Mensen lezen het liefst over mensen

Fictie of non-fictie: mensen lezen het liefst over mensen.

null Beeld anp
Beeld anp

Het grootste deel van de mensheid kijkt het liefst naar andere mensen, of het nu in de bioscoop is, vanaf de televisiebank of vanuit het theaterpluche.

Ooit voerde Wim T. Schippers in Going to the dogs - de titel zegt het al - een roedel honden ten tonele, met alle gepies en gepoep vandien. Maar doordat op de toneelvloer acteurs zich uitsluitend verbaal ontlasten, hebben Schippers' andere stukken, hoe eigenzinnig ook, beduidend meer succes.

Zo is het ook met het geschreven woord. Mensen lezen het liefst romans over de medemens en over datgene wat hem of haar zoal beweegt. Hetzij uit behoefte aan het feest der herkenning, hetzij uit nieuwsgierigheid naar andermans zeden, gewoonten en ontberingen. Niets menselijks is ons vreemd.

Natuurlijk vinden ook dieren-, kook-, en tuinboeken aftrek, maar de echte lezer geeft de voorkeur aan menselijke verhoudingen. In fictie: Madame Bovary, Oorlog en Vrede, Vijftig tinten grijs. En in non-fictie: wetenswaardigheden over historische figuren, politici of een tot nu toe volstrekt onbekende Amerikaanse prinses. Niet voor niets staat Annejet van der Zijls 'biografie' bovenaan op de bestellerslijst.

Ook in kranten, tijdschriften en boulevardbladen zijn mensen in het geding. Is deze laatste categorie gevuld met een aaneenschakeling van al of niet verzonnen weetjes (roddels) over Bekende Nederlanders, in elke krant, week- of maandblad staat wel een diepte-interview.

Laatst zat ik aan tafel met een stelletje intellectuele dames. Tijdens het dessert - er zat dus al flink wat drank in - werd steen en been geklaagd over dit verachtelijke verschijnsel. 'Godsamme! Al die interviews! En nog erger, al die stukkies! Een krant is voor het nieuws. Niet voor persoonlijke zieleroerselen!' Hierbij keken ze gepijnigd als hadden ze, in plaats van dat brokje chèvre of mespuntje citroentaart, hun laatste oortje versnoept. Het liefst was ik onder tafel weggekropen, maar ik volstond met mijn ogen bescheten neer te slaan.

Ik lees bijna elke column die onder mijn neus komt. Ook die van mezelf, terwijl ik hem schrijf. En bijna ieder interview. Ik deed het reeds als kind, zoals Annie Schmidt schreef in het versje De slaapwandelende vorst. Vaak líjkt lekker lezen op slaapwandelen. Alsof je in trance bent. Zoals afgelopen zaterdag - en dat gebeurt me vaker bij zijn columns - bij 'Slettebak' van Johan Goossens in Het Parool. Over een meisje in zijn klas. Grappig en ontroerend en in feilloze spreektaal.

Of, iets langer geleden, bij het interview in het Volkskrant Magazine met Gordon Heukeroth(+), beroepsvalsenicht.

Knap hoe Nathalie Huigsloot de Caesar uit Floradorp zijn eigen grafje liet graven. Maar volgens mij heeft de interviewster hem nog gespaard en bovendien is Gordon een duikelaar die altijd weer op zijn pootjes terechtkomt. Hetzelfde geldt voor zijn 'slachtoffers' uit de wondere wereld van de showbiz.

Grunberg schreef in zijn Voetnoot (+) dat hij in een interview zelden zo veel zinnen is tegengekomen die de moeite van het aanstrepen waard zijn. Bij mij staat één zin bovenaan: hoe volgens Gordon collega René Froger bij het optreden van de Toppers zijn microfoon stiekem harder zet dan de rest.

Wederhoor? Ha!

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over