Analyse

Met gezamenlijk ‘oppositieakkoord’ wordt omhelzing PvdA en GroenLinks nog inniger

Fractievoorzitters Jesse Klaver (GroenLinks) en Lilianne Ploumen (PvdA) presenteren hun inhoudelijk oppositieakkoord. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Fractievoorzitters Jesse Klaver (GroenLinks) en Lilianne Ploumen (PvdA) presenteren hun inhoudelijk oppositieakkoord.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Omdat het volgende kabinet-Rutte geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer, zien de PvdA en GroenLinks kansen om het onder druk te zetten. In hun gezamenlijke ‘progressieve oppositieakkoord’ schuwen ze de grote woorden niet. Hoe ver durven ze uiteindelijk te gaan?

Frank Hendrickx

‘Het is geen fusie van de partijen’, beaamde GroenLinks-leider Jesse Klaver maandag bij de presentatie van het ‘progressieve oppositieakkoord’ in de grote, galmende zaal van kunstenaarsvereniging Pulchri Studio in Den Haag. ‘Het is zelfs niet een fusie van de fracties.’

Viel in dat woordje ‘zelfs’ toch een lichte vorm van teleurstelling te bespeuren? De GroenLinks-leider is altijd een man van het grote gebaar geweest. ‘We gaan Nederland veranderen’, was de missie bij zijn aantreden in 2015, eraan toevoegend dat zijn adviseurs hem hadden afgeraden zulke ‘grote woorden’ te gebruiken. Toch blijft in zijn streven om samen op te trekken met de PvdA de echte sprong voorwaarts vooralsnog uit.

Toen Klaver en PvdA-leider Lilianne Ploumen in augustus aankondigden als één blok te opereren in de formatie, werd de optie van een fractiefusie nadrukkelijk opengehouden. ‘Ik ga op niks ja zeggen en op niks nee zeggen’, zei Klaver toen.

Inmiddels is duidelijk dat de samenwerking vooralsnog vooral programmatisch van aard blijft. Een PvdA-GroenLinksfractie komt er nog steeds niet in de Tweede Kamer en een echte fusie tussen de twee partijen gaat een langere adem vergen.

Volgens Ploumen hebben de twee partijen nog steeds ‘een eigen cultuur’, maar volgens haar is de hechtere band in de Tweede Kamer wel een belangrijke verandering. ‘We gaan als fracties intensiever samenwerken en op veel onderwerpen ook hetzelfde stemmen. In tijden waarin vooral verschillen worden benadrukt, zijn wij op zoek gegaan naar wat ons bindt.’

Vijftien doelstellingen

Het resultaat is ‘een progressief oppositieakkoord’ met vijftien doelstellingen die voor 2030 moeten worden bereikt. Daarin ontbreken de grote woorden niet. De onderliggende analyse: ‘Het hedendaagse kapitalisme loopt op zijn laatste benen.’

De gemeenschappelijke agenda van GroenLinks en de PvdA – ‘Geïnspireerd op onze verkiezingsprogramma’s’, aldus Ploumen – schetst een ‘eerlijke en groene wereld’. Zo mag niemand in de toekomst meer dan een kwart van zijn inkomen uitgeven aan wonen. Het minimumloon, de AOW en de bijstand gaan ‘substantieel omhoog’. Een vaste baan wordt de norm en iedereen moet kunnen rekenen op ‘een goed pensioen met meer perspectief op indexatie’.

GroenLinks en de PvdA willen daarnaast ‘de neoliberale prikkels’ uit het zorgstelsel halen, de salarissen in de zorg verder laten stijgen en de bereikbarheid van de huisartsenposten en spoedeisende hulp verbeteren. De ‘sociaal-economische gezondheidsverschillen’ dienen in 2030 gehalveerd te zijn, onder andere doordat de overheid gezond eten stimuleert. ‘Een kilo frikandellen is nu goedkoper dan een kilo appels.’

De twee partijen, die hopen ook partijen als de SP en Partij voor de Dieren te betrekken bij hun ‘oppositiecoalitie’, zetten verder in op ‘een zo snel mogelijk einde aan de bioindustrie’, het dichten van de loonkloof tussen mannen en vrouwen en het ‘uitbannen van discriminatie en institutioneel racisme’. ‘Tegen iedereen die ons wil vertellen dat deze doelen onhaalbaar zijn, zeggen wij: het kan wel’, staat in het document. ‘Het vraagt om een whatever it takes-mentaliteit.’

Fouten uit het verleden

De vraagt blijft vooral hoe de PvdA en GroenLinks vanuit de oppositie het nieuwe kabinet kunnen bijsturen. Volgens Klaver is de boodschap aan Rutte duidelijk: ‘Het gaat niet lukken om ons uit elkaar te spelen.’ Ploumen: ‘Samen staan we sterker dan alleen.’

Dat GroenLinks en de PvdA in het verleden niet altijd uitblonken in samenwerking, erkent Klaver volmondig. Het bekendste voorbeeld was dat GroenLinks in 2019 uit weerzin tegen ‘scorebordpolitiek’ al bij voorbaat zei alle begrotingen van het kabinet te steunen, terwijl de PvdA toen juist wél dreigde met een tegenstem in de Eerste Kamer om zo extra concessies af te dwingen. ‘In de vorige kabinetsperiode is het niet altijd goed gegaan’, aldus de GroenLinks-leider.

De komende jaren moet het anders. Als Rutte onvoldoende luistert naar links, moet hij vrezen dat zijn plannen stuklopen in de Eerste Kamer, waar de coalitie opnieuw geen meerderheid heeft. Klaver: ‘We gaan het nieuwe kabinet niet aan een meerderheid helpen met kleine bijstellingen van de plannen. Wij willen echt een heel ander beleid.’

Toch bleek bij de laatste begrotingsonderhandelingen al dat de positie van de twee linkse oppositiepartijen kwetsbaar is. De PvdA en GroenLinks eisten toen onder andere een volledige afschaffing van de verhuurderheffing – een belasting voor woningcorporaties – maar het demissionaire kabinet-Rutte III koos uiteindelijk voor een kleinere verlaging, met steun van rechtse oppositiepartijen.

Het komend jaar moet blijken of de PvdA en GroenLinks in de Eerste Kamer plannen durven te blokkeren als die niet voldoen aan het oppositieakkoord van Ploumen en Klaver, maar wel kleine verbeteringen inhouden. Zo is uit de tot dusver uitgelekte formatieplannen duidelijk geworden dat het nieuwe kabinet fors gaat investeren in natuur- en klimaatbeleid. Durven GroenLinks en de PvdA zich daartegen te keren als het er echt op aan komt?

Klaver liet maandag in elk geval doorschemeren dat meer investeringen in zaken als woningbouw, klimaat en natuur niet automatisch leidt tot steun van links. ‘Dat is niet genoeg. Alleen extra geld gaat de problemen niet oplossen.’

Meer over