Nieuws

Met een CO2-plafond wordt de stroomsector veel sneller klimaatneutraal

De verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening kan veel sneller als er een plafond komt voor het aantal grammen CO2-uitstoot per kilowattuur. Door het maximum steeds een beetje te verlagen, kan Nederland zich ervan verzekeren dat de klimaatdoelen wat betreft elektriciteitsproductie worden gehaald, aldus het Klimaatcrisis Beleid Team (KBT), een soort OMT voor het klimaat.

Zonnepark Avri is met 34.000 zonnepanelen het grootste van Gelderland. Beeld ANP
Zonnepark Avri is met 34.000 zonnepanelen het grootste van Gelderland.Beeld ANP

Door een maximumaantal gram CO2- per kilowattuur vast te leggen, krijgt het kabinet een ‘draaiknop’ waarmee het de uitstoot van broeikasgassen effectief op het gewenste niveau kan krijgen. Volgens het KBT, dat bestaat uit onder meer milieu-economen, gedragswetenschappers en klimaat- en mobiliteitsexperts, zal de bereidheid om te investeren in duurzame elektriciteitsproductie daardoor groeien onder energieproducenten, omdat ze met een dergelijke norm weten waar ze aan toe zijn.

De discussie over de klimaatdoelen is nu erg abstract, zegt Frans Rooijers, directeur van CE Delft en mede-opsteller van het advies. ‘Wat betekent het om 49 of 55 procent te reduceren? Je kunt alle kanten op.’ Door duidelijke normen aan elektriciteit te stellen, krijgt het kabinet meer invloed op het bereiken van de doelen. De norm zou vergelijkbaar zijn met de energieprestatiecoëfficient die tien jaar geleden werd ingevoerd voor nieuwe gebouwen en die bepaalt hoe energiezuinig nieuwe gebouwen moeten zijn. Na de invoering van deze norm werden nieuwe gebouwen een stuk energiezuiniger.

De Nederlandse elektriciteitsproductie is nu goed voor ongeveer eenvijfde van de CO2-uitstoot en is relatief eenvoudig te vergroenen. Ook moet er een minimumprijs komen voor CO2-uitstoot, waardoor het lonend wordt te investeren in klimaatvriendelijke elektriciteitsproductie. Met deze maatregelen moet de uitstoot met 80 procent kunnen dalen zonder extra subsidies. De politiek kan bepalen hoe scherp de norm wordt.

Door een CO2-plafond zal de prijs per kilowattuur stijgen en daarom zouden bepaalde groepen moeten worden gecompenseerd, zoals burgers met een laag inkomen en industriële grootafnemers. Maar subsidies voor wind- en zonneparken zijn niet nodig, denkt het KBT.

Een groter aandeel duurzame elektriciteit is goed voor het klimaat, maar het betekent ook dat het aanbod steeds sterker gaat variëren. Als het waait en de zon schijnt, zullen er grote hoeveelheden goedkope stroom beschikbaar zijn. Maar als dat niet het geval is, kunnen tekorten ontstaan en kan de elektriciteitsprijs omhoog schieten.

Om deze pieken en dalen af te vlakken, moet er meer geld worden gestoken in energieopslag. Tijdelijke tekorten kunnen opgevangen door accu’s en e-auto’s. Maar die kunnen een lange periode van windstilte in de winter niet overbruggen. Om toch voldoende CO2-arme elektriciteit te hebben, moeten gascentrales worden omgebouwd naar waterstof.

Dit is een relatief eenvoudige ingreep, alleen is waterstof als brandstof nog schaars en duur. Ook in 2030 zal er niet voldoende ‘groene’ waterstof uit zon en wind zijn. De waterstof voor ‘winterflauwte’ moet in eerste instantie worden gemaakt uit aardgas, vindt het KBT. Hierbij ontstaan grote hoeveelheden CO2, die ondergronds opgeslagen zouden moeten worden om het klimaat te beschermen.

Volgens het KBT is het tijdelijk stoken van energiecentrales op deze ‘blauwe’ waterstof beter dan ze te laten draaien op gewoon aardgas. Bij waterstofproductie komt namelijk pure CO2 vrij, die relatief eenvoudig kan worden afgevangen en in de grond kan worden opgeslagen. Waterstofcentrales dienen straks als achtervang. Ze zullen betrekkelijk weinig uren draaien, omdat het aanbod van groene stroom de meeste tijd voldoende zal zijn, is de verwachting. Volgens het advies is met relatief beperkte middelen een duurzaam en zeker energiesysteem te bouwen. Het KBT ziet geen rol voor nieuwe kerncentrales, omdat de bouw daarvan enorme overheidsinvesteringen vraagt. Daarmee is nucleaire energie voor Nederland te duur.

Han Slootweg, hoogleraar intelligente energiesystemen aan TU Eindhoven en directeur netstrategie bij netbeheerder Enexis, en niet betrokken bij het advies, ziet haken en ogen aan het gebruik van blauwe waterstof. Hij denkt dat het beter is om centrales na 2030 nog even op aardgas te laten draaien en ze pas om te bouwen als er genoeg groene waterstof is. Dan hoeven er geen kostbare faciliteiten te worden gebouwd voor ondergrondse opslag en wordt de kans kleiner dat ‘aardgaswaterstof’ de groene variant uit de markt drukt.

Meer over