Met een baan bij de werkplaats zit je goed in Stadskanaal

Sinds Philips uit Stadskanaal is vertrokken, is de sociale werkplaats er de grootste werkgever. Het kabinet wil dat medewerkers aan de slag gaan in een 'vrije baan'. Banen die er nauwelijks zijn.

DOOR ANA VAN ES

In Stadskanaal is de sociale werkplaats een normale loopbaankeuze. Truus van Rijswijk (58) woont in een koophuis, rijdt auto en heeft een motorrijbewijs. Ze bezocht de volwassenenmavo. Elke zomer organiseert ze een spelletjesdag voor kansarme kinderen in haar woonwijk. Dan geeft ze leiding aan 25 vrijwilligers.

Ze zegt: 'Ik kan overal wel werken. Als ze me maar willen hebben.'

Van Rijswijk (58) werkt bij de sociale werkvoorziening, Wedeka. Dat is logisch, want in Stadskanaal is dat de grootste werkgever van de gemeente. Een betrekking bij Wedeka gaat in sommige buurten over van vader op zoon. Wie er een vast contract weet te bemachtigen, is qua carrière binnen. Dan heb je het gemaakt in Stadskanaal.

Maar wie niet meer welkom is bij Wedeka, staat vaak met lege handen. Ander werk is in de regio nauwelijks te vinden. 'Als ik hier geen baan heb, zou ik niet weten wat ik dan moet doen', zegt Van Rijswijk. 'Dan kom ik weer thuis te zitten.'

~

Wedeka staat voor: Werkvoorzieningsschap De kanaalstreek. De kanaalstreek, zo wordt dit rechte land diep in Oost-Groningen in de volksmond genoemd. Maar iedereen, tot op het raadhuis aan toe, kent alleen de afkorting: Wedeka. De sociale werkvoorziening is in Stadskanaal uitgegroeid tot een merk. Dit is een bedrijf waar iedereen bij wil horen.

Stadskanaal is een voormalige veenkolonie. Kilometers lintbebouwing langs een kanaal. Ooit trokken mensen hier bewust naartoe, omdat er werk was. De aardappelindustrie, het strokarton. Philips had hier een vestiging waar in de hoogtijdagen, rond 1970, maar liefst 3.500 arbeiders werkten. Halfgeleiders maken, beeldbuizen monteren. De hele kanaalstreek leefde ervan op.

Van de Philipsfabriek - gesloten in 2006 - rest nog een afgebrande ruïne, een paar verlaten fabriekshallen. De positie van het elektronicaconcern is allang overgenomen door de sociale werkvoorziening, betaald met overheidsgeld. Wedeka opereert ook in vier andere gemeenten in de kanaalstreek, maar is nergens zo groot als hier. Meer dan tien locaties voor gesubsidieerde arbeid telt het kleine Stadskanaal.

'Kijk, daar', wijst Van Rijswijk vanuit de auto. Het hoofdkantoor van Wedeka aan de Electronicaweg. Deze straat was ooit het domein van Philips. 'En daar.' Het filiaal van de Wedeka-autoreiniging. Daar, het Wedeka-postbedrijf. En daar, op de hoek, bijna naast haar huis, dat is de groenvoorziening. Twee mannen in overalls leunen op enorme schoffels. 'Dat is óók van Wedeka.'

Dit is een wereld die wordt bedreigd door plannen uit Den Haag. Daar zien ze in sociale werkplaatsen geen toekomst meer; laat staan een carrièredoel.

Met haar echtgenote woont Van Rijswijk in een hoekwoning aan de rand van Ceresdorp. Ceresdorp, op de rand van Stadskanaal en het naastgelegen lintdorp Musselkanaal, is nog niet zo lang geleden officieel herdoopt in Cereswijk. Dat klinkt meer alsof het eigenlijk net een gewone woonwijk is. Maar nog niet overal zijn de naambordjes vervangen.

Ceresdorp, een doolhof van krappe rijtjeswoningen, lag ooit in het industriële hart van Stadskanaal. Werk was overal: vlakbij, naast de in onbruik geraakte spoorlijn, is de voormalige Philipsfabriek. Achter de huizen lagen ook de glasfabrieken van Nieuw-Buinen, de grootste van Nederland. Veel Ceresdorpers van het eerste uur verdienden daar hun inkomen. Nu is dat allemaal verdwenen.

Wel is er nog een buurthuis, dat wordt beheerd door Bert Toestra, een man met lang, grijs haar. Hij ziet eruit als welzijnswerker en is dat ook. Zonder omhaal zegt hij: 'Dit is een wijk waar van oudsher veel probleemgezinnen wonen.'

Ceresdorp is zo'n wijk waar de sociale werkplaats tegenwoordig de toekomst van de inwoners bepaalt. 'Bij ons in de buurt denk ik dat wel de helft bij Wedeka werkt', zegt Van Rijswijk. 'Er zijn veel achtergebleven gezinnen.' Ze denkt even na, schudt dan het hoofd. 'Nee, dat mag je niet zo zeggen. Dan lijkt het net alsof je zelf meer bent. Maar ze werken er allemaal.'

