Meneer

AAF BRANDT CORSTIUS

Het was op zich een oninteressant berichtje, want het ging gewoon over iemand die wegging bij een woningcorporatie en een enorme bonus had gekregen, maar er stond een lief woord in de kop bij het bericht op telegraaf.nl. 'Woningcorporatiemeneer loopt binnen: vertrekbonus euro 600.000.'

Woningcorporatiemeneer. Dat zouden we allemaal wel willen zijn. Niet alleen omdat je dan een vertrekbonus van 600.000 euro krijgt, maar ook gewoon omdat mensen je dan woningcorporatiemeneer noemen.

Er zijn maar weinig woorden zo wendbaar als het woord meneer. Het is, na papa, mama en iPad, ongeveer het eerste woord dat kinderen leren, en ze gebruiken het vervolgens overal voor. Als ze voor het eerst van hun leven opmerken dat sommige mensen kaal zijn: 'Waarom heeft die meneer zo weinig haartjes?' Als ze een forse vrouw op een fiets zien zwoegen: 'Waarom rijdt die meneer zo langzaam?' Dit is meneer in zijn schattige gebruiksvorm.

Later in het leven wordt meneer zwaar ironisch. 'Eh, kán meneer zijn scooter even ergens ánders neerzetten wellicht?' Of, verkleind en gecombineerd met het dodelijke 'koekepeertje' - dan wordt het ronduit sarcastisch. 'Zeg meneertje koekepeertje, ga je die boodschappen nog halen of blijf je de hele dag op de wc zitten?'

Iemand aanspreken met 'meneer' wekt bij mij ook altijd associaties op met een kinderboek. Dat komt doordat bijna alle personages in kinderboeken Meneer heten. Meneer Vos, Meneer Kusje, Meneer Mooi Weer, Meneer René, en dan zijn er nog de talloze Meneren uit de Meneertjes- en Mevrouwtjesreeks: Meneer Opsekop, Meneer Hatsjie, Meneer Stuntel, Meneer Vergeetal. Zelfs als er een Meneer in een boek voor volwassenen voorkomt, is hij een beetje koddig. Meneer Foppe, Meneer Beerta.

Er is een aardige man, een meneer, bij mij in de buurt, die mij altijd begroet met 'Dag mevrouw'. Ik kan dan niet 'Dag meneer' terugzeggen, omdat ik anders het idee heb dat ik hem ironisch bejegen, of dat ik met hem in een Annie M.G. Schmidt-rijm ben beland. Dus zeg ik, schutterig en stotterend, 'Dag', en loop gauw verder.

De woningcorporatiemeneer, Fons Catau heet hij overigens, wordt natuurlijk zo genoemd omdat hij een slecht mens is. Een valsspelende man, die zes ton int bij zijn vertrek. Een bonusgraaier. Een bijna-miljonair. Dit is een meneer in de laatste categorie: de categorie 'een hele meneer'. Een hele meneer ben je, met je bonuscentjes. Jaja.

Ik vond het een mooie vondst van het taalwonder dat op telegraaf.nl wel vaker de kopjes maakt. Bijna net zo mooi als de taalvondst van de bestuursvoorzitter die de zes ton bonus moest verdedigen. Die had dit bedacht: 'Het lijkt veel geld, maar dat valt heel erg mee.'

WiBra

undefined

Meer over