Merkel talmt niet, maar gaat crisis met bezonnenheid te lijf

Bondskanselier Angela Merkel staat bloot aan druk uit binnen- en buitenland om haar crisisbeleid te wijzigen. Gelukkig wist ze tot dusverre haar rust en soevereiniteit te behouden. Tot heil en zegen van de euro.

DIRK JAN VAN BAAR

DUITSLAND EN DE EURO - In opiniepeilingen zegt meer dan 80 procent van de Duitsers weinig vertrouwen te hebben in de aanpak van Angela Merkel van de eurocrisis. Geen best cijfer voor de bondskanselier, die van collega Silvio Berlusconi ook nog laatdunkend commentaar moest incasseren over haar achterwerk. Van alle kanten krijgt zij kritiek. In eigen land klinkt het verwijt dat zij te toegevend is bij al die dure reddingsplannen. Haar voorganger en geestelijk vader Helmut Kohl meent weer dat zij de weg kwijt is en twijfels laat ontstaan over de plaats van Duitsland in Europa. Ondertussen vraagt het buitenland zich wanhopig af wanneer de regering in Berlijn nu eindelijk eens leiderschap toont. Die smeekbede komt ook uit Londen en Washington - niet alleen van binnen de eurozone dus, maar zelfs uit Amerika waar alle schuldenellende is begonnen. Dan moet de nood wel erg groot zijn.

Nu kan de bondskanselier wel wat klappen hebben, van voren en van achteren. In eigen land mag haar crisisaanpak dan weinig vertrouwen inboezemen, dat wil niet zeggen dat de Duitsers zich massaal van Europa afwenden. Integendeel, de pro-Europese Grünen boeken winst en het is juist de FDP, de liberale regeringspartner die het meest kritisch tegenover de euro staat, die voor het eigen overleven vecht. De fratsen die de FDP daarbij uithaalt, worden niet op prijs gesteld, zoals de Duitse burgerij niet van onverhoedse slingerbewegingen houdt. Het plotselinge afscheid van kernenergie wordt de bondsregering kwalijk genomen, hoewel de kiezers het er in meerderheid mee eens zijn. Dat relativeert het wantrouwen in Merkel, die met al haar ernst en koele risico-analyses wel degelijk aanvoelt wat er aan angsten onder de eigen bevolking leeft.

Dat de buitenwereld Merkel tot daadkracht aanspoort, ligt voor de hand, want we staan aan de rand van de financiële afgrond. Maar de bondskanselier staat voor zoveel verschillende afwegingen, dat zij heel behoedzaam moet manoeuvreren om zelf niet naar beneden te tuimelen. In eigen land moet zij een achterban overtuigen die vindt dat Duitsland na het inlossen van alle oorlogsschulden wel genoeg aan het buitenland heeft betaald en argwanend staat tegenover een spilziek Europa. Tegelijk waakt het Constitutionele Hof in Karlsruhe als een kloek over de Duitse soevereiniteit, die met de eenwording in 1990 is herwonnen (al heeft dat Hof zich nog nooit tegen Europese verdragen uitgesproken). En dan zijn er de heren van de Bundesbank, die voor financiële discipline staan, de Duitse stabiliteitscultuur moeten uitdragen, en ernstige bedenkingen hebben tegen de koers van de Europese Centrale Bank - die voor miljarden schuldpapier van probleemlanden heeft opgekocht. Dat zijn formidabele horden die niet in één sprong zijn te nemen.

Op Europees niveau zijn de verhoudingen nog complexer. Merkel moet de speciale band blijven koesteren met Frankrijk, de oude erfvijand die er op financieel-economisch en politiek gebied een andere cultuur op nahoudt dan Duitsland, en in Nicolas Sarkozy een temperamentvolle president heeft die het tegendeel is van haar degelijke zelf.

