Reportage

Met de ‘klimwand’ van kunstenaar Jos de Putter kreeg de Tweede Kamer toch nog nieuw elan

‘Oerlelijk’ of ‘net een apenrots’: de nieuwe achterwand in de Tweede Kamer kreeg een hoop kritiek te verduren. Maar de vijf zaalhoge kleipanelen van kunstenaar Jos de Putter ontdoen het parlement van statigheid en drama, en geven nieuw elan aan een vastgeroest architectuurtype.

Rutger Pontzen
Het kunstwerk van Jos de Putter in de plenaire zaal van de Tweede Kamer.  Beeld Freek van den Bergh
Het kunstwerk van Jos de Putter in de plenaire zaal van de Tweede Kamer.Beeld Freek van den Bergh

‘Aarde’ luidt de eenvoudige titel van de aarden achterwand in het tijdelijke onderkomen van de Tweede Kamer aan de Haagse Bezuidenhoutseweg. Vier maanden geleden werden de vijf zaalhoge panelen met kluiten rivier- en zeeklei van kunstenaar en filmer Jos de Putter aan pers en publiek gepresenteerd en meteen was het hommeles. Dat het oerlelijk was en op poep of een apenrots leek. Dat je je tegenstanders in het parlement ermee kon bekogelen. En dat het met twee ton overheidsgeld behoorlijk aan de prijs was.

‘Aarde’ dus, al zullen velen zich die andere, bespottende benaming van het kunstwerk herinneren: de Klimwand. Over smaak en associaties valt te twisten, en ook bijnamen zijn een vorm van acceptatie en toe-eigening. Het neemt niet weg dat de ‘meest bekeken muur van Nederland’ voor de komende vijfenhalf jaar (of langer) een rol zal spelen in onze democratie. Als decor voor elk debat, in de Kamer en bij u voor de buis.

Dat de Tweede Kamer überhaupt een achterwand heeft, kent een geschiedenis. Parlementaire vergaderzalen zijn er in alle maten en vormen. Tot 1992 kwamen de 150 Nederlandse parlementsleden bijeen zoals ze dat in de Britse Houses of Parliament nog steeds doen: als kemphanen tegenover elkaar, in de setting van een klassieke arena, met een (tot voor kort bepruikte) voorzitter als even meedogenloze als rechtvaardige rechter. ‘Order! Order!’

De panelen zijn bekleed met kluiten zee- en rivierklei uit alle delen van Nederland. Beeld Freek van den Bergh
De panelen zijn bekleed met kluiten zee- en rivierklei uit alle delen van Nederland.Beeld Freek van den Bergh

Bij de grote verbouwing van het Binnenhof door Pi de Bruijn, dertig jaar geleden, veranderde de architect de plenaire zaal van een arena in een al even klassiek Grieks-Romeins theater. Door de halfronde opstelling van de stoelen zouden de Kamerleden niet langer naar elkaar kijken, maar naar de voorzitter, het kabinet en het spreekgestoelte tussen beide in. En dat alles tegen een achtergrond van 7 meter hoge, rood-paarse wandpanelen die de kunstenaar Rudi van de Wint met zijn handen had geschilderd.

Dat de achterwand van Van de Wint in het tijdelijke onderkomen (de vergaderzaal op het Binnenhof wordt gerenoveerd) is vervangen door de kleiklonten van De Putter, geeft de zaal een nog landelijker atmosfeer, samen met het zeegroene tapijt, het pregnantere bovenlicht en de uit de eerdere zaal overgenomen blauwe tulpenstoelen. Hollandser krijg je het niet, met de elementen water, lucht en vooral de ruige klei. Misschien wel iets te ruig, hoor je in de beroemde wandelgangen van het Kamergebouw. ‘Voor je het weet loop je er tegenaan. Er zijn al stukjes vanaf gevallen.’

De kunstenaar, zelf uit de Zeeuws-Vlaamse klei getrokken, had diepe bedoelingen met zijn materiaalkeuze. De ‘verticale aarde’, zoals de kunstenaar de vijf kleitaferelen noemde, moest iets ‘veranderen in de relatie tussen ons en de planeet’, zou een waarschuwing zijn tegen populistische Blut und Boden-denkbeelden en als een ‘gesprekspartner’ functioneren, hoewel niet meteen duidelijk werd met wie. Al in het begin van De Putters filmcarrière portretteerde hij zijn vader, eindeloos boerend op al even eindeloze akkers. Er zat een flinke dosis heimwee in en nostalgie voor het agrarische ambacht.

