Met het potlood de tijd te lijf

Alan Lightman heeft een naam als theoretisch fysicus, maar hij schreef ook drie indrukwekkende romans. Daarin relativeert hij, op zijn zachtst gezegd, de zegeningen van wetenschap en technologie....

Hans Bouman

'COMMUNICATIE moet' luidt de tekst op de deur van een winkel in telecom-apparatuur, niet ver van de plaats van het interview.

Alan Lightman (Memphis, Tennessee 1948) heeft het opschrift niet gezien, maar de boodschap is hem welbekend. Sterker: het is een van de thema's in De diagnose. Het boek is te lezen als een aanklacht tegen een wereld waarin de mens in toenemende mate een slaaf wordt van de informatie- en communicatietechnologie. Een opvallende conclusie van iemand die als theoretisch fysicus allerminst bang is voor technologie.

Lightman behaalde op zijn 26ste de doctorsgraad en was als hoogleraar verbonden aan gerenommeerde instituten als Harvard University en het Massachusetts Institute of Technology (MIT), waar hij nog steeds doceert. Zijn lijst academische publicaties is indrukwekkend. Zijn drie romans zijn dat ook. Toch zijn Einstein's Dreams (1993), Good Benito (1995) en The Diagnosis (De diagnose) bepaald geen odes aan de wetenschap en haar beoefenaren.

'Wetenschappers en kunstenaars vinden het vaak moeilijk elkaars werelden te begrijpen', zegt Lightman. 'Voor mij is het juist een ideale combinatie. Als kind bouwde ik raketten die we vanaf een lanceerplatformpje de lucht inschoten, maar daarnaast schreef ik poëzie. Dat was voor mij net zo belangrijk. Ik kreeg daardoor twee groepen vrienden. Mijn raketvrienden vonden het belachelijk als ik een lancering liet schieten, omdat ik een gedicht wilde afmaken en mijn literaire vrienden reageerden verontwaardigd, wanneer ik gedichten probeerde te interpreteren met behulp van de logica.

'Het lijkt alsof alfa- en bèta-interesses zich in verschillende delen van het menselijk brein bevinden. Toch zie ik grote overeenkomsten als het gaat om creativiteit en de rol van de inspiratie. Rainer Maria Rilke heeft gezegd dat we net zoveel van de vragen moeten houden als van de antwoorden. De hoogleraar bij wie ik afstudeerde zei echter tegen mij: ''Het is tijdverspilling je te verdiepen in problemen waarop geen antwoorden bestaan.'' Ik heb affiniteit met beide standpunten. Ik houd van de zekerheden van de wetenschap maar ook van de onzekerheden van de kunst. Zowel zekerheid als onzekerheid is van groot belang voor de wereld.'

In Lightmans boeken speelt wetenschap een rol van betekenis. In zijn romandebuut is Einstein de hoofdpersoon. Het gaat om de dromen die de geleerde (in de verbeelding van Lightman) had in de weken vóór hij zijn relativiteitstheorie formuleerde. Anders gezegd: het boek gaat over de irrationele elementen die ten grondslag liggen aan wetenschappelijke creativiteit. Bennett Lang, de 'Benito' uit de tweede roman, is een exacte wetenschapper, en wel een die een geniale, Nobelprijs-fähige collega moet bewegen weer te gaan publiceren.

Ook dit boek relativeert het belang en de macht van de wetenschap. Aan het eind van het boek zitten Bennett en zijn nichtje in een bootje te vissen; ze vangen niets. 'Volgens mij weten de vissen niet dat we hier zitten', concludeert het nichtje even vertederend als irrationeel. Oom Bennet stemt in met haar onwetenschappelijke maar poëtische verklaring. Beide boeken zijn doordrongen van het besef dat informatie niet hetzelfde is als kennis, laat staan begrip, om nog maar te zwijgen van wijsheid.

Dat geldt ook voor de diagnose. Hoofdpersoon is Bill Chalmers, werkzaam bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in het verzamelen en doorgeven van informatie, ofwel 'data'. De roman begint als Chalmers op zijn trein wacht, en zijn tijd zo nuttig mogelijk besteedt aan het lezen en versturen van sms-berichten. Tussen de bedrijven door kijkt hij dwangmatig op zijn horloge. Tijdens de treinrit, te midden van andere forensen die rapporten doornemen, checklisten afvinken of stukjes op hun laptop tikken, beseft hij van het ene moment op het andere dat hij niet meer weet wie hij is en waarnaar hij op weg is. Hij raakt in paniek en verliest zijn koffertje met daarin zijn agenda en portefeuille, die uitsluitsel hadden kunnen geven over zijn identiteit. Ten slotte wordt hij door te politie gevonden, als hij in foetushouding opgerold op een bankje in de trein ligt, met zijn mobiele telefoon innig tegen zijn buik gedrukt.

In De diagnose treedt Lightman voor het eerst buiten de hem vertrouwde wetenschappelijke wereld. Bill Chalmers is een zakenman, geen wetenschapper. Wat niet wegneemt dat de wetenschappers die we in dit boek tegenkomen - medici - een ironische veeg uit de pan krijgen. Wanneer Chalmers na vele onderzoeken eindelijk hoopt te horen wat hem mankeert, zegt een medepatiënt: 'Ik heb gehoord dat Petrov jaren geleden, toe hij nog jong was, wel ondubbelzinnige diagnoses stelde en dat die vaak honderd procent juist waren. Maar door de enorme uitbreiding van de medische kennis en dus ook de toename van het aantal factoren waarmee rekening moet worden gehouden, beperkt hij zich tot allerlei onder voorbehoud geformuleerde vaagheden.'

