'Mensen die patsen met hun poen, daar is wat mis mee'

Maakt geld gelukkig? En maakt snel geld nog gelukkiger? Voormalig inbreker en overvaller Co de Groot heeft slechte ervaringen: 'Geld maakt hoogstens tevreden.'..

'Als ik 's ochtens thuiskwam van een inbraak en ik zag de buurman naar zijn werk gaan, dacht ik: wat een lul van een gozer. Daar gaat-ie weer met zijn pakkie aan. Elke dag weer in de tram naar zijn baas. Ik ging dan lekker ontbijten met een krantje en een fles melk die ik onderweg ook nog even had gejat.'

Co de Groot (49) was eind jaren tachtig een goed jaar inbreker en overvaller. Het bracht hem even wat geld, maar geen geluk. 'We droomden van veel geld. We dachten aan auto's, vakanties en vrouwen. We hadden het er over dat we misschien een Ford Capri konden kopen - tweedehands dan.'

Tot zijn zesentwintigste deed De Groot vooral los werk, van bijrijder op een vrachtwagen tot inpakker. 'Ik was geen losbol, maar kon zó weglopen van een klus. Mijn broertje was al langer bezig met inbreken. Als-ie thuiskwam met een paar honderd piek, vond ik dat wel interessant. Ah, het is makkelijk, zeiden ze, ga eens mee.'

Vaak gingen ze met drie man op stap. 'We werkten betrekkelijk veilig. Je forceerde een opening, ging naar binnen en maakte alles weer netjes dicht. Dan luisterden we de politiescanner af. Als je dat adresje niet hoorde langskomen, werd het in ieder geval geen heterdaadje.'

Ze waren vooral uit op partijtjes sigaretten, later ook op andere 'makkelijk scorende spullen' als naaimachines, juwelen en televisies. 'Bij een heler konden we per pakje sigaretten een gulden krijgen. Soms had je tweehonderd pakjes, soms een paar duizend. Kruimelwerk, maar als je het elke nacht doet toch interessant.'

Het geld was tot dan toe opgegaan aan uitgaan, wat duurdere kleding en de afbetaling van een Nissan personenwagen. 'Gewoon prettige dingen, niets dat je leven op z'n kop zette.' Na een eerste straf van tien weken cel werd het tijd voor de grote klapper. 'We wilden een paar ton binnenhalen. Dan had ik eerst wat genoten van het geld en dan gekeken naar een manier om het wat uit te smeren over de rest van je leven. Door een winkel te beginnen of zo.'

Er werden wapens gekocht, eerst een gas- en een alarmpistool, later een echt vuurwapen. 'We waren met een groep van een man of zes. We pakten meestal mensen die geldcassettes afgaven bij een bank een supermarkt. Het meeste wat we ooit binnenhaalden was zo'n vijfduizend gulden, de dagopbrengst van een winkelier.'

In die tijd maakten andere overvallers twee miljoen gulden buit bij warenhuis Maxis. 'Het grote geld is er dus wel, dachten we. We kregen het idee een bloemenveiling te overvallen. Die handelaren hebben veel geld op zak. Maar het zijn geen mensen die het makkelijk afgeven. Dus moesten we maar iemand als voorbeeld in zijn been schieten, was het idee.'

De Groot koos echter eieren voor zijn geld. Vooral uit angst voor zijn eigen hachje, geeft hij toe. 'Bij een overval heb je de omstandigheden totaal niet meer in de hand. Als je pech hebt, schiet de politie je zo een kogel in je kop.'

Hij meldde zich als veroordeeld inbreker bij een organisatie voor ex-gedetineerden. 'Ik wilde iets betekenen voor andere mensen.' Als voorlichter waarschuwde hij schoolkinderen voor de misdaad.

Hij kreeg het minimumloon, 'geld waar je voor moet werken, geen geld dat je je zomaar toeëigent. Overvalgeld is geen spaargeld. Met je loon ben je veel voorzichtiger', zegt hij.

Zijn maten waren intussen doorgegaan met het plegen van overvallen. Na een klein jaar werden ze gepakt met automatische wapens. 'Ze hebben alles opgebiecht, ook de overvallen waar ik bij was geweest. Van mijn negen overvallen zijn er vijf ten laste gelegd. Daar had ik maar drieduizend gulden mee verdiend. We hadden natuurlijk steeds moeten delen.'

De Groot keerde na zestien maanden bajes terug bij dezelfde organisatie voor ex-gedetineerden, waar hij nu coördinator is. 'Dat misdaadgeld heeft me geen geluk gebracht. Misschien even een prettiger leven. Maar dat leven blijft je altijd achtervolgen. Geluk bestaat niet uit geld. Het is gezondheid, sociale contacten, je kinderen.

'Gelukkige mensen laten ook helemaal niet zien dat ze geld hebben. Van mensen die lopen te patsen met hun poen, denk ik: daar is wat mee. Die gaan ook altijd maar door. Nog een drugstransport, terwijl je al miljoenen hebt. Of zo'n Boonstra, als dat rondkomt. Waarom loopt hij dat risico?'

De Groot denkt nog wel eens aan de buurman, die 'lul van een gozer' die 's ochtends altijd zo keurig naar zijn baas ging. 'Waarschijnlijk heeft-ie inmiddels promotie gemaakt, opslag gekregen, huisje gekocht. Wie is nu eigenlijk verder gekomen in het leven?'

Meer over