Met een cultuuroorlog komen Republikeinen niet ver

DE vreemdste van alle 'terug-van-weggeweest'-verschijnselen bij de jongste Amerikaanse verkiezingen is de come back van de tegencultuur. In de jaren zeventig doodverklaard en afgelopen zomer met Woodstock II nog eens definitief ten grave gedragen, is de tegencultuur in werkelijkheid al lang geleden overgenomen door een business-cultuur die de 'revolutie' van...

Desondanks brengt Newt Gingrich, samen met andere Republikeinse moralisten als Dan Quayle, de tegencultuur nu terug - helaas niet voor een reünie, maar als een zondebok met bloemetjes in het haar.

De tegencultuur wordt niet alleen verantwoordelijk gesteld voor de excessen van Bill Clinton - een niet-inhalerende bewonderaar van de popgroep Fleetwood Mac - maar voor alles wat immoreel, gewelddadig en seksueel-expliciet is in de hedendaagse Amerikaanse cultuur.

De culturele klok dreigt te worden teruggezet en dat is een beangstigend vooruitzicht voor velen in de kunst- en showwereld die een vleug McCarthyisme bespeuren bij ieder streven de cultuur de schuld te geven als er wat fout gaat.

The Los Angeles Times vraagt zich af of er een nieuw Republikeins tijdperk van filmcensuur op handen is. The Washington Post bericht dat de omroepen, die nu al hevig ongerust zijn over een V-chip die violence moet blokkeren, vrezen dat er ook nog een S-chip op komst is die de sex moet weren. En elke liberale instelling maakt zich zorgen over de toekomst van de National Endowment for the Arts en de publieke omroep, die sinds jaar en dag door de Gingrich-club als de belichaming van de tegenculturele perversie worden bestempeld.

In 1992 namen de Republikeinen het op tegen Murphy Brown en Robert Mapplethorp en verloren. De Republikeinen van 1994 hebben nieuwe moed gekregen en denken nu klaarblijkelijk in 1996 straffeloos de strijd aan te kunnen binden met de Stones - Rolling, Oliver, Sharon en wie nog meer. De Democraten kunnen alleen maar hopen dat ze het ook proberen.

De Republikeinen die, wel wat laat overigens, te keer gaan tegen de tegencultuur staan verder van het publiek af dan zij zelf denken, ondanks Sonny Bono's (van het voormalige duo Sonny and Cher) pogingen hen bij de tijd te brengen. Een partij die geen gelegenheid voorbij laat gaan om te pleiten voor minder overheidsbemoeienis en vervolgens zelf met een grote stok van de overheid de cultuur te lijf wil gaan, zou uiteindelijk wel eens zijn eigen aanhangers kunnen treffen.

Cultuur - elitaire en populaire, goede en slechte, moralistische en smerige - heeft niets te maken met iemands partijkeuze. Maar weinigen zullen bestrijden dat tv-shows als Melrose Place en Studs precies datgene belichamen wat Gingrich zo verafschuwt aan de hedendaagse Amerikaanse cultuur, maar wie is verantwoordelijk voor deze programma's? Niet de tegencultuur, maar Fox, de tv-maatschappij van Rupert Murdoch, uitgever van The New York Post, een van de meest conservatieve kranten in de Verenigde Staten

Wie is de succesvolste leverancier van gewelddadig amusement op het filmdoek? Arnold Schwarzenegger, Republikein. Wie kwam bij de laatste verkiezingen als een uitgesproken fan van Mick Jagger en Bruce Springsteen naar voren? De nieuw gekozen Republikeinse gouverneur van New York, George Pataki.

Het was daarentegen minister van Justitie, Janet Reno, die probeerde het geweld in Hollywood-films terug te dringen en Tipper Gore, de echtgenote van de vice-president, die de strijd aanbond met 'smerige' songteksten.

Veel min of meer conservatieve Amerikanen kijken net als hun liberale buren naar populaire tv-shows waarin een belangrijke rol wordt gespeeld door alleenstaande moeders, homo's, zinloos geweld en andere kwellingen van Gingrich.

In plaats van een nieuwe cultuuroorlog te beginnen, zouden zowel Republikeinen als Democraten er beter aan doen de boodschap van de hedendaagse cultuur tot zich te laten doordringen.

Een paar uur 'pulp fiction' helpt hen wellicht te begrijpen waarom bij de laatste verkiezingen 63 procent van de bevolking er voor koos niet te gaan stemmen.

Frank Rich

De auteur is commentator van The New York Times.

The New York Times/de Volkskrant

Meer over