Menselijke nood vraagt reddende S.O.S. voor 2006

De enige zekerheid die ik heb over 2006 is dat wat ik ook voorspel, ik het altijd bij het verkeerde eind zal hebben....

Zeker weten van niet.

En toch, en toch Misschien kun je nog het beste de toekomstvoorspellen door de dubbelzijdige spiegel van het verleden tebestuderen. Gewapend met de onheil brengende zegen van wijsheidachteraf kan 1906 ons misschien nog iets vertellen over wat onste wachten staat in 2006. Misschien dat we niet zoveelaardverschuivingen en explosies in kolenmijnen vergaren als eeneeuw geleden, maar het lijdt geen twijfel dat we, gezien deopwarming van de planeet (die tegelijkertijd gepaard gaat met debevriezing van het collectieve intellect), een goede kans hebbeneen nog grotere variatie aan rampen voorbij te zien trekken.

Wat betreft de ramp die oorlog heet, zullen we waarschijnlijknog beter worden in het doden. Het is ontnuchterend te bedenkendat destijds in 1906 de wereld de grote Santos Dumont bejubelde,omdat hij zijn vliegtuig zestig meter in de lucht wist te houden.Honderd jaar later zou de strijd tegen de zwaartekracht opnieuwin het nieuws moeten komen, al manifesteert hij zich een stukminder vreedzaam. Je hoeft geen tovenaar met een kristallen bolte zijn om te kunnen zien hoe de machtigste landen van de wereldhet liefst oorlog zouden voeren: op afstand.

Dus ik voorzie voor 2006 niet een nieuwe verwoestende invasievan grondtroepen in alweer een onfortuinlijk land, maar eerdereen apocalyptische aanval, even verwoestend, door zwermenvliegtuigen die dorpen en steden bombarderen en dus nog meerslachtoffers brengen, nog meer overlevenden, nog meer potentiëleterroristen en die de hemel, die al die jaren geleden voor SantosDumont nog zo ongerept was, bevuilen.

En hoe zit het met de hoop? Als we goed luisteren, kunnen wedan niet uit het verleden een bemoedigend gefluister horen, iser dan niet een voorbeeld van toen dat we kunnen gebruiken omtegenover de huidige spiraal van rampspoed en geweld te kunnenstellen?

Het toeval wil dat 1906 het jaar was waarin onze soort beslooteen noodsignaal in te stellen dat iedereen te land en ter zee konherkennen. Iedereen, los van taal of land, die drie puntjes, driestreepjes en drie puntjes op een draadloze ontvanger hoorde, zouvoortaan weten dat iemand om hulp vroeg - dat iemand eenS.O.S.-bericht verzond. In deze vastbeslotenheid van onzevoorouders schuilt toch een les om een manier te vinden, dooriedereen onderschreven, om meteen de reddende hand te reiken aanhen die in nood verkeren?

Alsof zij op een of andere manier wisten dat honderd jaarlater wij het zelf zouden zijn die in nood verkeren, dat wijdegenen zouden zijn die wanhopig probeerden een nieuw en andernoodsignaal uit te vinden dat door alle landen wordtgerespecteerd, dat wij degenen zouden zijn die in de duisternisvan de nacht om hulp roepen, om iemand die onze geschondenmenselijkheid kan redden in het jaar van de treurige honderdstegeboortedag van Adolf Eichmann.

Meer over