Analyse

Met kabinet van de emancipatie breekt Rutte IV radicaal met voorgaande ministersploegen

Met vijf vrouwen onder de acht VVD-ministers is Mark Rutte voorlopig even verlost van de kritiek dat hij te weinig zijn best doet om zijn kabinetten wat diverser te maken. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Met vijf vrouwen onder de acht VVD-ministers is Mark Rutte voorlopig even verlost van de kritiek dat hij te weinig zijn best doet om zijn kabinetten wat diverser te maken.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Rutte IV levert de meest gevarieerde ministerraad die Nederland ooit had: in hun zoektocht naar politieke vernieuwing hebben VVD, D66, CDA en CU een bont gezelschap ministers bij elkaar gezocht. Met daarin meer vrouwen dan ooit tevoren. Een garantie op succes krijgen ze geen van allen.

Raoul du Pré

Wat maakt een mens tot een goede minister? De kandidaten voor Rutte IV lopen nu waarschijnlijk rond met die vraag. Maar in de zoektocht naar een eenduidig antwoord gaan ze stranden. Want dat hangt niet alleen af van politieke voorkeur maar is bovendien nogal modegevoelig.

Formateur Mark Rutte, sinds 2010 een belangrijke influencer op dit terrein, had altijd een duidelijke voorkeur. Goede ministers, dat waren alleskunners. Type: Henk Kamp, Ank Bijleveld, Stef Blok - doorgewinterde partijtijgers, behangen met bestuurlijke en politieke ervaring, die alle hoeken van het Binnenhof kennen als hun broekzak en een willekeurig departement binnen kunnen lopen om daar de scepter te gaan zwaaien. Specifieke vakinhoudelijke kennis was van ondergeschikt belang. Rutte III zat vol met dit model bestuurders, bedreven in het politieke spel, maar wel vaak maanden bezig voordat ze hun eigen beleidsterrein een beetje doorgrondden.

Geen juristen op Justitie...

Rutte IV breekt niet radicaal met die traditie. Op het ministerie van Justitie, volgepakt met ambtelijke juridische scherpslijpers, zal vrijdag even bedenkelijk zijn gekeken bij de vaststelling dat de nieuwe minister, VVD’er Dilan Yeşilgöz, het zonder juridische basis moet doen. Sterker, ook de minister voor Rechtsbescherming, Franc Weerwind (D66), zal zwaar moeten leunen op de wetskennis van zijn ambtenaren. Op een departement dat zich altijd graag liet voorstaan op de enorme juridische bagage van bewindslieden als Frits Korthals Altes, Ernst Hirsch Ballin en Piet Hein Donner, beginnen beiden met een forse handicap.

...maar wel een arts op Volksgezondheid

En zo zijn er meer. Welke specifieke kennis brengt Hugo de Jonge mee naar Volkshuisvesting om de woningmarkt snel in beweging te krijgen? Hoe lang is Kajsa Ollongren (Defensie) onder de wapenen geweest? Wat weet Christianne van der Wal (Stikstof en Natuur) van de problemen van veehouders nabij natuurgebieden? Hoeveel scholen heeft Dennis Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs) sinds zijn eigen schooltijd nog van binnen gezien?

De ministersploeg van Rutte IV
Twintig ministers moeten nieuw elan brengen in politiek Den Haag, na het dramatische einde van Rutte III. Wie zijn de mensen die het erop wagen in Rutte IV?

Dat Rutte IV toch een ander bestuurlijk karakter lijkt te krijgen, is te danken aan een reeks kandidaten die wél op hun vakkennis zijn geselecteerd. Het ministerie van Volksgezondheid krijgt voor het eerst sinds Els Borst (1994-2002) een arts aan het roer. Ernst Kuipers’ handen jeuken al maanden om te beginnen met de hervorming die de Nederlandse gezondheidszorg crisisbestendiger moet maken. De tweede minister daar, Conny Helder, heeft tientallen jaren bestuurlijke ervaring in de zorg.

Carola Schouten (Armoedebeleid, participatie en pensioenen) brengt minstens zoveel sociaaleconomisch vernuft mee als haar voorganger Wouter Koolmees. Henk Staghouwer (Landbouw) is bakker van huis uit, maar beheerde de landbouwportefeuille al in het Gronings provinciebestuur. De klapper is Robbert Dijkgraaf: de nieuwe man aan het hoofd van het Hoger Onderwijs zal bij zijn werkbezoeken weinig mensen ontmoeten met een zwaarder wetenschappelijk profiel.

Een kabinet met zoveel vrouwen had Nederland niet eerder

De zij-instromers gaan weer tegen andere problemen aanlopen dan de raspolitici. Zij zullen moeten wennen aan de stroperigheid van de politieke besluitvorming, aan 150 Kamerleden die je op elk gewenst moment ter verantwoording kunnen roepen, aan de ministeriële verantwoordelijkheid, aan het ‘spreken met één mond’ dat van leden van de ministerraad wordt verwacht. En aan het glazen huis waarin ze zich plotseling bevinden. Ferdinand Grapperhaus, dé zij-instromer van het vorige kabinet, worstelde er soms opzichtig mee.

Welk profiel het meeste kans biedt op succes, valt niet te zeggen. Er zijn volop goede en slechte historische voorbeelden uit beide categorieën. De coalitieleiders Rutte, Kaag, Hoekstra en Segers zullen vooralsnog tevreden zijn dat ze in elk geval met een déél van hun bonte gezelschap de geest van vernieuwing oproepen.

En van emancipatie. Want een kabinet met evenveel vrouwen als mannen had Nederland niet eerder. Met vijf vrouwen onder de acht VVD-ministers is ook Mark Rutte voorlopig even verlost van de kritiek dat hij te weinig zijn best doet om zijn kabinetten wat diverser te maken. En de twee niet-juristen op Justitie zijn wel de eerste twee Nederlandse ministers met een niet-westerse migratieachtergrond.

Aan de wens van vooral D66-leider Kaag dat een groter deel van de bevolking zich moet herkennen in de bordesfoto die op maandag 10 januari over het land wordt verspreid, is daarmee in elk geval voldaan.

Meer over