De diagnose is geïnspireerd door de obsessie die Amerikanen en andere westerlingen koesteren voor feiten, snelheid en geld. Deze obsessie heeft iets gedaan met onze geest, en onze ziel, zegt Lightman. 'Mensen hebben niet alleen geen tijd om de informatie die ze krijgen te verwerken, ze hebben ook geen tijd om na te denken over wat voor hen belangrijk is, welke zaken ze prioriteit moeten geven, wie ze zijn, waar ze naartoe gaan, hoe ze hun leven moeten inrichten. Ze haasten zich slechts naar hun volgende afspraak, hun volgende mobiele telefoongesprek, hun volgende e-mailbericht.'

Communicatie móet, om met de Amsterdamse telecomwinkel te spreken. De ironie van de steeds verder ontwikkelde communicatietechnologie heeft echter - het is al vaak geconstateerd - een sterk corrumperende invloed op de aard en kwaliteit van onze communicatie. In The Diagnosis hebben Bill Chalmers en zijn zoon vooral contact via de e-mail, zelfs als ze zich in naast elkaar gelegen kamers in hetzelfde huis bevinden. En Chalmers' vrouw Melissa (what's in a name?) houdt er een virtuele 'buitenechtelijke relatie' op na via een e-mailcorrespondentie met een professor die ze nooit heeft ontmoet maar met wie ze allerlei vertrouwelijkheden uitwisselt.

Lightman: 'Ik geloof niet dat e-mail op zich iets negatiefs is. Het heeft veel voordelen, en datzelfde geldt voor de fax, de auto, de computer en de mobiele telefoon. Ze kunnen allemaal op een verstandige manier worden gebruikt. Alles hangt er vanaf hoe we technologie gebruiken. Technologie corrumpeert niet zozeer, maar legt onze zwakheden bloot. De wijze van gebruik zegt alles over ons, maar niets over de technologie. Miscommunicatie is door de eeuwen heen altijd een thema geweest in de literatuur. Nu komen we tot de conclusie dat technologie ons in staat stelt beter te miscommuniceren dan ooit.'

Na een kort verblijf in een ziekenhuis, belandt Chalmers in een kerk die in gebruik is als bingohal. De taferelen die hij aantreft, zullen bijbelvaste lezers herinneren aan de scène van de nieuwtestamentische geldwisselaars in de tempel. Lightman beaamt dat het geen toeval is dat de plaats waar de verwarde Chalmers terechtkomt van een plek waar traditioneel zekerheden werden geboden is veranderd in een oord waar puur toeval en platte geldzucht heersen. Lightman: 'Ik ben blij dat die ironie is overgekomen. Chalmers is op zoek naar vertroosting, maar treft slechts een parodie op alle aardse problemen.'

Lightman zelf heeft inmiddels de consequenties getrokken uit zijn conclusies. Hij doceert nog slechts parttime. Dankzij het schrijverschap kan hij veel tijd thuis doorbrengen. 'Het thema dat ik in De diagnose aanroer, houdt me in maatschappelijk opzicht zeer bezig', zegt hij. 'Ik heb veel vrienden die zich bijna letterlijk kapot werken. De snelheid waarmee we leven ligt veel te hoog. Ik maak me dan ook ernstig zorgen over onze spirituele gezondheid. Voor zover daaruit een uitweg mogelijk is, moet die gevonden worden op het niveau van het individu. De overheid kan niet zeggen: we moeten meer tijd met onze kinderen doorbrengen, iedereen moet zijn mobiele telefoon in de gracht gooien. Dat werkt niet. Het kapitalisme - een van de drijvende krachten achter onze manier van leven - is niet te stoppen. Maar op individueel niveau zijn oplossingen denkbaar. Als mensen bereid zijn zich serieus de vraag te stellen waar hun prioriteiten liggen, waarin ze geloven, waar ze naartoe gaan, waar ze werkelijk belang aan hechten, zullen ze er wellicht in slagen kleine veranderingen aan te brengen, en zo dichter in de buurt te komen van een gelukkig en bevredigend bestaan.'

We hebben helemaal geen tijd meer om na te denken over onze prioriteiten, meent Lightman. 'We worden allemaal meegesleurd door die grote, machtige vooruitgangsgolf. Daarbij gebruik ik het woord ''vooruitgang'' overigens sarcastisch. Sinds de Industriële Revolutie leven we met het nauwelijks ter discussie gestelde uitgangspunt dat vooruitgang meer technologie, snelheid, efficiency, productiviteit en geld betekent. De kwaliteit van het leven, het spirituele leven, de waarde van intermenselijke verhoudingen, maken geen deel uit van de definitie van vooruitgang. We moeten dus het begrip vooruitgang opnieuw definiëren. Op individuele basis, want mijn prioriteiten zijn vermoedelijk anders dan de jouwe.'

Om uiting te geven aan zijn standpunt is Lightman lid geworden van de zogeheten Lead Pencil Club, een clubje van een paar honderd mensen. 'De leden gebruiken, in elk geval symbolisch, uitsluitend het potlood voor hun schriftelijke communicatie. Geen e-mail, geen tekstverwerkers. Zo willen we een lager levenstempo aanbevelen, mensen aanmoedigen een beetje afstand te nemen van de machinerie waarvan we allemaal deel uitmaken. Het is maar een gebaar. Mijn romans schrijf ik op een laptop en in het contact met mijn buitenlandse agenten maak ik gebruik van e-mail. Dat heeft nu eenmaal evidente praktische voordelen. Maar binnen de Verenigde Staten gaat al mijn correspondentie met potlood. Het is een klein gebaar, maar wel van harte gemeend.'

Meer over