De Putter was uit vijf voorgedragen kunstenaars gekozen. Tot verrassing van velen. Want wat had deze van oorsprong documentairemaker eerder aan kunstwerken gefabriceerd? Weinig, gaf hij eerlijkheidshalve toe. Het terrein van de beeldende kunst lag ‘buiten mijn comfortzone’. Hij was, suggereerde De Putter, uitgenodigd op initiatief van voormalig CDA-Kamerlid Lenny Geluk-Poortvliet, begin dit jaar nog voorzitter van de kunstcommissie van de Tweede Kamer. Zij had zijn videowerk ‘Zeeuwse klei’ in het Zeeuws Museum gezien en komt zelf uit Zuid-Beveland, aan de andere kant van de Westerschelde waar De Putter is geboren.

Elk van de vijf panelen tonen de aarde in een ander stadium, van ongerept tot bewerkt. Beeld Freek van den Bergh
Elk van de vijf panelen tonen de aarde in een ander stadium, van ongerept tot bewerkt.Beeld Freek van den Bergh

Aanvankelijk had De Putter voor de Wand der Wanden een ander voorstel ingediend: brede videoschermen waarop het al even oer-Nederlandse licht zou verschijnen. Het plan werd afgeblazen, uit angst dat de software zou worden gehackt en achter Mark Rutte geen wolken maar een onthoofding door IS of een naaktscène uit Flodder zou verschijnen.

Voor de benodigde klei reisde De Putter met assistenten de hele land door, van Zeeland tot Groningen. Hij schepte met zijn eigen handen de klonten uit de velden, stopte ze als kindjes in bad en liet ze maandenlang drogen om er zeker van te zijn dat niet alles ‘met Kerstmis van de wand flikkert’.

Hackgevoelige videoschermen of gedroogde modder – De Putter heeft een vastgeroest architectuurtype een eigentijds elan weten te geven. Menige parlementaire vergaderzaal in het buitenland is in de 19de eeuw op hetzelfde Grieks-Romeinse theatermodel gebaseerd – kijk maar in Parijs, Madrid, Rome, Washington of Buenos Aires. Met hun neoclassicistische zuilen, heroïsche schilderijen en pluchen zittingen zijn het vaak toonbeelden van oubollige statigheid.

En ook van het operateske: het imago van de volksvertegenwoordiging als een schouwspel met acteurs en actrices, hoofd- en bijfiguren, inclusief alle dramatiek en vermakelijkheid van scheldpartijen, verdachtmakingen, gevechten en mogelijke revoluties. Wie herinnert zich niet het pistoolschot in het Spaanse Congreso de los Diputados waarmee luitenant-kolonel Antonio Tejero veertig jaar geleden een staatsgreep wilde plegen, in een zaal vol katholiek-royalistische symboliek?

In Den Haag maakt de water-lucht-en-klei-enscenering een optreden in de plenaire zaal eerder tot een typisch Hollands schouwspel; een aardse acteerprestatie in de openlucht, aan de kust, in de polder. Hier geen associaties met een dramatisch aan tuberculose stervende Mimi (in Puccini’s La bohème) of Bizets gepassioneerde Carmen. Eerder met Kniertje in Herman Heijermans’ Op hoop van zegen (‘De vis wordt duur betaald’).

Jos de Putter heeft de kluiten zelf uitgegraven, van Zeeland tot Groningen. Beeld Freek van den Bergh
Jos de Putter heeft de kluiten zelf uitgegraven, van Zeeland tot Groningen.Beeld Freek van den Bergh

De achterwand verhoogt het no-nonsensegehalte: de dames en heren politici staan in de Zeeuwse, Groningse, Limburgse, Achterhoekse, Hollandse klei. Met de poten in de modder, beide voeten op de grond. Er is voor hen de komende vijfenhalf jaar geen ontkomen aan als ze – al dan niet met klei besmeurd – het spreekgestoelte betreden en volk en parlement wensen toe te spreken.