Met de vlam in de pijp

Waar gehakt wordt vallen spaanders en dus heeft de kassier soms een kastekort en breekt de serveerster wel eens een potje....

Werknemers die hun brood verdienen in het verkeer hebben niet alleen vaak deuken in de bedrijfsauto, maar incasseren ook nogal eens een bekeuring. Veel van die bekeuringen komen rechtstreeks bij de werkgever (als kentekenhouder van de auto) terecht. Voor een werkgever met een fors wagenpark, waarvan een deel wordt bestuurd door chauffeurs met Formule 1-aspiraties, kunnen de boetes voor snelheidsovertredingen behoorlijk in de papieren lopen. Zijn dergelijke boetes, veroorzaakt door overtreding van de verkeerswetgeving nu op één lijn te stellen met ongelukjes tijdens het werk? Met andere woorden: kan de werkgever de schade van bekeuringen verhalen op de werknemer?

Over deze kwestie heeft de Hoge Raad zich vorig jaar gebogen. Een werkgever had zo'n honderd vrachtwagens op de weg. Met ieder daarvan werd jaarlijks meer dan honderdduizend kilometer gereden, vaak met de vlam in de pijp. In vijf jaar tijd had het bedrijf 27.801 gulden aan boetes wegens snelheidsovertredingen betaald. De werkgever was wel zo sportief om toe te geven dat de werknemers vaak werden aangespoord om op te schieten en dat de chauffeurs vaak opdracht kregen om 'het nodige te doen' om op tijd bij de opdrachtgever te arriveren. Daarom werden de boetes ook niet op de werknemers verhaald.

Dat de Hoge Raad zich met de kwestie moest bemoeien, kwam omdat de fiscus geen vrede had met deze soepele opstelling van de werkgever. De staatssecretaris van Financiën vond dat het afzien van verhaal van boetes op de werknemers als het verstrekken van loon moest worden beschouwd. Er moest dus loonbelasting worden nageheven over het totale boetebedrag. De Hoge Raad is het niet met de staatssecretaris eens en meent dat de werkgever de schade van door de werknemers veroorzaakte verkeersboetes moet dragen.

Dat oordeel lijkt redelijk nu vaststond dat de werkgever de werknemers uit zakelijke overwegingen tot plankgas had aangespoord. Maar wat nu als de werkgever juist aandringt op correct verkeersgedrag? De Hoge Raad maakte in het arrest geen onderscheid. Per saldo houdt de Hoge Raad de werkgever in alle gevallen aansprakelijk voor schade ten gevolge van lichte verkeersovertredingen, tenzij er sprake is van opzet of roekeloosheid.

In de vakliteratuur wordt na het arrest van de Hoge Raad wel gepleit voor het opnemen van een boetebeding in de arbeidsovereenkomst. Werknemers die zich niet aan de verkeersvoorschriften houden, krijgen dan een boete opgelegd, die gelijk is aan de boete die de werkgever heeft moeten voldoen. Of een dergelijke constructie door de rechter zal worden geaccepteerd, valt nog te bezien. Voorlopig kan voor de werknemer in zijn dienstauto nog kosteloos de vlam in de pijp.

Meer over