Met blote handen scheppen vissers olie uit het water

'Wat een leugenaar! Laat hij uit zijn kantoor komen, op een boot stappen en zelf komen kijken, por Dios! Dan kan hij zien dat de olie in de ría is, en ook dat honderd man bezig zijn die met blote handen uit het water te halen.'

Het groepje vissers in de haven van Canga ontploft van verontwaardiging wanneer het hoort wat de Spaanse vice-premier Rajoy, de coördinator van de olierampbestrijding, zojuist op een persconferentie in het veraf gelegen A Coruña heeft gezegd: dat de olie van de gezonken tanker Prestige de zuidkust van Galicië heeft bereikt, maar gelukkig niet de zeearmen van Arouse, Pontevedra en Vigo is binnengedrongen.

Leugenaar zeggen ze even later ook bij de visafslag van Baiona als antwoord op de mededeling van Rajoy dat de regering alle beschikbare middelen heeft geconcentreerd in het zuiden van de deelstaat om te voorkomen dat de catastrofe ook hier toeslaat: 'We hebben helemaal geen middelen, vrijwel alle boten zijn zonder enig materiaal uitgevaren om de olie te onderscheppen.' Pas aan het eind van de middag arriveert in Baiona een bescheiden lading laarzen, emmers en schoppen.

De omvang van de olieramp dijt met de dag uit. De vrijwilligers die aan de Kust des Doods de stranden schoonmaken, ontdekken de volgende dag dat zij opnieuw kunnen beginnen. Maar de olie heeft nu ook het meest gekoesterde deel van Galicië bereikt: de Rías Baixas, de zuidelijkste zeearmen, waar de mosselkwekerijen zijn geconcentreerd en die een grote rijkdom aan andere schelp- en schaaldieren bevatten. De Cíes-eilanden, een belangrijk natuurgebied, zijn ook al slachtoffer geworden, en voorspeld werd dat afgelopen nacht Portugal aan de beurt zou komen.

In hetzelfde tempo als de catastrofe groeit, groeit ook de nervositeit van de kustbewoners en hun verontwaardiging over het volledig falen van de autoriteiten. Overal zijn de klachten hetzelfde: er is gebrek aan alles, aan materieel en aan fatsoenlijke informatie. De regering van Galicië en de centrale Spaanse regering laten het afweten. Duizenden vissers zijn bereid zelf de strijd tegen de olie aan te gaan, maar ontberen alles wat zij daarvoor nodig hebben: van maskers en handschoenen tot containers voor de vergaarde olie.

'Zijn wij nu Europa of zijn wij Afrika?' vraagt een schipper in Aguino. 'De hele aanpak is Derde-Wereldachtig en wij werken als slaven.' Het is al twee weken geleden dat de Prestige zonk, maar sindsdien zijn in het gebied rond de Rías Baixas door de overheid geen voorzorgsmaatregelen genomen om de te verwachten zwarte vloed te lijf te gaan. 'Ze hebben tijd gehad om containers uit de hele wereld hiernaartoe te halen.'

De vissers pakken alles wat zij kunnen vinden om de zwarte drab in op te slaan. De mosselkwekers halen de olie met kranen uit het water, anderen gebruiken hun krabbennetten, maar velen hebben niets anders dan hun blote handen. Voor de naar de haven gebrachte troep is doorgaans geen afvoer beschikbaar. De haven van Aguino lijkt de laatste dagen meer op een olieraffinaderij dan op een vissershaven.

De enige hulp voor de Galiciërs komt van de acht buitenlandse bestrijdingsvaartuigen, waaronder de Nederlandse schepen Rijndelta en Arca. Doordat het weer gisteren eindelijk meewerkte konden die in elk geval een flinke hoeveelheid olie opzuigen die vervolgens bij olieraffinaderijen in de regio werd afgeleverd.

De regeringen in Madrid en Santiago de Compostela worden verweten dat zij met opzet onjuiste informatie verschaffen. De eerste was minister van Visserij Canete die al twee dagen nadat de Prestige lekgeslagen was verkondigde dat dankzij het snelle ingrijpen van de autoriteiten Galicië een ramp bespaard was gebleven. Vice-premier Rajoy bleef volhouden dat de zuidelijke rías geen gevaar liepen, tot en met gisteren toen de olie ze al bereikt had.

'Waarom liegen ze en zeggen ze dat de olievlekken onbeduidend zijn en ver van de rías?', vraagt een man in Baiona, lid van de vissersbond La Anunciada (De Aangekondigde). Het opstellen van het meest optimistische scenario is elke dag aanleiding geweest voor het achterwege laten van voorzorgsmaatregelen.

De regering dient onmiddellijk het leger in te schakelen, verklaarde oppositieleider Zapatero woensdag. Dat heeft in elk geval spullen.

In Muxia zijn driehonderd vrijwilligers aan het werk. Zij slapen in een sporthal waar zij beschikken over vijftig matrassen.

Meer over