Mensenrechten zijn spanning tussen VS en China niet waard

De Amerikaanse regering kan het zich niet veroorloven om zich bij haar buitenlands beleid vooral door de mensenrechten te laten leiden....

DE KWESTIE van de mensenrechten speelt in de discussie over de Amerikaanse buitenlandse politiek altijd een belangrijke rol. Zo ook tijdens het staatsbezoek van de Chinese president Jiang Zemin aan de VS.

Veel Amerikanen koesteren - ongeacht hun politieke richting - de diepe overtuiging dat zij als volk het recht en de plicht hebben om vrijheid, gerechtigheid en democratie in de wereld te bevorderen. Zoals president Bill Clinton vorige week vrijdag in zijn speech over China zei: 'Het zou ingaan tegen alles waar we voor staan als we het niet deden.'

Het is een nobel en krachtig streven, dat serieus genomen moet worden. Maar het is veel moeilijker er ook naar te handelen dan menig mensenrechtenactivist zal toegeven. Tenminste, als men ook resultaat wil bereiken en men niet alleen maar vervuld is van goede bedoelingen.

Het is typerend dat de voorvechters van mensenrechten heel rechtlijnig denken. Zij beschouwen deze rechten als absoluut, en eisen dat ze consequent worden toegepast, waarbij zij alles wat afbreuk doet aan die inzet als cynisme en hypocrisie beschouwen.

Maar het is een feit dat regeringen - anders dan geëngageerde individuen en actiegroepen - niet de vrijheid hebben om mensenrechten absolute prioriteit te geven. Voor de activist zijn mensenrechten een principiële zaak. Maar als mensenrechten deel uitmaken van het buitenlands beleid van een regering, moeten ze wedijveren met andere belangen. En die andere belangen - zoals vrede, veiligheid, orde en welvaart - zijn eveneens legitiem, en hebben ook een morele dimensie.

De plaats die de mensenrechten in de rangorde van belangen innemen, varieert per situatie. Soms staan ze zeer hoog op de lijst, zoals wanneer de schendingen verschrikkelijk zijn en er geen andere vitale belangen spelen. Soms zullen ze plaats moeten maken voor andere urgente belangen. De alliantie van de VS met Stalins Sovjet-Unie tegen het grote kwaad van het nazisme is een treffend voorbeeld van zo'n keuze.

Het zou makkelijk zijn als alle belangen altijd in dezelfde richting wezen, maar dat is nu eenmaal niet zo. Isaiah Berlin zet dit in sombere bewoordingen uiteen in zijn beroemde essay Two Concepts of Liberty. 'Indien het zo is - wat ik geloof - dat de mens vele doelen nastreeft die in principe niet met elkaar verenigbaar zijn, kan de kans op conflict of tragedie nooit geheel uit het persoonlijke of sociale leven van de mens worden gebannen. De noodzaak om tot een keuze te komen tussen absolute claims wordt dan een onontkoombaar kenmerk van de condition humaine.'

De tweede factor die de uitvoering van het mensenrechtenbeleid compliceert, is de verscheidenheid der omstandigheden. Onder bepaalde omstandigheden kan iets heel logisch zijn terwijl het onder andere omstandigheden geheel zinloos of wellicht zelfs rampzalig is.

Laten we de omstandigheden die nu voor China gelden eens bezien. Ten eerste is de Chinese bevolking groter dan de bevolking van Noord-Amerika, Europa en Rusland tezamen. Die immense massa moet vanuit één centrum worden geregeerd. En voor die opgave zien zich oude mannen geplaatst die er ouderwetse politieke gewoonten en een verwrongen ideologie op nahouden.

Voor een begrip van de Chinese toestand is ook van belang om te weten dat het land niet de Goelag is waarvoor sommigen het lijken te houden. Volgens mensenrechtenactivisten zijn er momenteel 3000 politieke gevangenen in China, ofwel: 0,00023 procent van de totale bevolking. Dit cijfer doet wel degelijk ter zake. Voor de moralist mag dan elk individu tellen, in de politiek zijn alleen cijfers belangrijk.

Ten tweede heeft China deze eeuw de ineenstorting van een traditioneel regime, krijgsheren, burgeroorlog, invasie, hongersnood en massaterreur meegemaakt. Nog geen 25 jaar geleden trilde het land op zijn grondvesten door de manipulaties van een megalomaan. Een land met zo'n desastreus verleden heeft waarschijnlijk een ongewoon hoge premie over voor de handhaving van orde en stabiliteit.

Ten derde heeft China de afgelopen twintig jaar de vermoedelijk snelste economische groei en verandering in de geschiedenis van de mensheid ondergaan. Zo'n twintig jaar geleden verkondigde Deng Xiaoping dat de Chinese economie tegen het eind van de eeuw vier keer zo groot zou zijn als op dat moment. Destijds klonk het als opgeblazen communistische grootspraak, maar China is dat doel nu al voorbij.

De effecten van deze uitzonderlijke vooruitgang zijn complex. Aan de ene kant moet deze tijd voor de meeste Chinezen een soort Gouden Eeuw lijken: er heerst orde en vrede, er bestaat ongekende welvaart, en de staat zit de Chinezen minder op de huid dan de afgelopen 48 jaar ooit het geval was. Aan de andere kant heeft de extreme groei ernstige spanningen en problemen veroorzaakt, waaronder algemeen verbreide corruptie, verwoesting van het milieu, en werkloosheid in staatsondernemingen.

Voor de heersende elite veroorzaken deze en andere problemen ernstige onzekerheid met betrekking tot het gezag en de stabiliteit. De angst dat de zaak geheel uit de hand loopt - waar president Clinton terecht naar verwees als China's 'historische angst voor chaos en ineenstorting' - is terecht.

Niet buitenlandse invloeden, maar zware binnenlandse druk en gunstige situaties zullen het gedrag van de Chinese leiders in de nabije toekomst bepalen.

Toch zullen de VS een standpunt moeten bepalen ten aanzien van dit land dat steeds belangrijker zal worden. De discussie heeft zich toegespitst op de begrippen machtsbeperking en betrokkenheid. Hoewel deze termen niet toereikend zijn, moeten we ons bedenken dat het niet bij abstracties hoeft te blijven, aangezien de VS de afgelopen halve eeuw beide strategieën hebben beproefd.

Van 1949 tot 1972 kozen de VS voor machtsbeperking, niet-erkenning en minimale betrokkenheid - en die periode was er één van vrijwel onafgebroken rampen en ellende voor het Chinese volk.

Vanaf 1972 hebben de VS gekozen voor actieve betrokkenheid, en ondanks een periodieke terugslag in de relaties hebben die jaren spectaculaire verbeteringen laten zien in zowel economische termen als op het gebied van de mensenrechten. Enig verband tussen beide omstandigheden is waarschijnlijk, dus Clinton heeft gelijk als hij op de koers van zijn voorgangers doorgaat.

Owen Harries is redacteur van The National Interest.

The New York Times/de Volkskrant.

Vertaling: Duck Obbink.

Meer over