interview

Met documentaire over haar bipolaire stoornis wil Hanna Verboom psychische aandoeningen uit de schaduw halen

Hanna Verboom over haar nieuwe documentaire Uit de schaduw Beeld Rebecca Fertinel
Hanna Verboom over haar nieuwe documentaire Uit de schaduwBeeld Rebecca Fertinel

Actrice Hanna Verboom kreeg op haar eenentwintigste voor het eerst een psychose. Na jarenlang zwijgen wil ze de stilte rondom psychische stoornissen doorbreken. Ze begint met zichzelf. ‘Ik zie het meer als een psychische variatie, die best veel mensen hebben.’

Hanna Verboom staat op haar eenentwintigste in de tuin van Elton John als ze haar eerste psychose krijgt. Het gebeurt op de afterparty van de Oscar-uitreiking. Ze heeft net in haar eerste Amerikaanse film gespeeld en over een rode loper gerend.

‘Ik was totaal overprikkeld’, vertelt ze. ‘Ik had al dagen niet geslapen, het voelde alsof ik zweefde. Ik ving alles op dat om me heen gebeurde. Ik stond daar tussen allerlei mensen die ik normaal alleen maar op tv zag. Dat was al zo bevreemdend dat het een perfecte voedingsbodem was voor mijn psychose om te woekeren.’

Tijdens het feest duikt ze in haar vintage Dior-jurk het zwembad in, met de ogen van de sterren op zich gericht. Even later schopt ze de receptioniste, net als de agent die aankomt om haar te arresteren. Iedereen denkt dat ze drugs heeft gebruikt. Nadat ze is afgevoerd houdt ze slechts gehuld in een deken een Oscar-acceptance-speech. Ze denkt dat ze in een film zit – de volgende scène kan elk moment beginnen.

Een paar uur later wordt ze wakker in de isoleercel op de gesloten afdeling van het ziekenhuis in Beverly Hills. Platgespoten.

Het is een mooi verhaal, dat wel.

Maar voor Verboom (38) is het ook het begin van iets wat haar leven omver werpt. Pas een jaar later krijgt ze, na een tweede psychose, de diagnose: ze heeft een bipolaire stoornis, een ziekte waarbij depressies en manische perioden elkaar afwisselen.

Uit de schaduw

Vandaag verschijnt haar korte documentaire Uit de schaduw op het filmplatform Cinetree dat ze de afgelopen jaren oprichtte. Met de film wil ze mensen bewegen opener te zijn over psychische aandoeningen en ze te accepteren als onderdeel van het bestaan. Zo’n 43 procent van de Nederlanders krijgt volgens het Trimbos Instituut in het leven ooit te maken met een psychische stoornis. Hieronder vallen onder meer depressies, angststoornissen, verslaving en persoonlijkheidsstoornissen.

‘Laat die getallen even tot je doordringen’, zegt Verboom. ‘Dat is bijna de helft van de bevolking.’

In de documentaire begint ze met zichzelf. Zonder opsmuk beschrijft ze wat haar overkwam, de schaamte die ze voelde. Vrienden en haar management spraken haar na de diagnose aan. ‘Ze drukten me op het hart: vertel dit nooit, nooit in het openbaar.’ Achttien jaar lang hield ze zich aan dit advies.

null Beeld Rebecca Fertinel
Beeld Rebecca Fertinel

Uit onderzoek blijkt dat mensen die kampen met psychische aandoeningen, drie tot zeven keer vaker worden afgewezen voor een baan. ‘In mijn consultatieruimte zeg ik soms tegen mensen: praat niet met uw baas over uw psychose, over uw depressie, over uw verslaving’, zegt psychiater Dirk de Wachter in de documentaire. ‘Zeg dat je je been gebroken hebt op ski-vakantie. Want de kans is groot dat de volgende jaren uw promotiekansen voorbij zijn. Ik zeg dit met pijn in het hart. Maar dat is de realiteit.’

En zo houden we het met zijn allen in stand, zegt Verboom.

Psychische aandoeningen zorgen voor een stigma, zegt ze. ‘Stigma betekent: schandvlek. Het geeft je het gevoel dat je minderwaardig bent. En daar is weinig ruimte voor. Iedereen wil slagen in het leven, het perfecte plaatje vormen. Het zit ook in het jargon: stoornis, aandoening, ziekte. Ik zie het meer als een psychische variatie, die best veel mensen hebben.’

Op het hoogtepunt van haar tweede psychose rent ze in haar eentje midden in de nacht door Amsterdam, op weg naar een concert dat Bob Dylan en U2 die nacht samen op het dak van een flat geven. Althans, dat denkt ze.

Uiteindelijk vindt haar vader haar om zes uur ‘s ochtends in Amsterdam-west. Bij de ggz danst ze vervolgens op de tafel. ‘Ik dacht dat het script dat ik had geschreven, werd verfilmd. Ik vond het fantastisch. Ik dacht: wat hebben ze dit goed gedáán.’

null Beeld Rebecca Fertinel
Beeld Rebecca Fertinel

In de kliniek ontmoet ze bijzondere mensen. ‘De een dacht dat hij Pokémon was, een ander dacht dat ze was getrouwd met Toetanchamon. Weer een ander lachte de hele dag door heel hard, terwijl ze onder het bloed zat. Een man was zo depressief dat hij niets meer zei. Toen ik weg mocht, realiseerde ik me: zij zíjn daar nog. Dat raakte me. Ik wist: ooit ga ik dit vertellen.’

Ontwapenend

Lang blijft ze uit beeld en werkt ze als filmmaker en ondernemer. Het lukt haar om weer stabiel te worden. ‘Het gaat nu heel goed met me. Na jaren van vallen en opstaan weet ik: hiermee valt goed te leven. Het stigma is erger dan de ziekte zelf.’ Onlangs kreeg ze haar tweede kind, een zoontje. ‘Ineens vroeg ik me af: kan ik ooit een goede moeder zijn als ik dit deel van mezelf verborgen houd? Als ik mezelf niet accepteer?’

Bang voor kritiek is ze niet. ‘Het voelt wel kwetsbaar om dit zo te vertellen. Want ook al pleit ik voor het doorbreken van het stigma – het is er nog steeds.’

Ze hoopt op sociale media onder de hashtag #uitdeschaduw een beweging te creëren waarin meer mensen hun verhaal delen over hun psychische aandoening. Ook wil ze een reeks van documentaires maken. ‘Zodra je hier open over bent, kom je er pas achter hoeveel mensen hier óók mee kampen. Bij het draaien van de documentaire zei de een na de ander in de crew: oh, maar ik heb dit ook! Al moeten mensen die hun ­verhaal delen, dit natuurlijk weloverwogen doen.’

In de documentaire zit een ontwapenend filmpje van Verboom als 8-jarig meisje. Volkomen vrij zingt ze een zelfverzonnen liedje, dansend om de camera. Ze vindt het moeilijk ernaar te kijken. ‘Ik voelde als kind al dat ik anders was.’ Toch beschouwt ze dit nu ook als een kracht. ‘Ik zie ook een meisje dat heel creatief en gevoelig is. Intuïtief. Als ik een kamer binnenkom, voel ik vaak hoe anderen in hun vel zitten. Dat is een kant die ik nooit zou willen missen.’

Meer over