Mestverwerking lijdt onder sjoemelaars

Om van het Nederlandse fosfaatoverschot af te komen, verrijzen vooral in Brabant mestverwerkingsbedrijven. Maar illegale dumping bedreigt de nieuwe groeisector. 'Als dit zo doorgaat, gaan wij failliet.'

GERARD REIJN

Eindelijk zou het gaan gebeuren: het overschot aan mest dat al tientallen jaren Nederlands oppervlakte- en grondwater bedreigt, zou naar de fabriek gaan om het daarna de grens over te zetten. Te beginnen bij Brabant, de mestprovincie bij uitstek.

De mestverwerkingswet die dit jaar van kracht is geworden, verplicht boeren met een mestoverschot een deel van hun mest te laten verwerken. Voor de varkenshouders is alle mest 'overschot', want land hebben ze niet. In Brabant moeten de varkensboeren dit jaar al 30 procent van hun mest laten verwerken, volgend jaar 50 procent. In andere provincies liggen de percentages lager.

Een groeisector dus, de mestverwerking. Al tachtig installaties zijn er geregistreerd. Loonwerkers investeren in mestscheidingsinstallaties. Boerencooperaties hebben zich gevormd, die samenwerken met energiebedrijven. Restwarmte wordt gebruikt om mest te drogen, zodat het als poeder of korrels kan worden uitgevoerd.

Lodewijk Burghout, directeur van de Biomineralenfabriek, een van de grote mestverwerkingsprojecten, ziet vooral 'kansen'. De restwarmte van de energiecentrale van Essent in Cuijk en van afvalverwerker Sita in Roosendaal zal worden gebruikt om mest te drogen. 'Wij gaan een prachtig product maken, waar tot ver in Frankrijk grote belangstelling voor is', zegt hij. De mestkorrels komen als geroepen op de schrale akkers in Frankrijk. 'In NoordFrankrijk is een gebied zo groot als Nederland waar per hectare een fosfaattekort is van 50 kilo. Die boeren zijn heel blij dat wij er mest komen brengen.'

Geschenk uit de hemel

Voor de Franse boeren is mest welkom, voor de Nederlandse boeren is het een duur afvalproduct. Varkenshouders betalen al jaren hoge bedragen om van hun mest af te komen; nu is dat rond 18 euro per ton. Als straks een deel van de mest de grens over gaat, zullen die kosten zakken, is de verwachting. Sterker: het gaat de boeren meer opleveren dan de verwerking kost, zegt Mark Heijmans van LTO Nederland vergenoegd.

Voor loonwerkers is de verwerkingsplicht een geschenk uit de hemel. Zij hebben zich al jaren geleden een stevige positie verworven in mesttransport, -opslag en -verwerking, en zij zullen het nog druk krijgen. Loonwerker Dries Reniers in Wintelre, vlakbij Eindhoven, heeft al zes jaar een mestverwerkingsinstallatie draaien. Die haalt de droge stof uit de mest, die wordt uitgevoerd naar Frankrijk. De natte boel die overblijft is vrijwel fosfaatloos, en kan worden uitgereden op de Nederlandse akkers.

Reniers heeft net een nieuwe installatie besteld. 'Die verwerkt 100 duizend kuub per jaar, vier keer zoveel als de oude.' Hij legt de 1,5 miljoen euro investering niet alleen op tafel. 'De boeren die hun mest bij mij willen laten verwerken, moeten wel mee investeren. Ze betalen inleggeld.'

Dat is niet alleen om de kosten te delen, maar ook om de boeren te binden. 'Je moet wel zeker zijn dat ze hun mest komen leveren.' Mestverwerking mag dan verplicht zijn, het is nog altijd stukken goedkoper om de mest via frauduleuze weg te laten dumpen. Fraude loont, en niet zo'n beetje ook. En omdat fraudeurs de mest goedkoop dumpen, kunnen bonafide mestverwerkers nu al moeilijk aan mest komen.