~

Wedeka is een gewoon bedrijf in een parallelle arbeidswereld. Waar je ook komt - op de stoffeerderij, de inpakafdeling, in de kantine - nergens is te zien dat er iets niet klopt. Dat deze hele industrie draait op belastinggeld, tientallen miljoenen euro's, afkomstig van het raadhuis in Stadskanaal en een ministerie ver weg in Den Haag. Dat het hier gaat om werkverschaffing voor de allerzwaksten in de samenleving.

Wedeka heeft een eigen cao, salarissen die boven het minimumloon liggen, een ondernemingsraad en bedrijfskleding in licht- en donkerblauw. Op het prikbord in de gang van de vestiging aan de Electronicaweg nummer 5 hangt een interne vacature, die eruit ziet alsof iedereen met de juiste papieren zomaar zou kunnen solliciteren.

Gezocht: legionellabestrijders m/v. Beloning volgens de cao voor de WSW salarisschaal, afhankelijk van kennis, ervaring en gebleken geschiktheid.

Om hier te werken, volstond tot 1998 soms ontslag bij het naburige Philips. Het was een erfenis uit de tijd dat Oost-Groningen gold als communistisch bolwerk. Werkloze arbeiders hadden de tijd om de rode revolutie te bespoedigen, en moesten dus van de straat. Zo verrees dit universum van surrogaatbanen, veilig binnen de muren van een overheidsinstantie - met een prima cao om onrust te voorkomen.

Tegenwoordig worden nieuwe werknemers onafhankelijk gekeurd, net als in de rest van Nederland, om te kijken of ze niet alleen werkloos zijn, maar ook kampen met een geestelijke of een lichamelijke beperking. 'Absoluut iedereen wordt gekeurd', benadrukt hoofd personeelszaken Antje van Nejenhuis.

Truus van Rijswijk herinnert zich een gesprek met een psycholoog. Een mevrouw met een gebreid vest en ook gebreide sokken. Ze maakte zich zorgen, want deze mevrouw zag er niet uit alsof ze goed in haar vel zat.

'Waar is de psycholoog?', had ze dus gevraagd. Zo is Van Rijswijk: ze zegt wat er in haar opkomt.

'Dat ben ik', had de vrouw gezegd.

Niet lang daarna kon Van Rijswijk beginnen bij Wedeka. Dat is nu vier jaar geleden. Ze hoort andere mensen weleens vertellen over echte keuringen. 'Nou, ik zou niet weten hoe dat gaat. Daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar. Maar je zou ook kunnen zeggen: mooi dat ik in elk geval weer aan het werk ben.'

Bij de gemeente haar hand ophouden is voor Van Rijswijk geen optie. 'Ik heb nog nooit een beroep gedaan op de sociale dienst. Uit principe niet.' Zij wil een eerlijke boterham verdienen, ook al moet dat in een gesubsidieerde baan bij de sociale werkvoorziening.

Toen er in Stadskanaal nog werk was, werkte Van Rijswijk als productiemedewerker in een fabriek en daarna als fulltime-oppas bij een artsengezin. Dat veranderde na het onverwachte overlijden van een aantal van haar familieleden. Ze kreeg psychische klachten. Toen het beter ging, had alleen Wedeka nog geschikte banen. Ze trok er binnen in de voetsporen van haar buurtgenoten.

~

Sinds een paar weken is Van Rijswijk ingedeeld bij de kantinedienst aan de Electronicaweg nummer 5. Vlak voor de eerste pauze om half tien zet ze de koffiekannen op tafel. Een van haar collega's slaat het deksel van een melkflesje op en neer. Steeds opnieuw. Hij kan al zijn taken zelf, maar je moet hem nooit aanwijzingen geven. 'Dan gaat 'ie mopperen en dan doet hij het niet meer.'

De schaftbel gaat. Mannen van middelbare leeftijd lopen binnen, buiken naar voren, broodtrommels in de hand. Dit zijn de medewerkers van de inpakafdeling, de stoffeerafdeling. Er zijn ook blonde meisjes, van een jaar of 18. Ze volgen speciaal onderwijs en lopen hier stage: toiletartikelen inpakken. Deodorant in zakjes. Ze dromen van iets dat in crisistijd onhaalbaar lijkt: straks een echte baan bij Wedeka.

'Het zijn jongeren van wie wordt gezegd: die komen later toch wel in de sociale werkvoorziening terecht', vertelt Johan Kuipers, productieleider van de vestiging Electronicaweg nummer 5. Daarna valt hij stil. Kuipers is ambtenaar. Hij weet heel goed: wat hem daar zojuist ontsnapte, dat is niet volgens het nieuwe denken in Den Haag.

Dan zegt hij: 'Het idee is natuurlijk altijd uitstroom naar een vrije baan.'

Deze werkvoorziening trekt zelfs werknemers van over de grens, vertelt hij. Sommige medewerkers wonen in Duitsland. Ze zijn al jaren geleden geëmigreerd, maar houden toch hun baan aan bij de sociale werkplaats in Stadskanaal. Elke dag forenzen ze op en neer. 'Waarom zou dat niet kunnen?', vraagt Kuipers zich af.

