ReportageVakantie in Frankrijk

Met gejuich ontvangen op de camping in Frankrijk: ‘Mijn Hollanders zijn er weer!’

Cees en Truus Kuipers uit Ilpendam, met hun camper op camping Porte des Vosges in Bulgnéville. Beeld Joris Van Gennip
Cees en Truus Kuipers uit Ilpendam, met hun camper op camping Porte des Vosges in Bulgnéville.Beeld Joris Van Gennip

De neus van de camper wees al naar het zuiden, het wachten was alleen op het moment dat de grens zou opengaan. Toen dat gebeurde ging het regelrecht naar Porte de Vosges, waar ze met gejuich werden ontvangen.

Het is een wat ongebruikelijk antwoord, maar campinghouder Sylvie Drode zegt het vol overtuiging: wat ze de afgelopen maanden het meest heeft gemist, zijn auto’s met Nederlandse kentekens. Dus toen ze vanochtend na een lang Nederlanderloos voorseizoen eindelijk de eerste NL-nummerplaat het campingterrein op zag rijden, maakte haar hart een sprongetje. ‘Mijn Hollanders zijn er weer!’

Toen Sylvie (45) en Nicolas Drode (48) zeven jaar geleden camping Porte des Vosges in Bulgnéville overnamen was er nog geen verwarmd zwembad. De bungalows en stacaravans moesten nog gebouwd worden, net als het moderne sanitair. Het was, om kort te gaan, nogal rommelig en basic. Een typisch Franse camping.

Één ding was er al wel: de ligging pal naast de A31. De snelweg die, zoals menig doorgewinterde Frankrijkganger weet, vanaf Luxemburg via Metz en Nancy naar Dijon loopt, bij Beaune overgaat in de A6, vanaf Lyon A7 heet en dan in één min of meer rechte lijn doorloopt naar het Zonnige Zuiden. Die locatie, precies halverwege Nederland en Zuid-Frankrijk, is nog altijd het unique selling point. Met name voor Nederlanders, die goed zijn voor zo’n negentig procent van de clientèle, is Porte des Vosges de ideale doorreiscamping.

Lege camping

Waar veel Franse campinguitbaters reikhalzend uitkeken naar 2 juni – de dag waarop de campings in Frankrijk hun deuren weer mochten openen – was dat voor de familie Drode een tamelijk onbetekenend moment. Gemiddeld waren sindsdien slechts twee van de honderd kampeerplekken bezet. ‘Het was niet gemakkelijk’, zegt Sylvie, ‘om iedere ochtend opstaan en die lege camping te zien.’

Nu de grenzen weer open zijn is dat verleden tijd. De Drodes voeren voortdurend hetzelfde telefoongesprek: ‘Yes, we are open, no problem, we have enough place, you can come.’ Vanaf 11 uur ’s ochtends rijden de eerste campinggasten druppelsgewijs binnen, in campers of in ruime station wagons met een caravan aan de trekhaak. Cees en Truus Kuipers uit Ilpendam. Harry en Wil – ‘liever geen achternaam’ – uit Nuenen. Wim en Lia van Put uit Schiedam. De herintocht van les Hollandais is begonnen.

Hun verhalen vertonen veel gelijkenissen. Ze zijn gepensioneerd, de kinderen zijn al jaren uit huis en sindsdien zijn ze gewend om ruim voor het drukke hoogseizoen af te zakken naar Frankrijk, waar ze al twintig, dertig, veertig jaar komen. En nee, het is niet hun eerste keer hier op de camping, ze komen hier elk jaar. Sommigen zelfs op exact dezelfde kampeerplaats.

Thuiskomen

‘Frankrijk is een soort thuiskomen’, zegt Wim van Put (69) nadat hij in zijn korte spijkerbroek een biertje en een magnum met nootjes heeft besteld bij de campingbar. Toen zaterdag bekend werd dat de grenzen weer open gingen, heeft hij met zijn vrouw Lia ‘een mooi wijntje opengetrokken’. Niet thuis, maar op de klapstoeltjes voor hun camper: het echtpaar Van Put stond vorige week al in de startblokken op een camping in Limburg, ‘met de neus richting Frankrijk’, zodat ze bij groen licht van de Franse regering zo snel mogelijk verder zuidwaarts konden trekken.

Normaliter is de camping zo’n beetje het hele hoogseizoen vol. Hoe drukbezet de kampeerplekken deze zomer zullen zijn is niet te voorspellen, zegt Sylvie Drode. ‘Ik heb zelfs geen idee hoeveel plekken vandaag vol komen. Als het er tien zijn, ben ik al heel blij.’ Het zijn er 23, blijkt aan het einde van de dag.

Voordat de Drodes zeven jaar geleden neerstreken in de Vogezen om een nieuw leven te beginnen als campinghouders woonden ze in het uiterste noorden van Frankrijk. Nicolas werkte in een textielfabriek in het Belgische Moeskroen. Daar raakte hij in de ban van wat hij ‘la mentalité néerlandophone’ noemt. Lang was het zijn droom een frietkot te beginnen.

Friet

In zekere zin is dat gelukt: de camping heeft de beste friet van Frankrijk (‘volgens onze gasten’) én frikadellen speciaal en kroketten (‘van Kwekkeboem’). De menukaart is geschreven in het Nederlands, een taal die Sylvie onderhand ook behoorlijk verstaat. ‘We zijn zelfs in gesprek met de burgemeester van Bulgnéville over Nederlandstalige bordjes in het dorpsmuseum’, vertelt Nicolas.

De ‘mentalité néerlandophone’ bestaat ook uit veeleisendheid. ‘Het moet schoon zijn – echt schoon’, zegt Sylvie. ‘En als je zegt dat de receptie om half acht open gaat, moet je ‘m niet om tien over half acht openen.’

De vaste gasten waarderen die aanpak. ‘Ze maken er hier echt wat van’, zegt Cees Kuipers (79) terwijl hij een wesp uit zijn camper probeert te verjagen. ‘Meestal zijn de beste campings toch de campings van Nederlanders.’

Morgenochtend vroeg vervolgen de meeste kampeerders hun tocht, naar de Ardèche, de Provence of de Dordogne. Om over drie weken, als ze weer noordwaarts keren, opnieuw te overnachten op Porte des Vosges. Want zeg nou zelf, die ruime plekken, de schone wc’s, de hartelijke ontvangst, waar vind je dat nou? En dan die ligging. Ideaal.

‘Volgens de eigenaresse zijn we de enige gasten’
Bij parkeerplaats Hazeldonk, net voor de Belgische grens, spreken we mensen die weer op vakantie kunnen. Hoe is de stemming bij hen? ‘We zien wel waar we gaan staan. We weten ook niet wat er open is en wat niet.’

Grenzen aan Europa – een rondreis
Volkskrant-journalist Remco Andersen reisde langs de (gesloten) binnengrenzen van Europa en beschreef de gevolgen van twee maanden lockdown. De conclusie: de volgende keer moeten de Europeanen sámen tot een plan komen.

Meer over