Merel in de tuin

Laatst hoorde ik een merel. Dat is zo’n zin die ik graag mag opschrijven. Het was natuurlijk de eerste merel van het jaar, anders begin je er niet over....

Met bloemen en planten is het van hetzelfde laken een pak. Als je het niet jong binnen hebt gekregen, kun je later nog zoveel gidsen en atlassen kopen, echt ontspannen kun je niet door een weiland lopen; steeds moet je je afvragen hoe wat ook alweer heet. Om gek van te worden. Ik heb mijn dochters toen ze klein waren wel eens de tien meest om ons huis in Frankrijk voorkomende bloemen bij proberen te brengen. Nou, dat had geen bal zin. Zij kregen het niet binnen, en ik kreeg het er niet uit. Misschien is dat meteen ook wel de tragiek van opvoeden in het algemeen.

De eerste merel dus; behalve aan mijn eigen jongensjeugd, moest ik nu ook denken aan een boek van Simenon dat ik onlangs las: De merel in de tuin. Eerlijk gezegd had ik me erg op dat boek verheugd, omdat ik zelf ooit speelde met het idee een verhaal of misschien zelfs een roman om een zingende merel in een binnentuin te vouwen. In allerlei huizen wordt dat gezang gehoord, alle levens zijn als het ware met die vogel in de tuin vervlochten, maar geen mens kent elkaar eigenlijk. Simenons boek is een heel ander boek dan ik had gedacht. Het gaat over een eenzame, kleine man uit een Oost-Europees land die in een Franse provinciestad een boekhandeltje drijft. Hij is ook nog getrouwd, en wel met de mooiste vrouw van de stad, althans de meest gewillige. Iedere man die haar wil, kan haar krijgen, voor een uur, voor vijf minuten, voor een dag. Haar familie is blij dat men van haar af is. Mogelijke schandalen zullen nu neerdalen op de kleine man, die overigens weet van de overspeligheid van zijn vrouw en haar altijd maar weer vergeeft.

Op een dag keert ze niet terug van een avondje dansen en in het café maakt de kleine man een onnozele opmerking die in zijn hoofd uitgroeit tot een steeds groter wordende en steeds belangrijkere leugen. Het kan bijna niet anders of iedereen zal op zijn gezicht kunnen lezen hoe schuldig hij is. Met onverbiddelijke logica stuurt Simenon vervolgens dit doodgoede mannetje zijn ondergang tegemoet. Zijn onnozele opmerking krijgt gezelschap van dat ene leugentje om bestwil, dat krijgt weer gezelschap van iets wat hij niet kan verklaren en amper twintig pagina’s later zit hij in de gevangenis die hij zelf heeft gebouwd. Ze hoeven hem er alleen nog maar in te stoppen. Dat gebeurt niet.

En hier komt de merel in de tuin om de hoek kijken. Het huis van de kleine man grenst aan een tuin waarin een grote linde staat. Er is ook een schutting die de tuin scheidt van de buren. De kleine man kan het niet meer aan wat hem is aangedaan, en hij gaat zich met een stuk ijzerdraad verhangen aan de laagste tak van de boom. Hij moet daartoe op een stoel klimmen. Hij sterft, en daar hangt hij – terwijl de merel zingt en zingt, zich nergens van bewust. De merel in de tuin is zeker niet de beste roman van Simenon (hij schreef er honderden), maar het is er wel eentje die blijft hangen. In elk geval bij mij, want ik zal nooit meer naar het opgeruimd zingen van een merel kunnen luisteren zonder aan die kleine, bange man te denken die niets heeft misdaan maar de dood kiest om wat de anderen denken.

Meer over