam in de krant wil, voelt een vergelijkbare spanning. Wakker ligt hij er ‘als nuchtere Tukker’ niet van en ertegen demonstreren zal hij niet doen. Hij moet gewoon eerst zien of het allemaal goed gaat met al die ‘andere culturen’ en mogelijke ‘trauma’s’ die ze hebben opgelopen.

Maar, zegt de man uit Lonneker ook: ‘Wie ben ik? Gisteren was ik bij mijn buren en die vinden het hartstikke mooi dat ze iets terug kunnen doen voor deze mensen.’

Meer over