Een sleutelfiguur in de mestverwerking, die niet met zijn naam in de krant wil, zinspeelt nu al op naderende faillissementen. 'De boeren die mest zouden leveren, blijven weg', zegt hij. 'Ze kunnen hun mest namelijk veel goedkoper kwijt bij sjoemelende mesthandelaren. Als dit zo doorgaat, zijn wij over een paar maanden failliet.' Het gaat er niet altijd lieftallig aan toe. Volgens hem is er sprake van intimidatie door de frauduleuze mestondernemers.

Boeren mogen zelf niet hun mest wegbrengen; dat moet worden opgehaald door erkende 'intermediairs': loonwerkers en transportbedrijven. De mest wordt opgehaald door wagens uitgerust met een gps-systeem dat precies aangeeft waar de mest wordt opgehaald en waar die weer wordt uitgeladen. Tegelijkertijd worden automatisch monsters genomen die naar een laboratorium gaan. Waterdicht, zeggen de mensen uit de praktijk.

Zo lek als een mandje

Maar zodra deze intermediairs zelf de mest gaan bewerken, is het systeem zo lek als een mandje. Het is niet moeilijk de monsters te manipuleren zodat het net lijkt alsof een mestpartij heel veel fosfaat bevat. 'Zet het potje een tijdje in de magnetron en laat het indampen. Dan stijgt het gehalte aan fosfaat. Dus lijkt het of je heel veel fosfaat hebt afgevoerd, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is.' Nog makkelijker is het om gewoon wat fosfaat toe te voegen voordat je het monster naar het lab brengt.

Met de inhoud van de mest wordt dus gerommeld, met de plaats waar het terechtkomt ook. In de mestvervoerende vrachtwagens moet een gps-systeem zitten. Dat geeft aan waar een partij is geladen en waar die is gelost. 'Ik ken gevallen dat een gewone auto met koffers met dat gps-apparaatje ritjes maakt om mesttransporten te simuleren. In werkelijkheid gaat de mest een heel andere kant op.'

Een louche 'intermediair' die 200 duizend ton mest 'wegwerkt', kan daar volgens insiders per jaar 1,6 miljoen euro aan verdienen door het te dumpen op de Brabantse akkers. En dat gebeurt. Een jaar geleden werd een 42-jarige Brabander in Lierop opgepakt, plus zes handlangers, die miljoenen zou hebben verdiend aan deze illegale mestdumping.

Oene Oenema, de mestexpert bij uitstek aan de Wageningen Universiteit, weet van de mestfraude, maar hoe groot die is, weet hij niet. 'We zien dat de hoeveelheden mest die worden gemeld, niet overeenkomen met wat er volgens onze berekeningen zou moeten zijn. Dat kan komen door fraude, maar het kan ook komen door ruis in de berekeningen en in de metingen.'

Op het eerste gezicht lijkt die onzekerheid niet eens zo gek groot: het gaat om 6 à 8 miljoen kilo fosfaat die 'zoek' is, oftewel 5 procent van alle mest. Maar in vergelijking met de 17 miljoen kilo fosfaat die moet worden geëxporteerd, is de verdwenen hoeveelheid gigantisch: een kwart tot eenderde.

'Zorgelijk', zegt Oenema. Maar volgens hem wel oplosbaar. 'De controledienst NVWA zal er scherper op gaan letten. Uiteindelijk zal de sector erin slagen de boel op orde te krijgen.' En dat is die sector geraaien ook, want als het niet lukt, dreigt er iets heel anders: een inkrimping van de veestapel. Speciaal voor dit doel heeft staatssecretaris Dijksma een dikke stok achter de deur: de dierrechten. Elke varkenshouder heeft een vergunning om een bepaald aantal dieren te mogen houden. Lukt het niet met de mestverwerking, dan kan ze die dierrechten eenvoudig laten krimpen.

Oenema lijkt al gelijk te krijgen: de controles worden verscherpt. De wet Bibob tegen georganiseerde criminaliteit is al ingezet. Staatssecretaris Dijksma heeft in een brief aan de Tweede Kamer een reeks maatregelen aangekondigd. Onafhankelijke laboranten moeten de mestmonsters nemen, niet meer de transporteur zelf. En Dijksma gaat onderzoeken of de gaten in de mestboekhouding moeten worden gedicht.

undefined

Meer over