Met andere woorden

Als dyslecticus heeft kunstenaar Navid Nuur een haat-liefdeverhouding met letters. Op zijn solotentoonstelling in het Bonnefantenmuseum toont hij de onmacht, de schoonheid en de kracht van taal.

Hoe vaak kijkt u langer dan een seconde naar letters? Hoe vaak verkent u de vorm van een letter met uw tong? Zodat u weet: stokje en twee halve cirkels: B. Halve cirkel en schuine lijn: R.

Het antwoord laat zich raden: zelden tot nooit.

Als kunstenaar Navid Nuur (37) schrijft, schrijft hij blokletters, zodat hij de letters langzaam met zijn ogen op kan zuigen. Als hij leest, laat hij de woorden hardop klinken in zijn hoofd. En ja, Nuur heeft het alfabet met zijn tong verkend en in kauwgom gekauwd. Ingelijst liggen de bonkige beeldhouwwerkjes in het Bonnefantenmuseum Maastricht, waar vandaag zijn solotentoonstelling opent.

Voor Nuur vormen letters en taal allesbehalve een vanzelfsprekendheid. Hij verhuisde als kleuter vanuit Iran naar Nederland en moest midden in het leerproces overschakelen van het zwierig getekende Perzisch naar het Spartaanse a, b, c. 'Beide talen lukten niet', zegt hij. 'Later bleek ik dyslectisch te zijn.'

Het gaat goed met de kunstenaar, die fragiele en betoverende beelden maakt uit de meest onorthodoxe, alledaagse materialen. Behalve in Maastricht zijn er dit jaar ook tentoonstellingen in Londen en Berlijn. In 2010 kreeg Nuur de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, 'omdat hij laat zien dat er een magische wereld schuilt in de gewoonste woorden en in de banaalste zaken'. Nuur schroeft tl-buizen van het plafond voor een lichtobject, filmt met zijn videocamera het geheime leven van een prop papier of likt aan de bovenste laag van een toverbal, waarna zich een fontein van kleuren openbaart.

Ook taal is een materiaal. Minstens 20 procent van zijn werk is gerelateerd aan taal, ontdekte Nuur. Dat tekstwerk, in alle vormen en soorten, vormt nu de leidraad van de solo in Maastricht.

Daar gaat Dislectika in première, een door Nuur ontwikkeld, voor iedereen te downloaden alfabet in handgeschreven blokletters. Wie een zin typt, ziet de letters onder zijn handen in elkaar dansen, de woorden door elkaar krioelen, soms zo dicht op elkaar, dat je er wanhopig van wordt. Zo moet het voelen om dyslectisch te zijn.

Maar wat Dislectika ook laat zien: dat tekst en taal geen oersaai, louter functioneel of noodzakelijk kwaad zijn. Dat je kunt spelen met letters en woorden. In Dislectika komen de lijnen tot leven, dansen de vormen, versmelten de letters tot spontane, nieuwe eenheden die soms adembenemend zijn om naar te kijken. Soms rijgen de vormen zich aaneen tot oneliners, die zich vanwege hun rijm in vorm en klankkleur nestelen in je hoofd. Hocus Focus. Of Lube Love, de titel van de tentoonstelling, weerbarstige liefde.

Nuur likt aan taal, zoals hij aan een toverbal likt, en legt een bont palet van eigenschappen bloot. Tekst, in de vorm van hoogstpersoonlijke gedachten en oneliners, glinstert je in Maastricht tegemoet van achter nonchalant geparkeerde glasplaten, of knallen als flinterdun neon de ruimte in. Vanuit de wijsheid dat intelligentie niet alleen in je ogen zit, beperkt Nuur zich niet tot een visueel spektakel. In het Bonnefanten is taal een zintuiglijke ervaring. Woorden rijzen op vanuit een geurende waspoederberg of kietelen je oren. Kleur, klank en geur buitelen over elkaar heen.

Vaak balanceert Nuur in zijn spel op de rand van wetenschap. Door zijn zwarte verf zelf te maken en vervolgens voorzichtig met water te bedruipen, lekken alle kleuren van de regenboog uit het zwart. Dat is hallucinerend poëtisch en mysterieus. Het laat geraffineerd zien dat er meer is tussen hemel en aarde. Nuur heeft ontdekt dat elke kleur zijn eigen massa heeft, dat blauw verder lekt dan rood, waarmee de enerverende aanwezigheid van zwaartekracht tot leven komt.

In een ander werk kruipt hij vier uur lang in de huid van verf en kwast. Alles wat de Roemeense schilder Adrian Ghenie doet, zet Nuur om in taal. Hij schreeuwt als de verf op het doek wordt gesmeten, fluistert als Ghenie zijn kwast zacht langs het doek strijkt. Zo maakt hij de tijd en de energie zichtbaar, die aan elk schilderij ten grondslag liggen.

Maar het grootste kunstwerk hangt niet aan de muur. Dat banjert in het rond, over de tentoonstelling en door het museum. 'We share air' heeft Nuur op de toegangsclip geschreven waarmee elke bezoeker is getooid, en waardoor de lucht, die wij delen, en de ruimte tussen de bezoekers in van totaal efemeer en onzichtbaar opeens smoel en vorm krijgen.

Terwijl taal in het eeuwenoude Babylon voor verdeeldheid zorgde, laat Nuur zien waartoe taal echt is bedoeld: als middel om te communiceren, om bruggen te slaan en verbindingen te creëren.

Wie de in de tentoonstelling opgedane inzichten of de toegangsclip als herinnering te vluchtig vindt, kan de spreuk, naast andere symbolen, ook als permanent aandenken mee naar huis nemen. Daartoe is in het museum The Inker's Inn geopend, een heuse tattooshop. Elke donderdag worden daar drie Nuur-tatoeages gezet. Daarmee maakt Nuur zichtbaar dat ook kunst een taal is, die zich niet beperkt tot het museum, maar infiltreert in lichaam en geest, en zich nestelt in het leven van alledag.

Dood is niet echt dood

Het merkwaardigste onderdeel van de solotentoonstelling van Navid Nuur in het Bonnefantenmuseum bestaat uit een contract met handtekening. Daarin geeft een verzamelaar toestemming om zijn as na zijn dood te gebruiken als poeder in een neonbuis. Nuur kwam op het idee omdat het poeder, dat de elektriciteit in de buis zichtbaar maakt, zo lijkt op de as van een overledene. De as geeft volgens Nuur een schitterend blauw licht. Het kunstwerk laat zien dat dood niet echt dood is, maar dat elke dode sporen in het leven nalaat.

Navid Nuur, Lube Love. Bonnefantenmuseum Maastricht, t/m 26/1. Bonnefanten.nl, dislectika.nl

Nuurs werk is van 12/10 t/m 23/11 ook te zien bij Martin van Zomeren Gallery Amsterdam.

undefined

Meer over