Omdat de probleemlanden in de eurozone een meerderheid vormen tegenover de solide landen, kan Duitsland niet zomaar akkoord gaan met Europese supranationale constructies die tot een transferunie kunnen leiden met een automatische geldoverdracht van noord naar zuid. De Europese realiteit is dat er binnen de bestaande verdragen en besluitvormingsmechanismen aan crisismanagement moet worden gedaan. Dat kost tijd, ook als die er niet is, want verdragswijzigingen kosten nog meer tijd. Wie denkt dat het sneller kan, of dat er vanwege hoge nood enkele stappen kunnen worden overgeslagen, miskent de Duitse hang naar grondigheid. Het zal best dat onder druk alles vloeibaar wordt, maar dat zegt nog niks over wie er als eerste bezwijkt. De onderkoelde Merkel is de laatste om zich door Zuid-Europa op stang te laten jagen.

Toch kan er geen twijfel bestaan over de Duitse loyaliteit aan Europa, hoeveel twijfel vooral de Britse pers (die niet vrij van leedvermaak is) daarover ook zaait. Kijk naar de minister van Financiën Wolfgang Schäuble. Ook de kwaliteit van zijn zitvlak staat ter discussie, hij is er het afgelopen jaar diverse malen aan geopereerd.

Schäuble, de architect van de Duitse eenwording, werd in 1990 het slachtoffer van een aanslag en zit sindsdien in een rolstoel. Een absoluut serieuze en wilskrachtige man. Een concurrent van Merkel is hij niet. Schäuble was de gedroomde opvolger van Kohl, maar werd in 1999 meegezogen in de affaire van de Parteispenden in de CDU en moest Merkel laten voorgaan. Nu is hij Merkels trouwe secondant. Charisma heeft dit duo niet, of je zou (zoals ik) gevoelig moeten zijn voor de onverzettelijkheid waarmee de een de ander door de Europese modder helpt. Niks geen stuntwerk, maar rustige verstandige taal. Een verademing bij al die charismatische wonderdoeners die gouden bergen beloven en stuk voor stuk door de mand vallen. Zie Berlusconi, die nooit serieus is en zelf billenkoek verdient.

De probleemlanden die op Duits geld zitten te wachten, is verteld dat zij geduld moeten hebben. Het kan geen kwaad om Berlusconi een tijdje aan zijn bunga-bunga te laten bungelen en de druk op Italië op te voeren om met echte hervormingen te komen in plaats van de gebruikelijke komedie. Dat zou de Angelsaksische wereld moeten aanspreken. De financiële markten - die er geen belang bij hebben dat de eurozone wordt kapot gespeeld - is te verstaan gegeven dat gekozen politici hun bewegingen niet altijd kunnen en willen volgen. Dat kun je als gebrek aan slagkracht zien, maar ze geven een heldere Duitse boodschap aan die niet genoeg kan worden herhaald. Volgens Merkel is er geen snelle uitweg uit de eurocrisis. Alle partijen doen er goed aan deze Europese realiteit tot zich te laten doordringen.

Ik zie hier geen getalm, maar een Duitsland dat vóór de euro kiest zonder met zich te laten sollen. Schäuble, even kreupel als gepokt en gemazeld, staat daarvoor model, en Merkel ook. En ze houden vol waar de heren van de Bundesbank met hun Pruisische deugden als tucht en discipline en afkeer van Franse decadentie (waarvan DSK de exponent is) hebben afgehaakt. Hun onbuigzaamheid is voor Europa niet flexibel genoeg en blijkt een nederlagenstrategie (net als in 1918, toen de Duitse oorlogsleiding na een wanhopig zomeroffensief de handdoek in de ring gooide en democratische politici de kastanjes uit het vuur liet halen).

Merkel en Schäuble staan er alleen voor, namens een land dat het voorkomen van een alleingang als hoogste naoorlogse plicht ziet. De brave Bondsrepubliek kan voor het eerst niet rekenen op de westerse bondgenoten, die nog dieper in de financiële shit zitten. Dat sluit een failliet van de euro niet uit, maar dat is eerder de schuld van het spilzieke buitenland dan van Merkel. En als Angela de euro uiteindelijk toch uit de modder krijgt, klaart de hemel boven Berlijn snel op, en is daar ineens het schitterende beeld van een ware Europese engelbewaarder.

Dirk-Jan van Baar is historicus en publicist.

undefined

Meer over