Menselik lastdier

Onaangename rit in een Maleisische fietstaxi.

null Beeld anp
Beeld anp

Penang, 4 november 1936

Twee dagen voor we Parijs verlieten drukte de lieve Claire Parker, Amerikaanse uit Boston en waarschijnlijk met negerbloed, ons op het hart hier te letten op Palmbeach, een van de prachtigste havens die zij bereisd had.

De eerste indruk, van een overstelpende lieflikheid, is inderdaad die van enorm veel klapperpalmen. Aan wal gekomen, raken wij dadelik in een onreële winkelbuurt, half-europees half-chinees maar van karton.

In een boekwinkel liggen de boeken overhoop en voor het rapen, uiterlik geheel nieuw maar voor uitverkoopprijs; wij gaan naar binnen, nemen boeken op, kijken, kunnen niet uitscheiden, en ontdekken niet één schrijver waar wij ook maar van hebben gehoord; alle afval van de engelse fiction lijkt hier in Penang saamgevloeid.

Weer buiten proberen wij nog een rickshaw, waarmee wij in Ceylon hebben kennisgemaakt, en het sinistere gevoel is er weer: dat van te drukken en te zweven boven een menselik lastdier waarvan de magere rug schuin onder onze voeten wegvlucht; aan ons gebonden, blij ons te hebben, hopend dat het lang duurt, maar in deze schuine stand wegschrikkend voor het oog.

Bovendien, deze lastdieren verstaan niet wat men zegt, knikken met lepe oogjes en knorren beamend met monden vol tanden, daarna gaan zij kordaat de richting in die hun toevallig invalt.

E. du Perron (1899-1940), Nederlandse schrijver. Uit Het scheepsjournaal van Arthur Ducroo. Uitgeverij Veen, 1943.

Meer over