Column

Met een gids naar de FEBO

Sylvia Witteman
De FEBO vestiging aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. Beeld anp
De FEBO vestiging aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam.Beeld anp

De Amsterdamse snackbar is al sinds jaar en dag een dankbare toeristentrekker, maar afgelopen weekend stuitte ik daar op een nieuw verschijnsel: een tourgroep. Een groepje van tien Amerikanen, begeleid door een gids, bij de FEBO in de Ferdinand Bol.

Ze pasten er maar net in, het was dringen, vooral ook omdat er een paar klassiek Amerikaanse dikkerds bij waren. De Nederlandse gids, een mooi, Oosters uitziend meisje van een jaar of 20, stelde zich met de armen over elkaar op voor die muur van speciaaltjes, frikandellen en kaassoufflés. De groep keek haar vol verwachting aan en maakte foto's.

'De FEBO is genoemd naar de straat waar we ons bevinden, de Ferdinand Bolstraat', begon het meisje breed lachend in onberispelijk Engels. 'Ferdinand Bol was een 17de-eeuwse schilder ...' De groep luisterde welwillend. Geboren Amsterdammers zal het een worst zijn wie Ferdinand Bol was, maar op reis is men nu eenmaal wat leergieriger, en gelukkig hield ze het kort.

'Ik deel wat kleingeld uit en intussen zal ik uitleggen wat er hier allemaal achter de raampjes ligt', ging het meisje voort. Ik staakte het bijten in mijn nasiblok en wachtte gespannen af. Een kroket uitleggen aan een Amerikaan, dat leek me geen sinecure. 'Het ziet er allemáál zo heerlijk uit!', joelde een kleine, gezette vrouw feestelijk. Ze droeg een T-shirt met Van Goghs zelfportret. Zijn baard kleurde mooi bij haar oranje kroeshaar.

Toegegeven, de gids was behoorlijk op de hoogte. Van elk paneerjuweel wist ze de gebruikte vleessoort, alleen bij het 'speciaaltje' aarzelde ze even. Het meisje achter de toonbank bood fluisterend uitkomst, waarna de gids hardop tegen het gezelschap vonniste: varkensvlees. Enkele Amerikanen schudden zedig het hoofd, alsof ze door een straatmadelief waren aangeklampt.

'En voor vegetariërs hebben we de kaassoufflé.' Méér foto's. Een cowboy op leeftijd stootte me aan en vroeg zachtjes: 'Is dat lekker?' Hij zag in mij blijkbaar een kenner, niet geheel onterecht trouwens. Nu was het gidsmeisje bij de satékroket aangeland. Ze begon nog wat breder te lachen. 'Ik zeg altijd maar: als ik een snack was, was ik een satékroket', sprak ze. Haar publiek grinnikte, aarzelend van onbegrip. 'Saté is een Indonesische specialiteit', ging ze voort. 'Indonesië was een kolonie van Nederland. Ik kom daar vandaan. Dus ik ben een satékroketje!' ('little satay croquette')

Vage consternatie. Een koffiekleurige man in doorzichtige regenparka keek verbijsterd. De cowboy mompelde: 'She lost me there...' Maar de Van Gogh-dame had inmiddels zo'n satékroket uit het luikje getrokken en riep, weer zo jolig: 'Dit is het lekkerste dat ik in tijden heb gegeten!'

Meer over