Aan de bar meldt zich een vrouw in een zwarte korte broek. 'Mag ik een Bounty?', vraagt ze.

'Een Mars?', vraagt Truus van Rijswijk, die de kassa draait.

'BOUNTY!!!', schreeuwt de vrouw in de korte broek.

'Te veel prikkels', zegt Van Rijswijk later schouderophalend. 'Dan kan ik me niet concentreren.'

Het kantinepersoneel heeft het druk. Over ruim twee uur gaat de schaftbel alweer opnieuw. Dan moet de groentesoep klaar zijn die ze zelf maken. 'Potage aux legumes clair', staat al op het kaartje op de bar. Massa's kroketten, frikadellen en gehaktballen moeten de frituur in. Die vinden gretig aftrek, want ze kosten nog geen euro per stuk. 'Veel goedkoper dan in de snackbar.' Winst maken mag niet bij Wedeka.

Maar voor het werk is er koffie. Leny, de voorvrouw van het viertal, vertelt over de school van haar zoon. Daar leer je wiskunde waar geen mens iets mee kan.

'Kunnen rekenen is toch wel handig', zegt Van Rijswijk. 'Om de kas op te maken. En in de zorg, als je infusen geeft. Milliliters aflezen.'

'Maar dit is rekenen waar je niets mee kan', herhaalt Leny. 'Worteltrekken en dan nog meer.'

Leny werkt al ruim twaalf jaar bij Wedeka. Ook zij woont in Ceresdorp, een paar straten van Truus van Rijswijk vandaan. Toen ze hier wilde beginnen, meldde ze zich gewoon via het arbeidsbureau. Zo ging dat toen nog. Haar baan in een supermarkt kon ze fysiek niet meer aan. 'Dan werd je gekeurd. Ik kwam door de keuring. Sommige anderen niet. Dan moest je naar een vrij bedrijf.'

Een vrij bedrijf, of een vrije baan, is een schrikbeeld voor medewerkers van Wedeka. Het betekent dat je goed genoeg bent voor gewoon werk, op de reguliere arbeidsmarkt. Of dat de subsidie voor je functie verdwijnt. Een vrije baan, dat staat gelijk aan strafontslag. Het is een stempel in je dossier en in één klap nooit meer aan de slag kunnen bij het grootste bedrijf in Stadskanaal.

Leny zit goed: zij heeft bij Wedeka een contract voor onbepaalde tijd. Helaas is dat niet weggelegd voor haar 23-jarige dochter, die hier ook werkt. Haar loopbaan bij Wedeka begon glansrijk. 'Ze liep stage en kon toen blijven plakken.' Toch moet ze binnenkort na zes jaar vertrekken. Door het salaris dat ze dan misloopt - ze valt terug op haar Wajonguitkering - kan ze misschien niet op zichzelf gaan wonen.

'Ik zou graag nu mijn baan opgeven, zodat zij hier een plekje krijgt', zegt Leny.

~

Ook Truus van Rijswijk maakt zich zorgen over de toekomst. Vorig jaar stond ze ineens bijna op straat. Een week voordat haar contract afliep, kreeg ze te horen: je moet weg bij Wedeka, op zoek naar een vrije baan. 'Hier krijg je nooit meer werk, zeiden ze.' Ze liet het er niet bij zitten. Dus zij praten met de directie, netwerken op het raadhuis.

Haar aanstelling bij Wedeka is nu gelukkig voor drie jaar verlengd. Haar volgende missie: een vast contract.

Stadskanaal, vindt ze, maakt het te gemakkelijk om een baan hier te laten schieten en thuis te gaan zitten. Dat komt door de lage lonen bij Wedeka. Ga maar na: voor 28 uur kantinedienst in de week krijgt zij 1.000 euro netto. Dat scheelt weinig met een bijstandsuitkering. 'En met een uitkering kun je gratis een nieuwe wasmachine aanvragen, en ook een nieuwe tv. Bij de gemeente.'

Van Rijswijk kijkt om zich heen, in het bedrijf waar iedereen een gesubsidieerde baan heeft, betaald met belastinggeld. Dan zegt ze: 'Wij werken daar met z'n allen heel hard voor, om al die uitkeringen te kunnen betalen.'

'Sterfhuisconstructie'

Sociale werkvoorzieningen zijn bedoeld voor mensen met een handicap, die niet in een reguliere baan kunnen werken. Uitkeringsinstantie UWV moet via een onafhankelijke keuring vaststellen dat ze kampen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) wil van de sociale werkvoorzieningen een 'sterfhuisconstructie' maken. Nieuwe instroom mag niet; de subsidie gaat omlaag voor wie er nog wel werkt. Uitstroom naar een gewone baan is het devies.

Tegelijkertijd moeten jongeren die nu vanwege ziekte of handicap een Wajong-uitkering krijgen - en vaak werken bij een sociale werkvoorziening - worden herkeurd. Ook zij moeten op zoek naar een reguliere baan. Lukt dat niet, dan betaalt niet langer het Rijk hun uitkering, maar de gemeente.

Meer over